Werkgever mag uitzendkracht straks maximaal 3 jaar inhuren

Werkgevers mogen uitzendkrachten met een tijdelijk arbeidscontract straks nog maximaal drie jaar bij hun organisatie laten werken. Daarna moeten zij de werknemer een vast contract aanbieden of de inleen beëindigen. Ook voor payroll en detachering komen nieuwe regels. De Wet tijdelijkheid van inlenen moet volgens de planning op 1 januari 2028 ingaan.

Dat staat in een wetsvoorstel waarmee het kabinet langdurige inzet van dezelfde uitzendkracht wil beperken. 

Tijdelijk werk moet tijdelijk blijven
Het kabinet wil voorkomen dat werkgevers jarenlang dezelfde uitzendkracht inzetten voor werkzaamheden die eigenlijk een vast karakter hebben. Uitzendwerk is bedoeld als tijdelijke vorm van arbeid, maar in de praktijk blijven sommige werknemers langdurig bij dezelfde opdrachtgever werken. Volgens Europese rechtspraak moet Nederland beter waarborgen dat deze arbeidsrelaties daadwerkelijk tijdelijk blijven.

Daarom komt het kabinet met de Wet tijdelijkheid van inlenen, die de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) moet wijzigen. Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De geplande ingangsdatum is 1 januari 2028.

Na drie jaar vast contract aanbieden of inleen beëindigen
Volgens het wetsvoorstel mag een uitzendkracht met een tijdelijk contract maximaal 156 weken, oftewel 36 maanden, bij dezelfde inlener werken. Voordat deze termijn verstrijkt, moet de werkgever de werknemer een vast arbeidscontract aanbieden of schriftelijk laten weten dat de inleen wordt beëindigd.

Het aanbod voor een vast contract moet minimaal vier weken voor het bereiken van de maximale termijn worden gedaan. Daarbij moet de werknemer ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden en arbeidsomvang krijgen als bij het uitzendbureau.

De werknemer is overigens niet verplicht het aanbod te accepteren. Hij kan ervoor kiezen bij het uitzendbureau in dienst te blijven, maar mag dan niet op dezelfde uitzendbasis bij dezelfde opdrachtgever blijven werken.

Wisselen van uitzendbureau helpt niet
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is dat de termijn van drie jaar niet opnieuw begint wanneer een werknemer via een ander uitzendbureau bij dezelfde opdrachtgever gaat werken. Ook een andere functie binnen hetzelfde bedrijf verandert daar niets aan.

Bovendien hoeven de 156 weken niet aaneengesloten te zijn. Wanneer een uitzendkracht tijdelijk ergens anders werkt en later terugkeert, tellen eerdere inleenperiodes opnieuw mee. Werkgevers moeten daarom goed registreren hoelang een uitzendkracht in totaal binnen hun organisatie werkzaam is geweest.

Andere regels bij een vast uitzendcontract
De maximale termijn van drie jaar geldt niet automatisch voor uitzendkrachten die al een vast arbeidscontract bij het uitzendbureau hebben. Voor deze groep geldt een andere regel: de inzet bij dezelfde opdrachtgever moet tijdelijk blijven, maar er wordt geen vaste maximale termijn vastgesteld. Of een langdurige inleenperiode nog als tijdelijk kan worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden.

Daar staat tegenover dat deze werknemers meer zekerheid moeten krijgen. Zo wordt voorgesteld dat uitzendbureaus bij het beëindigen van een opdracht minimaal twee maanden moeten proberen een andere passende werkplek te vinden, terwijl het loon wordt doorbetaald.

Ook gevolgen voor payroll en detachering
De nieuwe regels gelden niet alleen voor traditionele uitzendkrachten. Ook payrollwerknemers en gedetacheerden kunnen eronder vallen wanneer zij door hun werkgever ter beschikking worden gesteld om onder leiding en toezicht van een andere onderneming te werken.

Het wetsvoorstel sluit aan bij de bredere hervorming van de flexibele arbeidsmarkt. De overheid wil werkgevers voldoende mogelijkheden blijven bieden om flexibel personeel in te zetten, maar tegelijkertijd voorkomen dat werknemers langdurig in een onzekere arbeidspositie blijven.

Wat betekent dit voor HR?
Voor HR-afdelingen betekent dit dat zij tijdig moeten beoordelen welke uitzendkrachten langdurig worden ingezet en of zij deze werknemers uiteindelijk zelf in dienst willen nemen. Daarbij wordt het belangrijk om eerdere inleenperiodes goed bij te houden, ook wanneer werknemers via verschillende uitzendbureaus worden ingehuurd.

Bereid je voor: Uitzendkracht vanaf 2028 maximaal 3 jaar inlenen!

Voor uitzendkrachten met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt straks een maximale inleenperiode van 156 weken (36 maanden) bij dezelfde onderneming. Hier vind je een overzicht van de gevolgen voor werkgevers, de uitzonderingen en hoe kan HR zich voorbereiden.

 

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 502 exclusieve vakartikelen en 348 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?