Thuiswerken, telewerken en mobiel werken: zoek de verschillen

Wat we doorgaans Het Nieuwe Werken noemen, krijgt veel aandacht. Toch zijn er maar weinig werknemers die hiervan gebruik maken. Zo heeft tijd- en plaatsonafhankelijk werken nog slechts “op bescheiden schaal ingang gevonden”. Dat schrijft het CBS in een studie op basis van alle mogelijke statistieken die het heeft verzameld in 2010.

Slechts drie van de tien werknemers verrichten incidenteel thuis werkzaamheden voor de werkgever. 16% werkt geregeld buiten de bedrijfsvestiging en heeft daarbij als telewerker toegang tot de bedrijfssystemen.

Minstens zo interessant als de cijfers zijn de definities die het CBS hanteert. Want thuiswerken is volgens onze nationale statistieken-verzamelaar niet hetzelfde als telewerken. En mobiel werken is weer wat anders.

Thuiswerken en telewerken
Zowel bij thuiswerken als bij telewerken doet de werknemer zijn werk niet vanaf een vaste werkplek bij de werkgever.
Bij thuiswerken werkt de werknemer vanuit de eigen woning. Het is daarbij niet nodig dat de werknemer toegang heeft tot de informatiesystemen van de werkgever.
Voor telewerken is dit, volgens de definitie van het CBS, juist wel een voorwaarde.

7% werkt structureel thuis
Drie van de tien werknemers werkt incidenteel thuis. Gemiddeld doen zij dit ruim zes uur per week.
Slechts 7% van de werknemers werkt structureel thuis. De meesten van hen werken op verschillende locaties en gebruiken daarbij hun eigen woning als basis.
Vooral in de informatie- en communicatiesector wordt veel structureel thuis gewerkt (19%). Werknemers vanaf 35 jaar werken het meest structureel thuis, bijna 8%. Van de jongste werknemers werkt minder dan 2% thuis. Hoog opgeleiden werken vier keer zo vaak thuis als laag opgeleiden.

16% maakt gebruik van telewerk-faciliteiten
16% van de werknemers maakt gebruik van telewerk-faciliteiten om toegang te krijgen tot de informatiesystemen van het bedrijf. Dit komt met 35% het meest voor bij leidinggevenden en bij beroepen die het CBS “vakspecialisten” noemt: architecten, ingenieurs, systeemanalisten en kunstenaars.
Bij bedrijven met meer dan 1.000 werknemers is 25% telewerker. Bij bedrijven tot 50 werknemers is dit slechts 10 tot 13%.

10% werkt mobiel
10% van de werknemers is een mobiele werker. In de definitie van het CBS zijn dat “medewerkers die geregeld voor het eigen werk een draagbaar apparaat met ten minste 3G-technologie gebruiken voor toegang tot internet”. Volgens deze definitie is er dus overlap mogelijk tussen mobiel werken en telewerken. Dat is afhankelijk van de apparatuur die de werknemer gebruikt.
De meeste mobiele werkers zijn te vinden in de informatie en communicatie. Het minst mobiel werkt de industrie.

Deze en veel andere cijfers zijn te vinden in de CBS-publicatie: ‘Tijd- en plaatsonafhankelijk werken in 2010’.

Doorsturen:

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?