Werkgevers willen pensioen terug naar 65 jaar én flexibele AOW

Werkgevers worstelen met langer doorwerken en zijn groot voorstander van een flexibele AOW-leeftijd. Zij zien dat mensen met zware beroepen niet steeds langer gezond kunnen doorwerken. De manier waarop nu de AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting, roept weerstand op bij werkgevers. Zij maken zich zorgen over de consequenties van langer doorwerken.

Bedrijven maken zich zorgen over de beperkte inzetbaarheid van werknemers met gezondheidsklachten. Verder vragen werkgevers zich af of werknemers het lichamelijke wel aankunnen om tot op hoge leeftijd door te werken. Dat geldt niet alleen voor de werkgevers in de industrie, maar ook in andere sectoren. 

Dat schrijven onderzoekers Van Dalen, Henkens en Oude Mulders op MeJudice een discussieplatform voor economen. Zij maken daarbij gebruik van een enquête die het NIDI in december 2016- maart 2017 heeft uitgevoerd onder 1368 werkgevers.

Werkgevers willen pensioen terug naar 65 jaar
Vakbonden vragen al langer om een flexibel AOW, vooral voor mensen met zware beroepen, maar nu lijken werkgevers zich daar ook bij te voegen. Veel werkgevers vrezen dat werknemers met een zwaar beroep – denk aan lassers of stukadoors – de almaar verder opschuivende AOW-leeftijd niet halen en voortijdig arbeidsongeschikt raken.

Bij opvallend veel werkgevers is er een sterke hang om terug te gaan naar de oorspronkelijke AOW-leeftijd van 65 jaar (46 procent), terwijl ongeveer 1 op de vijf werkgevers zich schaart achter de huidige praktijk van de koppeling aan de levensverwachting (21 procent) en een derde van de werkgevers een middenpositie kiest (33 procent) door de optie van een vaste AOW-leeftijd van 67 jaar te kiezen.

Flexibele WAO wordt omarmd
Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse werkgevers tamelijk eensgezind zijn in hun omarming van de optie van een flexibele AOW-leeftijd. Meer dan driekwart van de ondervraagde werkgevers is hier ronduit voor. Opvallend is, dat daarbij , geen grote verschillen tussen sectoren zijn. Tegenstanders zijn er nauwelijks.

In sectoren waar het werk fysiek zwaar is, pleiten meer werkgevers voor een lagere AOW-leeftijd voor zware beroepen. Hoe groter de zorgen over de inzetbaarheid en belasting des te sterker de roep om een lagere AOW-leeftijd voor zware beroepen.

Meer maatwerk nodig
Deze cijfers doen vermoeden dat er op de werkvloer een grote behoefte is aan meer maatwerk in het pensioneringsproces, stellen de onderzoekers. ‘Waar de ene werknemer moeiteloos in staat moet worden geacht door te werken voorbij de AOW-leeftijd, zien werkgevers dat anderen moeite hebben het tot de AOW-leeftijd vol te houden.’

Een belangrijke vraag is hoe een lagere uittredingsleeftijd van minder draagkrachtigen wordt gefinancierd. Mensen met een laag inkomen en weinig pensioenopbouw, kunnen namelijk minder eenvoudig vervroegd uittreden.  Alternatief is, dat er herverdeling tussen inkomensgroepen plaatsvindt zodat een lagere AOW-leeftijd ook binnen het bereik van lagere inkomensgroepen komt te liggen. Dat kan door mensen met een hoger inkomen te laten bijdragen, of wellicht ook de werkgever. Dat zullen werkgevers niet graag willen; de arbeidskosten stijgen toch al door een vergrijzend personeelsbestand.

MIS NIKS: Abonneer je op de gratis Personeelsnet-nieuwsbrief

 

Doorsturen:

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?