Oudere werknemer verwacht hulp om inzetbaar te blijven, maar wil niet omscholen

Ruim de helft van de mensen (56%) wil in aanloop naar hun pensioen minder gaan werken. Maar salaris inleveren of omscholing om inzetbaar te blijven, zien veel werknemers niet zo zitten. Gemiddeld willen zij de laatste 4,5 jaar voor hun AOW-leeftijd gaan afbouwen.

In de periode tot het pensioen, is het salaris nog steeds de belangrijkste inkomstenbron voor werknemers (38%), voor 21% is dat spaargeld. Een kwart (23%) van de werknemers die minder willen gaan werken, denkt erover om dit te bekostigen door hun pensioen gedeeltelijk naar voren te halen.

Dit zijn bevindingen uit onderzoek van Wijzer in geldzaken onder ruim 1.000 Nederlanders tussen 55 en 67 jaar in loondienst. 

Minder uren werken
De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren verhoogd en zal de komende jaren verder stijgen. Eén van de manieren om het werken vol te houden tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, is om in aanloop naar het pensioen minder uren te gaan werken.

Ruim tweederde wil graag eerder stoppen met werken of in aanloop naar de AOW- leeftijd minder uren te gaan werken.

Driekwart verwacht hulp van werkgever
Van de oudere werknemers verwacht 77% dat de werkgever het mogelijk maakt om langer door te werken tot hun pensioenleeftijd. Een klein deel van de oudere werknemers praat over (werken tot) het pensioen met zijn werkgever.

Hoewel meer dan de helft van de werknemers zijn werk als fysiek of mentaal belastend ervaart, heeft slechts 23% weleens met zijn werkgever gesproken over de invulling van zijn werk en de inzetbaarheid tot aan de pensioenleeftijd. Gezondheid en werkplezier zijn volgens werknemers de sleutel tot langere inzetbaarheid. 53% van de 55+ers onderneemt zelf concrete acties om fysiek inzetbaar te blijven.

Niet goed voorbereid op langer doorwerken
Werknemers die hun werk als fysiek belastend ervaren, doen zelf relatief weinig om langer doorwerken mogelijk te maken. Er wordt pas in een laat stadium gesproken over werk en inzetbaarheid in de laatste jaren voor de pensioenleeftijd. Ook worden pas op latere leeftijd acties ondernomen om inzetbaar te blijven.

Het lijkt erop dat het voor hen financieel gezien moeilijker is om minder te gaan werken of eerder te stoppen. Degenen die dit willen, verwachten dit dan ook pas relatief dicht tegen de AOW-leeftijd te doen. Voor de werknemers die hun werk als fysiek belastend ervaren speelt de werkgever een belangrijke rol. De werknemers vinden het belangrijk dat de werkgever aangepast werk en de mogelijkheid om minder uren te gaan werken biedt.

Liever geen scholing om inzetbaar te blijven
Opvallend is dat werknemers veel van hun werkgever verwachten op het gebied van inzetbaarheid, maar er zelf weinig voor voelen voor om zich aan het einde van hun loopbaan nog om te scholen of van baan te veranderen om inzetbaar te blijven.

Tweederde van de ondervraagden is wel bereid om in het laatste deel van hun werkzame leven een stapje terug te doen in de aard van hun werkzaamheden, maar als dit minder salaris betekent is demotie nog voor slechts 26% een optie.

Deeltijdpensioen kan uitkomst bieden
Twee vijfde van de werknemers die minder willen gaan werken, denkt gebruik te maken van het deeltijdpensioen. Hierbij krijgt men voorafgaand aan de pensioenleeftijd al een stukje van het pensioen uitgekeerd, waardoor het financieel haalbaar wordt om minder uren te werken.

Slechts vier op de tien 55- 67-jarigen weet wat deeltijdpensioen inhoudt. Na uitleg verwacht 26% van de oudere werknemers hier gebruik van te maken, maar 42% denkt niet aan deeltijdpensioen. Redenen die worden genoemd zijn onder andere dat zij de financiële consequenties te groot vinden, te weinig pensioen hebben opgebouwd of het nog te leuk vinden om te werken.

MIS NIKS: Abonneer je op de gratis Personeelsnet-nieuwsbrief

Doorsturen:

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?