Personeelsnet

Werken waar je wil een recht? Geef uw mening online

Door de coronacrisis zijn veel meer mensen thuis gaan werken. De verwachting is dat in de toekomst thuiswerken ‘normaler’ wordt, waarbij de werkweek zal bestaan uit een combinatie van thuiswerken en werk op kantoor. Een nieuwe wet geeft de werknemer straks meer rechten om te werken op de plek waar hij/zij dat graag wil. Dat kan thuis zijn, maar juist ook op kantoor of een andere arbeidslocatie.

In het voorstel van de Wet werken waar je wil wordt geregeld dat de werknemer een verzoek kan doen om de arbeidsplaats aan te passen. Dan kan dan op eenzelfde manier als een Wfw-verzoek voor  aanpassing van de arbeidsduur of werktijd.

Het wetsvoorstel is een initiatief van de partijen GroenLinks en D66 en is nu vrijgegeven voor internetconsultatie. Iedereen die dat wil, kan nu dus een reactie geven op de conceptwet.

Coronacrisis is inspiratie voor de wet
Na de ervaringen met thuiswerken tijdens de coronacrisis, willen de initiatiefnemers werknemers meer keuzevrijheid bieden in de keuze van hun werkplek. De nieuwe regels moeten sturing geven aan het gesprek tussen werknemer en werkgever over de mogelijkheden om de arbeidsplaats aan te passen. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de werksituatie.

De positie van de werknemer wordt steviger, doordat afwijzing van het verzoek om thuis (of op de arbeidslocatie) te werken moet worden gemotiveerd. Afwijzing kan alleen plaatsvinden wanneer sprake is van zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Dit gaat dus zowel over het verzoek om thuis te werken, maar zeker ook over de dagen die op werklocatie mogen worden gewerkt.

Aanpassing Wet flexibel werken
Het wetsvoorstel betekent een wijziging van de Wet flexibel werken (Wfw). De bedoeling is dat het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats op eenzelfde manier wordt behandeld als een verzoek om aanpassing van de werktijd of arbeidsduur.

Een verzoek moet schriftelijk worden ingediend, bijvoorbeeld per brief of per e-mail. De werknemer hoeft het verzoek niet te motiveren. In het verzoek moet zijn aangegeven op welk moment het verzoek ingaat. Het verzoek dient ten minste twee maanden vóór de beoogde ingangsdatum worden gedaan. De werkgever moet een maand voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk reageren. Tevens is de werkgever verplicht om over het verzoek met de werknemer in overleg te treden.

Bij geschillen naar de rechter
De werkgever kan zich bij een zwaarwegend belang niet beroepen op de situatie tijdens de coronacrisis. Het kan bijvoorbeeld best zijn dat een werknemer toen constant vanuit huis heeft gewerkt en dat het goed is verlopen, maar het is geen normale situatie die voor altijd kan duren als de werknemer dat niet wil. Als een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats door de werkgever op basis van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen wordt afgewezen, kan de werknemer naar de rechter stappen.

Overigens is het denkbaar dat de werkplekkeuze wordt geregeld in de cao. De initiatiefnemers roepen vakbonden werkgevers op om een regeling daarvoor in de cao’s op te nemen.

Kleine werkgevers uitgezonderd
Net als voor arbeidsduur en werktijd, is de regeling niet van toepassing voor werkgevers met minder dan 10 werknemers. De initiatiefnemers begrijpen dat de aanpassing van de arbeidsplaats voor een kleine werkgever vaker verregaande of ingrijpende gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.

MIS NIKS: Abonneer je op de gratis Personeelsnet-nieuwsbrief

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?