Personeelsnet

BEWAREN: Dit zijn de wijzigingen voor HR in 2022

In 2022 komt er een vergoeding voor thuiswerken, zijn rookruimtes verboden en krijgen ouders 9 weken betaald ouderschapsverlof. Ook de Arbeidsinspectie komt weer terug, net als de ‘boete’ op te veel overwerk. Met welke andere wijzigingen moeten HR-professionals in 2022 nog meer rekening houden? Dit uitgebreide overzicht met de belangrijkste wijzigingen voor het HR-vakgebied, geeft u een antwoord op die vraag.

Ondanks de goede economische cijfers en de afnemende coronacrisis, zijn ook de komende periode nog maatregelen nodig om mensen en bedrijven te ondersteunen. Maar het kabinet is demissionair en kon op Prinsjesdag dus geen al te grootse plannen presenteren voor het komende jaar. Toch heeft het kabinet wel degelijk plannen voor 2022, die niet kunnen wachten. Verder is het heel goed mogelijk dat de Tweede kamer andere wijzigingen afdwingt tijdens de Algemene politieke beschouwingen, die gevolgen kunnen hebben voor de HR-praktijk.

Al met al, is de lijst met wijzigingen die Personeelsnet filterde uit de Rijksbegroting en het belastingplan voor 2022, toch nog indrukwekkend. Een overzicht met de belangrijkste wijzigingen voor HR-professionals in 2022, vindt u hieronder.

Einde van de coronasteun
Aan het eind van de coronacrisis, gaat het de meeste bedrijven weer goed en kampen sommige sectoren zelfs weer met een historische krapte op de arbeidsmarkt. Doorgaan met coronasteun verstoort de economie en daarom houdt het kabinet er per 1 oktober 2021 mee op. In het vierde kwartaal van 2021 blijven nog maar enkele regelingen uit het aanvullend sociaal pakket van kracht die doorlopen in 2022.

Komend jaar staat in het teken van de definitieve berekening van de NOW-subsidie. Werkgevers moeten er rekening mee houden dat ze wellicht een deel van de voorschotten moeten terugbetalen. Dit komt omdat het daadwerkelijk omzetverlies vaak afwijkt, bijvoorbeeld omdat het beter met de economie ging dan verwacht. Het UWV zal wel coulant omgaan met de terugbetalingstermijnen, belooft het kabinet.

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten
De verwachting is dat na de coronacrisis een grote groep werknemers weer deels op kantoor gaat werken, maar ook nog steeds een deel van de week thuis: het zogeheten hybride werken. Veel werkgevers willen een vergoeding geven voor de extra kosten voor het thuiswerken. Het kabinet gaat in 2020 een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling maken voor de vergoeding van bepaalde thuiswerkkosten. Het gaat daarbij om een forfaitair bedrag van maximaal € 2 per thuisgewerkte dag of een deel daarvan. Dit maakt het mogelijk dat deze vergoeding vrij van loonheffingen door de werkgever kan worden toegekend.

Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer naar de vaste werkplek van toepassing zijn.

De vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding van maximaal € 2 per thuiswerkdag kan dus worden toegepast als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt. Maar als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en het andere deel op de vaste werkplek werkt, kan maar één van de vrijstellingen worden toegepast. Wel kan nog een vergoeding voor een dienstreis worden toegekend op een thuiswerkdag.

Als de werkgever en werknemer vooraf afspraken maken over de werkplek op welke dagen, kan de werkgever op basis van die verhouding een vaste vergoeding toekennen voor zowel het thuiswerken als de reiskosten woon-werkverkeer.

Uitkering ouderschapsverlof Wet arbeid en zorg
De WAZO bundelt een aantal wettelijke verlofvormen, zoals het zwangerschaps- en bevallingsverlof, kraamverlof, aanvullend geboorteverlof, adoptie- en pleegzorgverlof, ouderschapsverlof en kort- en langdurend zorgverlof. Vaak bestaat er recht op (gedeeltelijke) loondoorbetaling of op een uitkering: zwangerschaps- en bevallingsuitkering, adoptie- en pleegzorguitkering, geboorteverlofuitkering.

Vanaf 2 augustus 2022 krijgen werknemers recht op een ouderschapsverlofuitkering gedurende 9 weken bij opname van ouderschapsverlof. Hiermee voldoet het kabinet aan een Europese richtlijn die meer evenwicht tussen werk en privéleven bevordert en de gelijke behandeling van vrouwen en mannen verbetert. De uitkeringen op grond van de WAZO worden uitgevoerd door UWV.

Einde tijdelijke verruiming vrije ruimte (COVID-19)
De vrije ruimte binnen de Werkkostenregeling (Wkr) wordt weer 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% van het restant van die loonsom erboven.

De tijdelijke verhoging van 3% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom vanwege de coronacrisis (voor extra vergoedingen), vervalt dus per 2022.

Aanpassing bijtelling voor emissievrije personenauto’s
De bijtelling voor volledig elektrische auto’s komt per saldo uit op 16% in 2022. De bijtelling voor emissievrije personenauto’s gaat vanaf 2022 in twee stappen omlaag. Dit betekent dat de vanaf 1 januari 2022 geldende korting van 6% op de bijtelling wordt toegepast op een catalogusprijs van € 35.000 en vanaf 2023 op een catalogusprijs van € 30.000.

Door de verlaging wordt de vraag in de zakelijke markt meer gestuurd naar goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Voor emissievrije en zonnecelauto’s met een waterstofmotor of op zonne-energie, geldt de beperking van de catalogusprijs niet.

Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden
Deze richtlijn moet voor 1 augustus 2022 worden ingevoerd. In het najaar van 2021 wordt een wetsvoorstel hierover aan de Tweede Kamer voorgelegd. De richtlijn heeft als doel om transparantere en beter voorspelbare werkgelegenheid te bevorderen. Ook moeten er betere levens- en arbeidsomstandigheden door komen.

Wijziging premies vast/flex – weer hoge premie bij veel overwerk
Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) financiert de WW-uitkeringen van private werkgevers. De Wet arbeidsmarkt in balans regelt dat er sinds 2020 twee premietarieven zijn binnen het AWf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden.

Het lage tarief wordt voor 2022 geraamd op 2,20 procent en het hoge tarief op 7,20 procent, beide 0,50 procentpunt lager dan in 2021. Het (gewogen) gemiddelde van de AWf-werkgeverspremie bedraagt dan 3,45 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober.

Het lijkt misschien aantrekkelijk om een vaste werknemer (met een lage premieafdracht) tóch flexibel in te zetten. Dat kan bijvoorbeeld met een klein vast contract en veel onregelmatig overwerk (met meer dan 30% overuren). Maar als dat gebeurt, moet de werkgever achteraf toch alsnog de hoge premie afdragen. Tijdens de coronacrisis is deze maatregel tijdelijk opgeschort, omdat er toen in sommige sectoren heel veel extra (over-)werk was. Maar vanaf 2022 treedt deze regeling weer in werking.

Evaluatie webmodule inhuur zelfstandigen
De webmodule voor de inhuur van zelfstandigen, is de afgelopen maanden getest. Bij zeventig procent van de opdrachten blijkt deze duidelijkheid te geven over de aard van het dienstverband, blijkt uit de evaluatie. Als de module beter wordt ingevuld, kan dat percentage nog omhoog. Maar de webmodule blijft voorlopig als voorlichtingsinstrument bestaan. De informatie wordt gebruikt ter verbetering van het instrument.

In de tussentijd blijft de Belastingdienst terughoudend met controles. Sancties volgen alleen bij  kwaadwillendheid of wanneer aanwijzingen niet binnen een redelijke termijn zijn opgevolgd.

Transitievergoeding MKB
Sinds 2021 hebben kleine werkgevers die hun onderneming stoppen vanwege pensionering of overlijden, recht op compensatie van de transitievergoeding.

Maar de compensatiemogelijkheid bij bedrijfsbeëindiging vanwege ziekte van de werkgever liep eerder vertraging op en zal daarom niet in werking treden voor de zomer van 2022.

Nieuwe regels grensoverschrijdende detachering in het wegvervoer
Volgens de Europese Mobiliteitsrichtlijn moeten er regels komen voor het grensoverschrijdend detacheren van buitenlandse chauffeurs naar Nederland. Deze regels moeten een evenwicht waarborgen tussen het verlenen van correcte arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming voor bestuurders, het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van ondernemers om grensoverschrijdende diensten in de wegvervoersector te kunnen verlenen.

Ook wordt de controle van de regels overal in Europa gelijkwaardig. Deze regels moeten in 2022 in Nederlandse wet- en regelgeving zijn omgezet.

Langere tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen (Wav)
De maximale duur waarvoor een tewerkstellingsvergunning verleend kan worden, wordt verlengd van één naar drie jaar. Verder worden er wijzigingen doorgevoerd om de positie van werknemers te versterken. De wijzigingen moeten op 1 januari 2022 ingaan.

Flexkrachten krijgen meer medezeggenschap
De Wet op de ondernemingsraden wordt in 2022 aangepast om flexkrachten meer bij de medezeggenschap te betrekken. Belangrijkst is dat de termijnen voor actief en passief kiesrecht worden verkort naar 3 maanden (was respectievelijk 6 en 12 maanden). Verder tellen uitzendkrachten eerder mee als ‘in de onderneming werkzame personen’ (van 24 naar 15 maanden).

Dit betekent dat een uitzendkracht al na 15 maanden medezeggenschapsrechten gaat opbouwen in de onderneming van de inlener en na 18 maanden actief en passief kiesrecht verwerft (15+3=18 maanden). Ook kan het zijn dat een ondernemer met veel uitzendkrachten eerder een OR moet instellen.

Stimulans arbeidsmarktpositie (STAP)
STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot € 1.000 aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het STAP-budget staat los van de arbeidsrelatie en is beschikbaar voor iedereen: niet alleen werknemers, ook zelfstandigen en werkzoekenden kunnen hier gebruik van maken.

Het STAP-budget vervangt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven. Hiermee kunnen burgers scholing inzetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. UWV en DUO gaan de regeling uitvoeren, die waarschijnlijk op 1 maart 2022 ingaat. 

NL leert door
Dit programma is opgezet voor mensen die in de problemen kwamen omdat zij door de coronacrisis ander werk moesten doen. Het programma bestaat uit drie subsidieregelingen: NL leert door met inzet van ontwikkeladvies, NL leert door met inzet van scholing en NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk. In 2022 is er nog budget voor de afronding van de tijdvakken van de regeling NL leert door met inzet van scholing (€ 25,6 miljoen) en voor de regeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk (€ 27 miljoen).

Duurzame inzetbaarheid
In 2020 is het meerjarige investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (MIP) opgezet. In 2022 lopen de activiteiten van het MIP door, met als doel om bewustwording te creëren en kennis (door) te ontwikkelen. Eind 2021 opent een subsidieregeling om praktijk- en wetenschappelijke kennis over duurzame inzetbaarheid beschikbaar te maken voor bedrijven, sectoren en organisaties. De beoordeling van aanvragen en subsidieverstrekking voor projecten zal naar verwachting in 2022 van start gaan.

Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden
Deze tijdelijke subsidieregeling komt voort uit het afgesloten pensioenakkoord. Het is een tijdelijke subsidieregeling die sectorale maatwerkafspraken faciliteert rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden. Komende jaren volgen voor sectoren drie tijdvakken om subsidie aan te vragen. Voor de jaren 2021 tot en met 2026 is 1 miljard euro beschikbaar.

Wetsvoorstel toekomst pensioenen
Het wetsvoorstel moet leiden tot een vernieuwd pensioenstelsel, waarbij de premie centraal staat en de uitkeringen sneller meebewegen met de economie. Hierdoor kunnen pensioenen van deelnemers en gepensioneerden sneller worden geïndexeerd. Het wetsvoorstel beschrijft daarnaast de kaders die moeten zorgen voor een evenwichtige transitie voor alle deelnemers naar het nieuwe stelsel. Ook bevat het wetsvoorstel een voorstel voor een hervorming van het nabestaandenpensioen.

Het gaat om lastige wetgeving, met grote gevolgen. Begin 2022 gaat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, zodat het nieuwe wettelijke en fiscale kader uiterlijk per 1 januari 2023 in werking kan treden.

Uitbreiding waardeoverdracht klein pensioen
Sinds 1 januari 2019 heeft de pensioenuitvoerder het recht om de waarde van een klein pensioen (minder dan € 503,24 bruto per jaar, bedrag 2021) over te dragen aan een andere uitvoerder. Het streven is om het voor pensioenuitvoerders vanaf 1 januari 2022 mogelijk te maken om alle soorten kleine pensioenen automatisch over te mogen dragen.

Als automatische waardeoverdracht niet mogelijk is, kan onder voorwaarden een klein pensioen worden afgekocht. Ook mogen dan nettopensioenen en nettolijfrentes worden afgekocht, zonder dat dit fiscaal als onregelmatige handeling wordt gezien.

LIV en jeugdLIV
Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) bestaat sinds 2017. Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers met als doel banen te creëren en te behouden voor werknemers aan de basis van de arbeidsmarkt. Met ingang van 2021 is de tegemoetkoming voor werkgevers per werknemer met een uurloon tussen de 100 en 125% van het minimumloon € 0,49 per uur en maximaal € 960 per kalenderjaar. Omdat het LIV bedoeld is om substantiële banen te creëren, behoren werknemers alleen tot de LIV-doelgroep als zij minimaal 1.248 uur per jaar gewerkt hebben.

Het minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) bestaat sinds 2018. Het is geïntroduceerd ter compensatie van de verhoging van het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 en per 1 juli 2019. Het Jeugd-LIV compenseert werkgevers tijdelijk voor deze loonkostenstijgingen. Het Jeugd-LIV is met ingang van 2020 (uitbetaling 2021) gehalveerd en wordt met ingang van 2024 (uitbetaling 2025) afgeschaft. Door de verlaging en afschaffing van het jeugd-LIV ontvangen werkgevers voor werknemers van 18 tot 21 jaar respectievelijk vanaf 2020 een lagere bijdrage en vanaf 2024 geen bijdrage meer voor de hogere loonkosten door de verhoging van het minimumjeugdloon per 2017 en 2019. Daarnaast dalen de uitgaven door de verlaging van de leeftijd die recht geeft op het reguliere minimumloon per 1 juli 2019, waardoor jongeren van 21 of jaar ouder niet meer in het Jeugd-LIV vallen

Arbovisie 2040
In 2022 wordt een nieuwe lange termijnvisie op het arbobeleid vastgesteld: de Arbovisie 2040. Belangrijke onderwerpen zijn preventie, het verbeteren van de arbeidsgerelateerde zorg en de verbinding daarvan met de reguliere zorg en het verbeteren van de naleving. De concept Arbovisie wordt in 2022 na advies van de SER vastgesteld.

Arbeidsinspectie keert terug
De Inspectie SZW krijgt per 1 januari 2022 een nieuwe (maar toch vertrouwde) naam, namelijk: Nederlandse Arbeidsinspectie. De Inspectie SZW werd in 2012 gevormd door samenvoeging van de Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, maar in de volksmond bleef het toch de Arbeidsinspectie.

Advies bedrijfsarts leidend bij toets op re-integratieinspanningen
Het wetsvoorstel waarmee het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op de re-integratieinspanningen door UWV, is controversieel verklaard en kan dus niet worden behandeld door het parlement. Als het wetsvoorstel weer in behandeling wordt genomen, is invoering op zijn vroegst mogelijk per 1 juli 2022.

Geen rookruimtes meer per 2022
Per 1 januari 2022 geldt het rookverbod voor alle ruimtes, gebouwen en inrichtingen waar gewerkt wordt. Daarom moeten rookruimtes verdwijnen. Deze waren sinds 1 juli van het huidige jaar al afgeschaft in overheidsgebouwen.

Tegemoetkoming beroepsziekten gevaarlijke stoffen
Er komt een regeling waarmee slachtoffers van ‘stoffengerelateerde beroepsziekten’ tegemoet worden gekomen. Het streven is dat de regeling 1 juli 2022 van start gaat. Het doel van de regeling is een maatschappelijke erkenning van (ex-)werkenden die ziek zijn geworden door hun werk als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Breed Offensief
Om de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een Breed Offensief gelanceerd met maatregelen om meer mensen met een beperking aan werk te helpen. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie (LKS), het bevorderen van ondersteuning op maat, en het werken lonender maken voor mensen met een beperking. Daarnaast wordt de financiering van gemeenten voor LKS gewijzigd.

Voor een aantal van de voorstellen is een wetswijziging noodzakelijk, maar die mag het demissionaire kabinet niet indienen van de Tweede Kamer. Het streven is dat het wetsvoorstel op 1 juli 2022 wel kan worden ingevoerd.

Wet banenafspraak
De Staatssecretaris van SZW heeft al in november 2018 een vereenvoudiging van de Wet banenafspraak aangekondigd. De wet heeft als doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers. Maar het wetgevingsproces voor de vereenvoudiging is sterk vertraagd, waardoor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 onmogelijk is geworden. Om ervoor te zorgen dat een nieuw kabinet een eigen afweging kan maken over een nieuwe vormgeving van de banenafspraak, is besloten om het wetsvoorstel voorlopig niet meer in te dienen bij de Tweede Kamer.

Wajong
Met ingang van 1 januari 2021 is de Wet Vereenvoudiging regelgeving Wajong in werking getreden. De wet regelt dat meer (gaan) werken loont, dat Wajongers altijd terug kunnen vallen op de Wajong en dat Wajongers hun uitkering behouden als zij onderwijs (gaan) volgen.

Met ingang van 2021 zijn er twee groepen in de Wajong: een groep met mogelijkheden voor arbeidsparticipatie en een groep die duurzaam geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie heeft. Een rapportage met een eerste analyse van gevolgen van de wetswijziging volgt na de zomer van 2022.

Zorgpremie 2022
het kabinet houdt rekening met een stijging van de gemiddelde nominale zorgpremie in 2022 van € 1.478 naar € 1.509.

Koopkracht 2022
Ondanks de economische voorspoed, blijft de koopkracht van de meeste Nederlanders in 2022 gemiddeld gelijk (+0,1%). Van alle onderscheiden doelgroepen, gaan de alleenverdieners er als enigen gemiddeld iets op achteruit (-0,1%).

Bij de berekening van de koopkracht wordt met een scala aan factoren rekening gehouden. Zo gaan de cijferaars uit van een contractloonstijging van 2,2% in de markt en een stijging van de consumentenprijzen met 1,8%. Ook zijn er kleine verschuivingen in de belastingen waar rekening mee is gehouden.

© Auteursrecht: Personeelsnet Media BV, Rotterdam

Actuele HR-modellen: compleet, duidelijk en direct klaar voor gebruik

HR-beleidsplan: 10 bouwstenen voor strategisch HRM beleid 

Opleidingsplan: vul de Checklist in en maak zelf uw Opleidingsbeleid 

Hybride werken: gebruik deze leidraad om het goed te organiseren 

Ziekteverzuim aanpakken: slim verzuimbeleid zorgt voor lagere kosten 

Alle Modellen, Tools en Downloads voor HR-professionals vindt u hier

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?