Werkgevers krijgen vanaf 1 januari 2027 geen compensatie meer voor betaalde transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging van de werkgever. Dat geldt voor alle werkgevers, dus ook voor kleine werkgevers waarvoor de compensatieregeling eerst nog zou blijven bestaan.
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarvoor een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het kabinet kiest er dus voor om alle compensatieregelingen volledig af te schaffen. Eerder lag er al een wetsvoorstel om de compensatie bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers. Het kabinet-Jetten gaat nu een stap verder en schrapt de regelingen volledig.
Einde compensatie na twee jaar ziekte
Werkgevers zijn verplicht een transitievergoeding te betalen aan werknemers die na langdurige arbeidsongeschiktheid worden ontslagen of van wie het tijdelijke contract niet wordt verlengd. Sinds 2020 konden werkgevers deze vergoeding onder voorwaarden terugkrijgen van UWV.
Aan die mogelijkheid komt per 1 januari 2027 een einde. Vanaf dat moment dragen werkgevers de kosten van de transitievergoeding weer volledig zelf. Ook de compensatieregeling voor werkgevers die hun onderneming beëindigen vanwege pensionering of overlijden verdwijnt definitief.
Afschaffing levert miljoenen op voor rijksbegroting
De afschaffing vloeit voort uit het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten. Volgens het kabinet draagt de maatregel bij aan houdbare overheidsfinanciën, want het is een dure compensatieregeling.
Uit de toelichting blijkt dat de samenvoeging van de verschillende wetsvoorstellen een flinke besparing oplevert. Tegelijkertijd waarschuwt het ministerie dat vertraging van de invoering grote financiële gevolgen heeft. Een uitstel van een half jaar zou volgens de stukken leiden tot een extra besparingsverlies van ongeveer € 344 miljoen, exclusief uitvoeringskosten.
Hervorming transitievergoeding in voorbereiding
Het kabinet kijkt daarnaast naar een bredere hervorming van de transitievergoeding. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de regeling meer gericht moet worden op begeleiding van werk naar werk.
Daarbij wordt onderzocht of werkgevers die aantoonbaar investeren in:
in de toekomst mogelijk een lagere of zelfs geen verplichting meer krijgen om een transitievergoeding te betalen. Concrete voorstellen hiervoor zijn nog niet bekendgemaakt; mogelijk worden die onderdeel van een sociaal akkoord waar werkgevers en vakbonden nu achter de schermen aan werken.
Gevolgen voor werkgevers
Voor werkgevers betekent de voorgenomen wetswijziging dat de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid vanaf 2027 kunnen toenemen. Vooral organisaties met oudere werknemers of relatief veel langdurig verzuim verliezen daarmee een belangrijke compensatiemogelijkheid.
Tegelijkertijd wordt de nadruk nog sterker gelegd op:
|
Onderwerp |
Huidige situatie |
Vanaf 1 januari 2027 |
|
Compensatie transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid |
Werkgever kan compensatie aanvragen bij UWV |
Regeling vervalt |
|
Compensatie bij bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden |
Mogelijkheid tot compensatie |
Regeling vervalt |
|
Kosten transitievergoeding |
Deels te compenseren |
Volledig voor rekening werkgever |
|
Hervorming transitievergoeding |
Huidige regeling |
Kabinet onderzoekt koppeling aan scholing en re-integratie |
Geldt de afschaffing voor alle werkgevers?
Ja. Het kabinet wil beide compensatieregelingen volledig afschaffen voor zowel kleine als grote werkgevers.
Wanneer gaat de wijziging in?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Kan een werkgever daarna nog compensatie aanvragen?
Nee, voor nieuwe gevallen na de ingangsdatum vervalt de compensatiemogelijkheid.
Waarom schaft het kabinet de regeling af?
Volgens het kabinet draagt de maatregel bij aan houdbare overheidsfinanciën en past deze binnen de afspraken uit het coalitieakkoord.
Komt er een nieuwe regeling voor terug?
Niet direct. Wel onderzoekt het kabinet een bredere hervorming van de transitievergoeding waarbij investeringen in scholing, omscholing en re-integratie mogelijk worden meegewogen.