HR Tools & Extra's

Pensioenen, informatie

De werkgever heeft de wettelijke plicht om werknemers te informeren over hun pensioen. In de praktijk is dit een taak van de HR-afdeling. Hier vindt u een overzicht met de belangrijkste aspecten van het pensioen.

Aanpassing voor nieuw pensioenstelsel
Om te komen tot een duurzaam houdbaar pensioenstelsel, gaat het kabinet in 2021 de vernieuwing van het aanvullend pensioenstelsel uitwerken in wetgeving. De bedoeling is om de wet- en regelgeving die daarvoor nodig is in het tweede kwartaal van 2021 in te dienen. Het nieuwe wettelijke en fiscale kader zou per 2022 in werking treden, inclusief een ‘ingroeipad’ voor pensioenfondsen vastgelegd naar het nieuwe stelsel.

Maar de invoering van de pensioenwet treedt een jaar later dan verwacht in werking: op uiterlijk 1 januari 2023. Het gezamenlijk streven is en om per 1 januari 2026 of waar mogelijk zelfs eerder de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel te kunnen maken.

Transitieplan pensioen opstellen
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is uitgewerkt in de Hoofdlijnennotitie Pensioenakkoord (zie rechtsboven voor dowload), die daarmee is aangemerkt als transitieperiode. In die periode gaan werkgevers, vakbonden en pensioenuitvoerders afspraken maken over de nieuwe pensioenregeling. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over een compensatieregeling voor werknemers die nadeel ondervinden van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.

Verplichte onderdelen transitieplan
In een wettelijk verplicht transitieplan moet de werkgever alle keuzes, overwegingen en berekeningen opnemen van de nieuwe pensioenregeling. Daarmee legt de werkgever verantwoording af over de overstap naar het nieuwe pensioencontract. In de meeste gevallen wordt het transitieplan echter gemaakt door vakbonden en werkgeversorganisaties van het verplichte pensioenfonds. Verplichte onderdelen van het transitieplan:

  • Het gekozen pensioencontract. Wat er gebeurt met bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten, inclusief onderbouwing.
  • Een overzicht van de effecten per leeftijdsgroep van de overstap op een (nieuwe) premieregeling met leeftijdsonafhankelijke premies. 
  • De gemaakte afspraken over de compensatie voor deze leeftijdsgroepen.
  • Een financieringsplan voor de compensatie. Hierbij is kostenneutraliteit voor werkgevers en pensioendeelnemers het uitgangspunt. Bij onvoorziene omstandigheden moeten de genomen en arbeidsvoorwaardelijke besluiten opnieuw tegen het licht worden gehouden.

OR heeft instemmingsrecht
De ondernemingsraad (OR), personeelsvertegenwoordiging (PVT) of personeelsvergadering (PV) hebben instemmingsrecht op de wijziging van de pensioenovereenkomst. Dit geldt echter alleen als er geen vakbonden betrokken zijn bij het opstellen van de pensioenregeling (dus niet als sprake is van een sectorpensioen).

Vervroegd pensioen, zwaar werk
In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en duurzame inzetbaarheid. Doel is dat mensen hun AOW-leeftijd gezond werkend kunnen bereiken; ook mensen met een zwaar beroep.

Het kabinet stelt € 1 miljard beschikbaar in de periode 2021 tot en met 2024 voor het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden.

Wetsvoorstel ‘RVU, verlofsparen en bedrag ineens
Dit wetsvoorstel regelt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing (tot een bepaald bedrag) waardoor vervroegde uittreding mogelijk wordt gemaakt voor werknemers die niet in staat zijn werkend de AOW-leeftijd te bereiken. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen. Ook krijgen werknemers ruimere mogelijkheden om fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof te sparen. De inwerkingtredingsdatum voor de versoepeling van de RVU-heffing en verlofsparen is 1 januari 2021. Voor de uitkering van het bedrag ineens, is de invoeringsdatum 1 januari 2022.

AOW-leeftijd
Het kabinet en sociale partners hebben in het pensioenakkoord afgesproken dat de stijging van de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de stijging van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken en gemiddeld 4 maanden langer AOW-pensioen. Deze aangepaste koppeling gaat ook gelden voor de pensioenrichtleeftijd, waardoor ook deze minder snel zal stijgen. Het wetsvoorstel is in juli ingediend bij de Tweede Kamer.

In 2021 zal de AOW-gerechtigde leeftijd (net als dit jaar) 66 jaar en vier maanden bedragen. Daarna wordt de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd naar 66 jaar en zeven maanden in 2022, 66 jaar en tien maanden in 2023 en 67 jaar in 2024 en 2025.

Uitbreiding waardeoverdracht kleine pensioenen
Op verzoek van de Stichting van de Arbeid (werkgevers en vakbonden) zal het recht op waardeoverdracht van kleine pensioenen worden uitgebreid. Door de uitbreiding, mogen pensioenuitvoerders alle kleine pensioenen overdragen, of ze nou zijn ontstaan door baanwisseling of niet. Hiervoor komt wetgeving die op 1 januari 2022 in werking moet treden.

Na het salaris, is pensioen de belangrijkste arbeidsvoorwaarde. We werken elke week ongeveer 1 dag helemaal voor ons pensioen. Naast de pensioenuitvoerder, heeft ook de werkgever een plicht om werknemers te informeren over hun pensioen. In de praktijk ligt die taak op het bordje van de HR-afdeling. Maar het is een ingewikkelde materie, die zelfs voor pensioendeskundigen niet altijd te doorgronden is. Hier vindt u een overzicht met de belangrijkste aspecten van het pensioen met doorverwijzingen naar instanties waar u nadere informatie kunt vinden.

Verder lezen?

Word abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen

Dit artikel is afkomstig uit HR Tools & Extra’s van Personeelsnet.nl. Auteursrecht berust bij Personeelsnet Media BV, Rotterdam.