Uitzendkrachten hebben recht op gelijkwaardig loon, maar worden nog te vaak ingedeeld als ‘algemeen medewerker’, terwijl zij in werkelijkheid specifieke werkzaamheden uitvoeren. Daardoor ontvangen deze uitzendkrachten een te laag salaris. De stichting die controleert of de cao voor uitzendwerk goed wordt toegepast, waarschuwt uitzendbureaus én werkgevers daarom dat zij de functie-indeling van uitzendkrachten zorgvuldig moeten controleren.
De SNCU kan boetes opleggen en schadevergoedingen vorderen. Ook kan de toezichthouder nabetaling van loon eisen en via de rechter nakoming of dwangsommen afdwingen.
Probleem vooral bij grotere bedrijven
Het probleem speelt vooral in de glastuinbouw, bouw, logistiek en metaal. Uitzendkrachten krijgen daar volgens de stichting geregeld een brede functieomschrijving als ‘algemeen medewerker’, terwijl hun feitelijke werkzaamheden veel specifieker zijn.
Bij een klein bedrijf, waar enkele medewerkers verschillende werkzaamheden combineren, kan zo'n brede functieomschrijving volgens de SNCU nog wel begrijpelijk zijn. Maar bij grotere organisaties met bijvoorbeeld 50 tot 60 medewerkers, zijn taken en verantwoordelijkheden doorgaans duidelijker afgebakend. Dat moet dan ook voor uitzendkrachten gelden die een specifieke taak uitoefenen.
Kijk naar het werk dat iemand werkelijk doet
Voor de functie-indeling moet daarom goed worden gekeken naar de werkzaamheden die de uitzendkracht in de praktijk uitvoert. Iemand die op een heftruck rijdt of vaktechnische werkzaamheden in de metaal uitvoert, moet niet automatisch als algemeen medewerker worden beschouwd.
Want een verkeerde functie-indeling kan rechtstreeks gevolgen hebben voor het loon. Een uitzendkracht die te laag wordt ingedeeld, kan daardoor minder betaald krijgen dan waarop hij of zij recht heeft. Als de uitzendkracht op de heftruck zit, is hij/zij dus geen algemeen medewerker, maar een heftruckchauffeur met de bijbehorende functiegroep en beloning.
Ook aandachtspunt voor de inlener
De oproep van de SNCU richt zich niet alleen tot uitzendbureaus, maar ook tot organisaties die uitzendkrachten inhuren. Juist de inlener weet immers welke werkzaamheden iemand daadwerkelijk op de werkvloer verricht. De SNCU ziet sinds 2024 een toename van het aantal vragen en signalen over verkeerde functie-indelingen. Volgens de stichting is een correcte inschaling een essentieel onderdeel van de naleving van de cao voor uitzendkrachten.
Voor HR betekent dit dat het verstandig is om niet uitsluitend af te gaan op de functienaam die bij de inhuur is vastgelegd. De SNCU adviseert om functiebeschrijvingen periodiek te vergelijken met de werkzaamheden die uitzendkrachten daadwerkelijk uitvoeren en met de geldende inleenbeloning. Daarmee kunnen werkgevers en uitzendorganisaties voorkomen dat een uitzendkracht verkeerd wordt ingedeeld en achteraf alsnog recht blijkt te hebben op achterstallig loon.