Wijzigingen voor HR in 2027: dit moeten HR-professionals weten

In het jaar 2027 krijgen werkgevers en HR-afdelingen opnieuw een flink pakket aan wijzigingen voorgeschoteld. Het minimumjeugdloon gaat omhoog, werkgevers krijgen te maken met hogere premies voor arbeidsongeschiktheid en ziekte en ook op het terrein van flexwerk, zzp en arbeidsvoorwaarden wijzigt van alles. Tegelijk zijn verschillende grote hervormingen van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid uitgesteld of nog niet definitief. Het kabinet heeft geen meerderheid in het parlement en zoekt daarom steun bij oppositiepartijen en sociale partners. Personeelsnet zet de belangrijkste wijzigingen en plannen voor 2027 op een rij en kijkt daarbij ook vooruit naar 2028 en later.

Door: Redactie Personeelsnet

Het kabinet is ongeveer een half jaar bezig, dus de eerste begroting geeft nu pas écht zicht op plannen die het kabinet de komende jaren wil gaan realiseren. Werkgevers en HR-professionals moeten zich in 2027 daarom ook voorbereiden op wetgeving die later ingaat. Voor veel plannen is steun van andere partijen nodig. Ook hoopt het kabinet afspraken te maken met werkgevers en vakbonden in een nieuw sociaal akkoord. Hierdoor kunnen de gepresenteerde plannen ook nog wijzigen. 
Werkgevers en HR-adviseurs moeten het actuele HR-nieuws dus goed in de gaten blijven houden!

Wijzigingen belastingmaatregelen en Werkkostenregeling

  • De vrije ruimte in de Wkr wordt iets groter. Het percentage over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2,00% naar 2,16%. Boven € 400.000 blijft het percentage 1,18%.

  • De onbelaste reiskostenvergoeding wordt structureel verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze wijziging geldt al met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Dit betekent niet dat werkgevers automatisch € 0,25 moeten betalen, maar de fiscale ruimte is er dus wel.

  • De belastingvrije personeelskorting vervalt als aparte regeling. Nu kan een werkgever werknemers onder voorwaarden maximaal 20% korting op producten uit het eigen bedrijf geven, tot maximaal € 500 per werknemer per jaar. Deze afzonderlijke vrijstelling vervalt per 1 januari 2027.

  • Personeelskorting op eigen producten kan nog wel, maar dan uit de vrije ruimte.

  • Gerichte vrijstelling voor scholing blijft permanent bestaan. Er komt dus geen einddatum voor deze vrijstelling.

  • De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s is aangescherpt. De werkgever betaalt een eindheffing van 12% per jaar over de cataloguswaarde van zakelijke brandstof- en hybride-auto's die werknemers ook privé gebruiken. Voor een vervangende auto wegens onderhoud of reparatie gedurende de eerste 14 dagen geen pseudo-eindheffing.

    Ook komt er een beperkte uitzondering voor een fossiele auto die niet meer dan zeven dagen per kalenderjaar mede voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld. Het bestaande overgangsrecht voor de pseudo-eindheffing wordt verlengd van 17 september 2030 naar 31 december 2030.

Werkgevers betalen hogere premies voor arbeidsongeschiktheid

  • De Aof-premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds stijgt naar 6,67 procent voor kleine werkgevers en 8,03 procent voor grotere werkgevers. De stijging hangt onder meer samen met de in het coalitieakkoord afgesproken vrijheidsbijdrage voor bedrijven. Dit is een extra belasting om de hogere uitgaven voor defensie te helpen bekostigen.
    Opvallend is dat een deel van de verhoging oorspronkelijk samenhing met de voorgenomen verhoging van het eigen risico in de zorg. Daardoor zouden zorgpremies voor bedrijven minder hard stijgen en zou ter compensatie de Aof-premie worden verhoogd. Maar hoewel het kabinet de verhoging van het eigen risico in 2027 heeft uitgesteld, is de bijbehorende verhoging van de Aof-premie niet teruggedraaid.

  • Ook de gemiddelde premie voor de Werkhervattingskas (Whk) stijgt. Deze komt in 2027 uit op 1,67 procent, 0,15 procentpunt meer dan in 2026. De stijging komt voornamelijk door hogere geraamde uitkeringslasten voor de WGA en Ziektewet.

  • De lage en hoge AWf-premie blijven respectievelijk 2,74 en 7,74 procent. Vanaf 2028 is wel een verhoging voorzien in verband met de voorgenomen Wet personeelsbehoud bij crisis (Wpc).

Arbeidsmarkt, lonen en pensioenen

  • Naast de hogere werkgeverspremies moeten werkgevers rekening houden met verder stijgende lonen. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor 2027 een stijging van de cao-lonen bij bedrijven met 3,8 procent. De prijs van arbeid stijgt naar verwachting met 4,4 procent. Daar staat een verwachte inflatie van 2,7 procent tegenover. De lonen stijgen dus opnieuw harder dan de prijzen. Voor werkgevers betekent dit dat de personeelskosten in 2027 opnieuw onder druk staan door de combinatie van loonstijgingen en hogere sociale premies.

  • Vanaf 1 januari 2027 gaat het minimumjeugdloon opnieuw omhoog. Een 20-jarige krijgt 9,4% meer, een 19-jarige 25% meer, een 18-jarige 25% meer, een 17-jarige ongeveer 26,6% meer en een 16-jarige ongeveer 15,9% meer. Daar komt de reguliere indexatie van het wettelijke minimumloon per 1 januari 2027 nog bovenop.

  • De arbeidsmarkt wordt in 2027 naar verwachting iets minder krap. Het CPB voorziet dat de werkloosheid oploopt van 3,9 procent van de beroepsbevolking in 2026 naar 4,0 procent in 2027, ongeveer 415.000 mensen. In de SZW-begroting staat dat werkgevers met name in de zorg, het onderwijs, de techniek en ICT nog steeds moeite hebben om personeel te vinden.

  • In 2027 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar, net als in 2026. Vanaf 2028 gaat de AOW-leeftijd omhoog naar 67 jaar en 3 maanden.

  • Vanaf 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen binnen de kaders van de Wtp passen, dus 2027 wordt daarmee een cruciaal uitvoeringsjaar voor het nieuwe pensioenstelsel. Op 1 juli 2026 zijn al 42 pensioenfondsen overgestapt; bij verzekeraars en premiepensioen-instellingen moeten nog 44.000 contracten worden omgezet.

  • De fiscale aftoppingsgrens voor pensioen en lijfrente wordt in de jaren 2027 tot en met 2032 niet geïndexeerd. De grens bedraagt in 2026 € 137.800 en blijft door de maatregel op dit niveau. Omdat de grens niet meestijgt met de lonen, kan in de komende jaren voor meer werknemers een deel van het loon boven de fiscale pensioenopbouwgrens komen te liggen.

  • Het kabinet zet de modernisering van het concurrentiebeding door. Het kabinet wil voorkomen dat het beding werknemers onnodig belemmert om van baan te wisselen. Naar verwachting zal het wetsvoorstel eind 2026 of begin 2027 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

  • Bijna alle wijzigingen uit de Wet nieuw werkgeverschap binnen de Wtl treden in werking. Het recht op resterend loonkostenvoordeel (LKV) kan voortaan worden voortgezet bij een wisseling van werkgever, waaronder een overgang van onderneming.

  • Het LKV oudere werknemer is al per 1 januari 2026 afgeschaft. Door overgangsrecht heeft een groep in 2026 nog recht op het LKV; de laatste uitbetalingen daarvan vinden in 2027 plaats.

  • In 2027 kunnen individuele werkgevers SLIM subsidie aanvragen. Voor deze scholingssubsidie is in 2027 € 31 miljoen beschikbaar. Relevant voor werkgevers die scholing en ontwikkeling willen financieren.

  • De collectieve bijdrage aan kinderopvang stijgt van 75% in 2026 naar 78% in 2027; het aandeel van ouders daalt van 25% naar 22%. De wettelijke maximum-uurprijzen bedragen in 2027 € 11,60 dagopvang, € 10,31 buitenschoolse opvang en € 8,77 gastouderopvang.

Flexcontracten gaan wijzigen

  • Per 1 januari 2028 (afhankelijk van de parlementaire behandeling van de Wet meer zekerheid flexwerkers) worden oproepcontracten vervangen door bandbreedtecontracten. Nulurencontracten en min-maxcontracten maken dan plaats voor bandbreedtecontracten. Daarbij wordt een minimumaantal uren afgesproken en mag de werknemer binnen een begrensde bandbreedte extra worden ingezet. Voor onder meer scholieren, studenten en AOW'ers gelden uitzonderingen.

  • De ketenbepaling voor tijdelijke contracten wijzigt ook vanaf 1 januari 2028. De huidige onderbreking van 6 maanden waarmee de keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten opnieuw kan beginnen, wordt verlengd naar 3 jaar. Daarmee wordt het veel moeilijker om werknemers na een korte tussenperiode opnieuw een reeks tijdelijke contracten te geven. HR moet het contractbeleid en de registratie van eerdere dienstverbanden hierop aanpassen.

Nieuwe regels voor uitzendwerk, arbeidsmigranten en expats

  • Werkgevers kunnen buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland werken onder voorwaarden een deel van hun loon belastingvrij vergoeden voor de extra kosten van hun verblijf in Nederland. Per 1 januari 2027 wordt het maximale onbelaste percentage voor de expatregeling 27% van het loon. Tot en met 2026 bedraagt dit maximaal 30%. Deze verlaging is al eerder wettelijk vastgelegd en is dus geen nieuwe maatregel uit het Belastingplan 2027, maar wel een belangrijke wijziging die werkgevers vanaf 2027 in hun salarisadministratie en arbeidsvoorwaarden moeten verwerken.

  • Het kabinet wil per 1 januari 2027 de zorgplicht uit het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in werking laten treden. Daarmee worden verplichtingen voor uitleners rond de BRP-registratie van arbeidskrachten nader geregeld.

  • Per 1 juli 2027 worden de regels rond de detachering van werknemers uit derde landen verduidelijkt. Relevant voor werkgevers en intermediairs die met gedetacheerde arbeidsmigranten van buiten de EU werken

  • Verder wordt uitzendwerk vanaf 1 maart 2028 in de vleesindustrie verboden, omdat die sector misstanden blijft houden die samenhangen met (buitenlandse) uitzendkrachten. De algemene maatregel van bestuur die dat moet regelen, wordt naar verwachting medio 2027 vastgesteld.

Zzp-beleid blijft in beweging

  • Het kabinet wil ruimte houden voor zelfstandig ondernemerschap, maar ook schijnzelfstandigheid tegengaan en echte zelfstandigen beter beschermen. Het kabinet werkt daarvoor aan een nieuwe Zelfstandigenwet met een toets waarmee arbeidsrelaties eenvoudiger kunnen worden bepaald. Het wetsvoorstel moet eind september 2026 geschikt zijn voor internetconsultatie. Het kabinet wil de nieuwe wet dan op 1 januari 2028 invoeren.

  • Voor werkgevers blijft het opletten dat de juridische vorm van de opdracht niet doorslaggevend is. Bij de beoordeling van de arbeidsrelatie blijft de feitelijke manier waarop iemand werkt belangrijk.
    Omdat verschillende onderdelen van het zzp-beleid nog wetgeving vereisen, moeten werkgevers in 2027 rekening houden met verdere wijzigingen. Dat maakt het verstandig om bestaande zzp-inhuur niet alleen fiscaal, maar ook arbeidsrechtelijk tegen het licht te blijven houden.

Arbo en ziekteverzuim

  • Het kabinet heeft plannen om de IVA en het duurzaamheidscriterium in de WIA af te schaffen, maar gaat daarover eerst met de vakbonden en werkgevers in gesprek.

  • Het maximumdagloon wordt NIET met 20% verlaagd. De eerder plannen hiervoor heeft het kabinet geschrapt.  Hierdoor blijven onder meer WIA-, WAO-, ZW-, WW- en verlofuitkeringen buiten deze verlaging.

  • WIA-herbeoordelingen: UWV werkt sinds 1 april 2026 met een verplicht standaard aanvraagformulier voor WIA-herbeoordelingen die worden aangevraagd door werkgevers, private uitvoerders en verzekeraars.

  • Daarnaast wil het kabinet taken bij sociaal-medische beoordelingen anders verdelen en scherpere voorwaarden stellen aan herbeoordelingsaanvragen. Bij de RIV-toets wordt het oordeel van de bedrijfsarts leidend.

  • Er komt een bezuiniging op de re-integratiebudgetten voor arbeidsongeschiktheid, maar de precieze invulling moet nog worden uitgewerkt. Daartegenover staat een verhoging van het budget tegenover voor Leven Lang Ontwikkelen.

  • De speciale startersaftrek voor arbeidsongeschikten wordt afgeschaft. Met deze maatregel konden arbeidsongeschikten vanuit een uitkeringssituatie eenvoudiger als ondernemer starten.


Sociale zekerheid: grote ingrepen deels uitgesteld

  • De kabinetsplannen bevatten niet alleen wijzigingen, maar ook voornemens die uiteindelijk niet doorgaan, of zijn uitgesteld. Dit is gebeurd om openingen te bieden aan oppositiepartijen en sociale partners. Daardoor zijn verschillende grotere hervormingen van de sociale zekerheid uitgesteld, gewijzigd of nog onvoldoende uitgewerkt.

  • De Raad van State is daar nogal kritisch over. Volgens de RvS zijn substantiële onderdelen van het hervormingsbeleid, vooral in de sociale zekerheid, afgesteld of uitgesteld zonder dat daar een alternatief tegenover staat. De financiële gevolgen worden daardoor doorgeschoven naar de werkende beroepsbevolking en jongere en toekomstige generaties.

Koopkracht daalt licht ondanks hogere lonen

  • Voor werknemers levert 2027 een gemengd beeld op. Het CPB verwacht dat de mediane koopkracht met 0,1 procent daalt, na een stijging van 0,6 procent in 2026. De verhoging van de arbeidskorting en aanpassingen van de belastingtarieven hebben een positief effect. Daar staan lastenverzwaringen tegenover. Bovendien leidt het uitstel van de verhoging van het eigen risico tot hogere Zvw-premies.

  • Volgens het CPB zullen de lonen nog wel harder stijgen dan de inflatie. Belastingen, premies en persoonlijke omstandigheden bepalen uiteindelijk hoeveel werknemers daarvan daadwerkelijk in hun portemonnee terugzien.

Economische groei blijft bescheiden

  • Het CPB verwacht voor 2027 een economische groei van 1,2 procent. De maatregelen uit de Miljoenennota veranderen dat economische beeld nauwelijks. Dit betekent dat de plannen van het kabinet maar weinig doen om de economische groei aan te jagen.

  • De Raad van State maakt zich zorgen over de structureel lagere economische groei. Volgens RvS zijn meer investeringen nodig die de arbeidsproductiviteit verhogen. Ook zou sterker moeten worden gestuurd op economisch productieve sectoren.

  • Door vergrijzing en aanhoudende personeelstekorten kan economische groei steeds minder vanzelfsprekend worden gerealiseerd door meer mensen aan het werk te krijgen. Investeren in technologie, scholing, duurzame inzetbaarheid en slimmer organiseren van werk wordt daardoor belangrijker, stelt de Raad van State.

Wil je zeker zijn? Gebruik deze praktische HR-modellen en checklisten

Auteursrecht voorbehouden © Personeelsnet Media, Rotterdam

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 508 exclusieve vakartikelen en 344 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?