Contractencarrousel aangepakt: ‘wachttijd van vijf jaar na drie arbeidscontracten’

Het kabinet gaat werknemers met tijdelijke arbeidsovereenkomsten en oproepcontracten meer zekerheid bieden. Na een reeks van drie contracten bij dezelfde werkgever, moet er straks vijf jaar worden gewacht voordat een nieuw tijdelijk contract kan worden aangeboden. Deze lange, nieuwe wachttijd gaat ook gelden voor ingehuurde uitzendkrachten. Verder wil minister van Gennip (SZW) oproepcontracten vervangen door nieuwe ‘basiscontracten’ met een minimum aantal uren en inkomen. Het werken met zelfstandigen die eigenlijk werknemer zijn, gaat de minister ook aanpakken. Er komt een scherpere definitie van het begrip arbeidsrelatie en ook een minimumtarief voor zzp’ers van 30-35 euro. Als dat gebeurd is, gaat de Belastingdienst ook de Wet DBA weer handhaven.

De uitbreiding van de ketenregeling moet werknemers eerder aan een vaste baan helpen. Dit zou blijken uit een conceptbrief met arbeidsmarktmaatregelen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar de Volkskrant uit citeert.

Veel van de plannen in de conceptbrief zijn overigens niet nieuw. Veel voorstellen zijn in de afgelopen jaren door talrijke adviescolleges in één of andere vorm voorgesteld. Maar minister Van Gennip lijkt hier nu als eerste serieus mee aan de slag te gaan.

Opnieuw wijziging ketenregeling
Verschillende kabinetten hebben al eerder geprobeerd om mensen met flexbanen meer zekerheid te geven, vaak ook met de belofte aan werkgevers dat ‘vast dan minder vast wordt’. Als gevolg daarvan is de ketenregeling voor tijdelijke contracten al enkele keren aangepast. Momenteel mag een werkgever drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten aangaan met dezelfde werknemer, voordat recht ontstaat op een vierde vast contract, ofwel een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Als de werkgever dezelfde werknemer opnieuw een tijdelijk contract wil aanbieden, moet daar een wachttijd tussen zitten van minimaal 6 maanden. Daarna start de ketenregeling opnieuw. Deze carrousel van contracten wordt ook wel de ‘draaideurconstructie’ genoemd en daar wil de minister volgens de Volkskrant een einde aan maken. Want de krant meldt dat de wachttijd na het derde contract wordt verlengd naar een periode van 5 jaar.

Geen oproepcontract maar een basiscontract
Minister Van Gennip kondigt in de conceptbrief ook aan dat werkgevers geen oproepcontracten meer mogen sluiten. In plaats daarvan komt er een basiscontract met het minimaal te werken uren plus het inkomen. Buiten de afgesproken uren, kunnen werknemers nog een maximaal aantal uren worden ingezet. Werknemers kunnen een oproep weigeren die buiten de uren valt die in het contract zijn vastgelegd.

Het voorstel van de minister lijkt op de huidige praktijk waarin werknemer arbeid verricht op basis van een min/max-contract, waarin ook al afspraken staan over minimale en maximale werkuren plus een regeling om werknemers daarboven op piekuren in te kunnen zetten.
Sinds 1 augustus 2022 zijn overigens al de nodige wijzigingen voor flexwerk van kracht geworden.  Sindsdien moeten werkgevers in flexcontracten ook al referentiedagen en -uren aangeven waarop het werk moet plaatsvinden. Buiten die momenten hoeft de werknemer niet meer op het werk te verschijnen.

Schijnzelfstandigheid, Wet DBA
De krapte op de arbeidsmarkt heeft een aanzuigende werking gehad op het aantal zzp’ers. In sectoren als het onderwijs, de bouw en de zorg kozen werknemers ervoor om uit dienst te gaan om zich vervolgens te laten inhuren als zelfstandige in dezelfde sector. Zo hebben zij vaak een hoger inkomen, met meer persoonlijke vrijheid omdat ze zelf kunnen kiezen waar en wanneer ze willen werken. De andere kant is dat deze zelfstandigen minder premies afdragen en ook geen pensioen opbouwen, waardoor er later problemen kunnen ontstaan die de overheid dan op moet lossen.

Bovendien werken veel van deze zelfstandigen voor een beperkt aantal opdrachtgevers. Vaak maar voor één, die dan ook nog hun voormalige werkgever is. In feite hebben zij een arbeidsrelatie met de opdrachtgever als werknemer, omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden van zelfstandig ondernemerschap. Maar de wet die hierop toeziet, de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) bleek in de praktijk onwerkbaar. Er wordt een nieuwe poging gedaan om het begrip ‘arbeidsrelatie’ beter te omschrijven, zodat duidelijk is wie werknemer is en wie niet. Als dat gebeurd is, gaat de Belastingdienst de wet DBA weer handhaven en controleren of iemand daadwerkelijk zelfstandige is.

Minimumtarief voor zzp’er
Het kabinet haalt ook weer een oud plan uit de kast om een minimumtarief voor zzp’ers in te voeren. Dat maakt het duurder om zelfstandige ondernemers in te huren als koerier, magazijnmedewerker of schoonmaakhulp. Dan wordt het voor opdrachtgevers weer aantrekkelijker om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Een definitief bedrag is er nog niet, maar de minister zou denken aan een minimumtarief van 30 tot 35 euro.

Om de pil voor werkgevers te verzachten, werkt minister van Gennip ook aan een nieuwe regeling voor bedrijven die door onvoorziene omstandigheden minder werk hebben. Zij kunnen dan bij een omzetdaling van 20 procent een beroep doen op calamiteiten-WW.


BIJBLIJVEN VOOR HR: Wettelijke wijzigingen arbeidsvoorwaarden sinds 1 augustus 2022

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 280 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?