Personeelsnet

BIJGEWERKT: de wijzigingen voor HR in 2021

Ook 2021 blijft een uitdagend jaar voor HR-professionals. De kabinetsplannen en begroting raakten door het coronavirus flink ontregeld. Zo gaat het kabinet de economie met tientallen miljarden ondersteunen. Bedrijven kunnen ondertussen reorganiseren, werknemers krijgen hulp bij omscholing voor ander werk. HR krijgt het dus druk met de ondersteuning van hun organisatie én het personeel. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen waar HR-professionals rekening mee moeten houden. Voor hen heeft Personeelsnet de belangrijkste wijzigingen voor HR in 2021 nu bijgewerkt en op een rij gezet.

Begin dit jaar was er nog grote krapte op de arbeidsmarkt, maar het werkloosheidspercentage kan zomaar oplopen naar 5,9% van de beroepsbevolking (550 duizend mensen). Met een aanvullend sociaal pakket van 1,4 miljard euro helpt het kabinet mensen en bedrijven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Specifiek is er aandacht voor de mensen die bovenmatig worden getroffen door de veranderingen, zoals flexwerkers, jongeren en mensen met een arbeidsbeperking.

Koopkrachtplaatjes
Door de tweede lockdown, zijn de eerder gemaakte berekeningen niet meer relevant. Op Prinsjesdag werd nog een gemiddelde koopkrachtstijging van 0,8 procent berekend, waarbij werkenden er 1,2 procent op vooruit zouden gaan en gepensioneerden een half procent.

Net als altijd, zal de koopkrachtontwikkeling per persoon sterk ontwikkelen. Veel mensen zijn zonder werk komen te zitten in sectoren als de horeca, cultuur en de evenementenbranche. Zij zien hun koopkracht fors dalen. Maar in de distributie, transport en bij supermarkten wordt volop winst gemaakt en is de vraag naar nieuwe werknemers groot.

(Fiscale) maatregelen
Enkele opvallende beleidsmaatregelen die invloed hebben op de koopkracht in 2021: er wordt rekening gehouden met een contractloonstijging van 1,2 procent. Verder zullen de pensioenpremies voor werknemers stijgen naar 6,8%. De zorgpremies stijgen van €1.414 naar €1.473 per jaar. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet gaat omhoog van 6,7% naar 7,0%.

In 2021 wordt het belastingtarief in de eerste schijf met 0,25%-punt verlaagd naar 37,10%. De eerste schijf loopt in het huidige belastingstelsel door tot een inkomen van € 68.507. Verder wordt de arbeidskorting verhoogd: € 179 bij een belastbaar inkomen van ongeveer € 10.000, € 184 bij een belastbaar inkomen van ongeveer € 22.000 en € 324 hoger bij een belastbaar inkomen van ongeveer € 35.500. Hierdoor houden werknemers netto meer geld over.

Hogere bijtelling elektrische auto
In 2021 gaat de bijtelling voor een elektrische auto naar 12 procent over de eerste 40.000 euro cataloguswaarde. Als de auto duurder is, geldt over het meerdere het normale bijtellingspercentage van 22 procent. Vanaf 2022 gaat de bijtelling naar 18 procent over de eerste 40.000 euro. Vanaf 2023 is er geen verschil meer tussen de bijtelling voor elektrische auto’s en auto’s die fossiele brandstof moeten tanken.

Voor een waterstofauto, of een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen, geldt de lagere bijtelling wel over de gehele catalogusprijs, op voorwaarde dat de auto voldoet aan de definitie die in 2020 geldt voor de milieu-investeringsaftrek. Zo mag het accupakket geen lood bevatten en moeten de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek.

Vrije ruimte WKR iets omlaag
In de werkkostenregeling (WKR) bestaat nu een vrije ruimte van 1,2% van de loonsom voor het doen van verstrekkingen en vergoedingen. Maar dat percentage wordt per 1 januari 2021 iets verlaagd naar 1,18 procent. Het geld dat de overheid hiermee bespaart, wordt ingezet voor de verruiming van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten.

Vaste reiskostenvergoeding omlaag door thuiswerken
Gedurende de coronacrisis mocht de werkgever in 2020 vaste vergoedingen blijven geven op basis van het 'oude' werkpatroon. Maar vanaf (februari) 2021 moeten de werkelijke kosten weer uitgangspunt zijn voor de vergoedingen en verstrekkingen, blijkt uit het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. Dit betekent veelal dat werknemers lagere vergoedingen zullen ontvangen.

Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Het kabinet wil vanaf 1 januari 2021 de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) invoeren. De BIK laat ondernemers een percentage van hun investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Hiervoor is € 2 miljard vrijgemaakt.

Het is de bedoeling om deze korting tijdelijk in te voeren in 2021 als crisismaatregel. Na afloop van de BIK, wil het kabinet de 2 miljard blijvend gebruiken voor het verlagen van werkgeverskosten.

Noodmaatregelen corona
In het voorjaar van 2020 is de subsidieregeling Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) ingevoerd. Werkgevers die te maken hebben met omzetverlies als gevolg van corona, kunnen hierdoor hun werknemers in dienst houden. De regeling is in juni 2020 verlengd met vier maanden. De regeling is in juni 2020 verlengd met vier maanden.

De daarop volgende derde verlenging kent een looptijd van 9 maanden tot 1 juli 2021. Deze derde tranche kent een aflopende tegemoetkoming van de loonsom en biedt ruimte de loonsom te laten dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. De eerste drie maanden wordt 80% uitgekeerd waarna iedere 3 maanden het uitkeringspercentage met 10 procentpunt zou afnemen. Tevens moest vanaf 1 januari 2021 het omzetverlies tenminste 30 procent zijn.

Let op: Op 9 december 2020 maakte het kabinet bekend dat de NOW in het eerste kwartaal van 2021 gelijk blijft aan het vierde kwartaal van 2020. De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) krijgt een nieuw subsidiepercentage: afhankelijk van het omzetdervingspercentage bedraagt deze tussen de 50 en 70%. Hierdoor krijgen ondernemingen met de grootste omzetverliezen meer subsidie.

Vanwege de coronacrisis moeten de meeste organisaties afschalen, maar er zijn ook plekken waar personeel veel moet overwerken (zoals in de zorg). Normaal gesproken, moet bij te veel overwerk alsnog de hoge WW-premie worden afgedragen. Maar voor 2020 en 2021 geldt deze regel tijdelijk niet.

Door de coronacrisis zal de vraag naar bepaalde werkzaamheden de komende tijd zal uitblijven. Voor sommige mensen betekent dit dat ze zich moeten om- en bijscholen zodat ze andere taken kunnen vervullen binnen het bedrijf waar ze werken, of bij een andere werkgever. Om mensen te ondersteunen en hen te helpen zich aan te passen aan de veranderde arbeidsmarkt, trekt het kabinet €1,4 miljard uit voor een aanvullend sociaal pakket.

ZELF DOEN: Actuele HR-Tools voor 2021

Compensatie transitievergoeding MKB
Per 2021 kunnen kleine werkgevers die hun onderneming stoppen vanwege pensionering of overlijden compensatie krijgen voor de transitievergoeding die zij dan aan hun personeel moeten betalen. Als de ondernemer het bedrijf moet stoppen wegens ziekte of gebreken, kan in de toekomst ook compensatie worden verleend. Maar die regeling wordt voorlopig uitgesteld.

Transitievergoeding na 2 jaar ziekte
Sinds 1 april 2020 worden werkgevers gecompenseerd voor de transitievergoeding die zij moeten betalen bij ontslag van een twee jaar zieke werknemer. De regeling is met terugwerkende kracht ingevoerd. Voor 1 oktober 2020 moesten aanvragen voor compensatie van vergoedingen betaald tussen 1 juli 2015 en 31 maart 2020 zijn ingediend. De compensatie is afhankelijk van de hoogte van de betaalde transitievergoeding.

Maximum transitievergoeding 2021
Voor de transitievergoeding geldt in 2021 een wettelijk maximum van € 84.000. Als de werknemer een jaarsalaris heeft van meer dan € 84.000, dan bedraagt de maximale transitievergoeding een jaarsalaris. Dit maximum geldt ongeacht de uitkomst van berekeningsformule.

Wet bevordering mediation
Een nieuwe wet moet de rechter middelen in handen geven om mediation te bevorderen, ook bij conflicten tussen werkgever en werknemer. Partijen moeten wanneer zij naar de rechter stappen uitdrukkelijk laten weten of zij mediation hebben geprobeerd. Zo niet, dan bekijkt de rechter of dat alsnog kan. Als mediation geen oplossing heeft gebracht, handelt de rechter de zaak alsnog zelf af.

Verschil vast en flex, afbouw zelfstandigenaftrek
Vanaf januari 2021 start een pilot met een webmodule waarmee vooraf duidelijkheid ontstaat of een opdrachtnemer ook door de fiscus als zelfstandige wordt aangemerkt.

Het kabinet wil de verschillen tussen vast en flex op de arbeidsmarkt verkleinen, bijvoorbeeld met de ingevoerde wet Arbeidsmarkt in balans. Voor zelfstandigen zonder personeel is in het pensioenakkoord een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) opgenomen. Het kabinet streeft ernaar om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP naar de Tweede Kamer te verzenden.

In aanvulling op de eerder aangekondigde maatregelen heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek met ingang van 2021 versneld af te bouwen. Zelfstandigen worden gecompenseerd via een verhoging van de arbeidskorting en een verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Dit creëert een gelijker speelveld tussen mensen die voor zichzelf, en voor een werkgever werken.

Scholing voor werknemers
Het kabinet blijft inzetten op Leven Lang Ontwikkelen. Door te blijven ontwikkelen in werk en zo nodig bij- of om- te scholen blijven vaardigheden up-to-date en kan werkloosheid worden voorkomen. Naast de scholingsmaatregelen uit het corona steun- en herstelpakket, werkt het kabinet door aan de invoering van de STAP-regeling (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Deze regeling vervangt de huidige fiscale aftrek voor scholing.

Ook is er in 2021 weer circa €50 miljoen beschikbaar vanuit de SLIM-regeling, waarmee werkgevers in het mkb, maar ook grotere werkgevers in de sectoren horeca, de landbouw en de recreatie, worden gestimuleerd om te investeren in de ontwikkeling van werkenden.

Door het Pensioenakkoord is ook structureel €10 miljoen vrijgekomen voor een meerjarig investeringsprogramma voor duurzame inzetbaarheid. Vanaf 2020 wordt geld verdeeld voor pilots om toepassing in de praktijk te bevorderen.

Nieuw pensioenstelsel
Om te komen tot een duurzaam houdbaar pensioenstelsel, gaat het kabinet in 2021 de vernieuwing van het aanvullend pensioenstelsel uitwerken in wetgeving. De bedoeling is om de wet- en regelgeving die daarvoor nodig is in het tweede kwartaal van 2021 in te dienen. Het nieuwe wettelijke en fiscale kader kan dan per 2022 in werking treden. Daarbij wordt een ‘ingroeipad’ voor pensioenfondsen vastgelegd naar het nieuwe stelsel.

Vervroegd pensioen, zwaar werk
In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en duurzame inzetbaarheid. Doel is dat mensen hun AOW-leeftijd gezond werkend kunnen bereiken; ook mensen met een zwaar beroep.

Het kabinet stelt € 1 miljard beschikbaar in de periode 2021 tot en met 2024 voor het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden.

Het wetsvoorstel ‘RVU, verlofsparen en bedrag ineens’ ligt bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing (tot een bepaald bedrag) waardoor vervroegde uittreding mogelijk wordt gemaakt voor werknemers die niet in staat zijn werkend de AOW-leeftijd te bereiken. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen. Ook krijgen werknemers ruimere mogelijkheden om fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof te sparen. De inwerkingtredingsdatum voor de versoepeling van de RVU-heffing en verlofsparen is 1 januari 2021. Voor de uitkering van het bedrag ineens, is de invoeringsdatum 1 januari 2022.

AOW-leeftijd
Het kabinet en sociale partners hebben in het pensioenakkoord afgesproken dat de stijging van de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de stijging van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken en gemiddeld 4 maanden langer AOW-pensioen. Deze aangepaste koppeling gaat ook gelden voor de pensioenrichtleeftijd, waardoor ook deze minder snel zal stijgen. Het wetsvoorstel is in juli ingediend bij de Tweede Kamer.

In 2021 zal de AOW-gerechtigde leeftijd (net als dit jaar) 66 jaar en vier maanden bedragen. Daarna wordt de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd naar 66 jaar en zeven maanden in 2022, 66 jaar en tien maanden in 2023 en 67 jaar in 2024 en 2025.

Uitbreiding waardeoverdracht kleine pensioenen
Op verzoek van de Stichting van de Arbeid (werkgevers en vakbonden) zal het recht op waardeoverdracht van kleine pensioenen worden uitgebreid. Door de uitbreiding, mogen pensioenuitvoerders alle kleine pensioenen overdragen, of ze nou zijn ontstaan door baanwisseling of niet. Hiervoor komt wetgeving die op 1 januari 2022 in werking moet treden.

Uitbreiding betaald ouderschapsverlof
Het kabinet kiest voor de invoering van negen weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders. Na eerdere uitbreiding van het verlof voor partners naar vijf dagen direct na de geboorte op 1 januari 2019, en vijf weken in het eerste half jaar sinds 1 juli 2020, neemt het kabinet nog een derde stap.

Het kabinet voert daarom 9 weken deels betaald ouderschapsverlof in. Het doel van deze uitbreiding is om beide partners de kans te geven om tijd met hun kind door te brengen in het eerste jaar na de geboorte. Daarnaast kan het verlof zorgen voor een gelijkere verdeling van werk- en zorgtaken tussen ouders. In deze negen weken hebben ouders recht op een uitkering tot 50% van het maximum dagloon. De maatregel zal per augustus 2022 ingaan.

ZELF DOEN: Actuele HR-Tools voor 2021

Wijziging kinderopvangtoeslag
Voorheen hadden ouders geen recht op kinderopvangtoeslag als zij niet de volledige eigen bijdrage hadden betaald. Met het wetsvoorstel Proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag wordt in 2021 geregeld dat een ouder voortaan recht heeft op kinderopvangtoeslag naar rato van het bedrag aan kosten dat de ouder tijdig heeft betaald aan de kinderopvangorganisatie.

Veilig en gezond werken
Het kabinet werkt aan een Arbovisie 2040. De Tweede Kamer zal hierover een hoofdlijnennotitie ontvangen en daarnaast zal advies worden gevraagd aan de sociale partners in de SER.

In 2021 zal ook verder gewerkt worden aan verbetering van het proces van schadeafhandeling bij beroepsziekten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

In 2021 wordt werk gemaakt van de aanpak van burn-out, met extra aandacht voor thuiswerken en de consequenties daarvan voor de vitaliteit en het welbevinden van werkenden.

Vanuit het Meerjarenprogramma Risico- Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zullen bedrijven worden ondersteund bij het opstellen en naleven van de RIE om de naleving van deze verplichting te verbeteren.

Maatregelen re-integratie bij langdurige ziekte
Met het wetsvoorstel RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen wordt geregeld dat in 2021 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de toetsing van het re-integratieverslag (RIV-toets) door UWV.

De RIV-toets zal in 2021 volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Als werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie. Hiermee wordt onzekerheid voorkomen over het te voeren re-integratietraject voor werkgever en werknemer.

Positie arbeidsmigranten
De Wet arbeid vreemdelingen wordt herzien om de wet meer flexibel en toekomstbestendig te maken. Hierin past ook de wijziging dat een tewerkstellingsvergunning (twv) voor ten hoogste drie jaar kan worden verleend. Verder worden er wijzigingen doorgevoerd om de positie van werknemers te versterken en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Om startups in Nederland beter in staat te stellen om internationaal talent aan te trekken, wordt daarnaast een verblijfsregeling gecreëerd voor essentieel personeel van startups in de vorm van een driejarige pilot.

Het kabinet wil arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voor arbeidsmigranten verbeteren en daarmee concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegengaan. Zo komt er een complete en actuele woonregistratie van arbeidsmigranten. Verder worden extra eisen gesteld waarmee malafide uitzendbureaus uit de markt worden geweerd. Ook komt er één centraal informatieknooppunt waar arbeidsmigranten met vragen terecht kunnen.

Participatie mensen met beperking
Voor mensen met een beperking is het kabinet aan de slag gegaan met de aanpak Het Breed Offensief. Dat maakt het voor werkgevers eenvoudiger om mensen met een beperking in dienst te nemen en biedt mogelijkheden voor ondersteuning op maat.

Begin 2021 komt een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de Wet banenafspraak. Anticiperend op deze vereenvoudiging is het opleggen van de quotumheffing opgeschort tot uiterlijk 1 januari 2022.

Bestrijding armoede
Het kabinet wil een omslag in het denken over mensen met schulden. Betrokken partijen moeten beter samenwerken, bijvoorbeeld bij beslaglegging. Hiervoor wordt de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewijzigd, waarmee het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek een wettelijke basis krijgt. Ook wijzigt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Beide wetten zullen op 1 januari 2021 in werking treden.

Loonkostenvoordeel, LIV en Jeugd-LIV
Het LIV wordt omgevormd tot een loonkostenvoordeel voor potentieel kwetsbare jongeren (LKV jongeren). Daarnaast wordt het LKV banenafspraak structureel gemaakt. Zo worden werkgevers gestimuleerd om mensen met een (potentieel) kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te houden.

Jeugd-LIV compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon, die in 2017 en 2019 inging. Het Jeugd-LIV is met ingang van 2020 (uitbetaling 2021) al gehalveerd en wordt met ingang van 2024 (uitbetaling 2025) gestopt. Door de verlaging en afschaffing van het jeugd-LIV, ontvangen werkgevers voor werknemers van 18 tot 21 jaar respectievelijk vanaf 2020 een lagere bijdrage en vanaf 2024 geen bijdrage meer.  

Wajong wijzigt
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) bestaat met ingang van 2021 uit twee groepen jonggehandicapten: Wajongers met mogelijkheden tot arbeidsparticipatie en Wajongers die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

De groep met mogelijkheden tot arbeidsparticipatie bestaat uit jonggehandicapten die zijn ingestroomd vanuit de oude Wajong (tot 2010) en de Wajong2010 (2010 tot 2015). Voor deze groep staat arbeidsparticipatie centraal. Daarnaast zet de overheid in op inkomensondersteuning, waarbij (meer) gaan werken moet lonen. Sinds 2015 is er geen nieuwe instroom meer van jonggehandicapten met mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

De tweede groep heeft duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Deze groep bestaat ook uit mensen die vanuit de oude Wajong-situatie zijn ingestroomd. De overheid voorziet deze groep alleen van een inkomen. Zij hebben ook geen recht op arbeidsondersteuning.

© Auteursrecht: Personeelsnet Media BV, Rottredam

ZELF DOEN: Actuele HR-Tools voor 2021

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?