Personeelsnet

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog, pensioenfondsen krijgen klappen

De AOW-leeftijd gaat in 2024 niet verder omhoog. In dat jaar ontstaat recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd gelijk in 2022, 2023 en 2024. Dit besluit komt op de dag waarop blijkt dat pensioenfondsen forse verliezen hebben geleden door een lage rente en dalende aandelen. Dat is slecht nieuws voor het pensioenakkoord dat minister Koolmees wil sluiten met de vakbonden en werkgevers.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de AOW-leeftijd berekend op basis een raming van door het CBS. De AOW-leeftijd is nu 66 jaar, volgend jaar 66,4 jaar. Tot 2022 gaat de AOW stapsgewijs omhoog.

Levensverwachting blijft wat achter
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2022 automatisch aangepast aan de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Eventuele verhoging wordt vijf jaar van te voren aangekondigd. Indien nodig geeft dit mensen de tijd om bijvoorbeeld extra te sparen voor hun (aanvullend) pensioen.

De levensverwachting stijgt weliswaar enigszins in 2024, maar niet zoveel dat de AOW-leeftijd moet worden aangepast. Afgelopen jaren werd de AOW-leeftijd in 2022 en 2023 ook vast gesteld op 67 jaar en drie maanden. De levensverwachting blijft op langere termijn wel stijgen, maar de stijging verloopt niet gelijkmatig.

Pensioenfondsen krijgen forse klappen in oktober
De aankondiging over de pensioenleeftijd valt samen met het bericht dat de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in oktober met een forse 3 procentpunt gedaald van 110% naar 107%. Dit komt door verliezen op de aandelenbeurzen en dalende rente. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, bleef nog wel stabiel op 109%.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon,  adviesbureau op het gebied van risk, retirement en health. De thermometer houdt dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bij. In september leek er nog perspectief te zijn voor de pensioenen, maar de klappen van oktober zijn een forse tegenvaller. Fondsen die uit de gevarenzone leken te zijn, zitten daar nu weer middenin, constateert Aon.

Rente belemmering voor pensioenakkoord
Ondertussen lijken de onderhandelingen over het pensioenakkoord vast te zitten op discussie over de rente. De bonden stellen dat de pensioenfondsen prima rendementen maken, maar dat de rekenrente te laag is. Ze willen daarom overstappen naar de Europese rente UFR (EIOPA UFR). Dat zou al gauw een verbetering van de gemiddelde dekkingsgraad betekenen van maar liefst 2,5%. Vooralsnog lijkt minister Koolmees vast te houden aan de huidige rentemethodiek. De bonden hebben al aangegeven bereid te zijn tot acties mocht de rente tot een breuk in de onderhandelingen leiden.

Voor de fondsen blijft het spannend hoe het nieuwe pensioencontract eruit gaat zien, juist nu de kortingsdreiging voor een aantal fondsen weer op tafel ligt. Een verbetering van de dekkingsgraad met 2,5% kan zomaar het verschil maken.

Fragiel herstel van pensioenfondsen
“De klappen op de beurzen van deze maand laten zien hoe fragiel het herstel van de fondsen is. Gevoelsmatig lijken zij weer terug bij af en de kortingsdreiging voor een aantal pensioenfondsen ligt weer op tafel,” zegt Frank Driessen, Chief Executive Officer van Aon Retirement & Investment.

Volgens Driessen moeten pensioenfondsen zich voorbereiden op een periode van grote onzekerheid. Want eventuele kortingen, naast het gemis aan indexatie, komt de beeldvorming over het pensioenstelsel niet ten goede, waarschuwt Driessen: “Wij hopen dat de onderhandelingen over ons pensioenstelsel snel tot een concreet resultaat leiden.”

MIS NIKS: Abonneer je op de gratis Personeelsnet-nieuwsbrief

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?