Het wettelijk minimumloon stijgt op 1 januari 2027 naar € 15,29 bruto per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder. Dat is 2 procent meer dan het huidige minimumuurloon van € 14,99. Voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar stijgt het minimumloon aanzienlijk sterker, doordat het kabinet ook de minimumjeugdlonen verhoogt. Werkgevers die bbl-leerlingen in dienst hebben moeten opletten, want voor werkenden met de beroepsbegeleidende leerweg gelden straks dezelfde loonbedragen als werknemers met dezelfde leeftijd.
Dat blijkt uit de ministeriële regeling die minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 29 oktober 2026 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Het wettelijk minimumloon wordt ieder halfjaar aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen. Voor januari 2027 bedraagt het berekende indexatiepercentage 2,05 procent. Door de wettelijke afronding komt de feitelijke stijging van het minimumuurloon uit op 2,00 procent.
Volgens het kabinet is er geen aanleiding om van de gebruikelijke indexatie af te wijken. De lonen stijgen momenteel sneller dan de prijzen en de werkloosheid is historisch gezien laag. De verwachte stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden hangt vooral samen met de vergrijzing en niet met de loonontwikkeling.
Minimumloon per 1 januari 2027
De minimumloonbedragen gelden vanaf 1 januari 2027. De eerstvolgende reguliere indexatie volgt op 1 juli 2027.
De bruto minimumuurlonen zijn per 1 januari 2027:
|
Leeftijd |
Percentage volwassen minimumloon |
Bruto minimumuurloon 1 januari 2027 |
|
21 jaar en ouder |
100% |
€ 15,29 |
|
20 jaar |
87,5% |
€ 13,38 |
|
19 jaar |
75% |
€ 11,47 |
|
18 jaar |
62,5% |
€ 9,56 |
|
17 jaar |
50% |
€ 7,65 |
|
16 jaar |
40% |
€ 6,12 |
|
15 jaar |
30% |
€ 4,59 |
Bedragen zijn bruto per uur en gelden vanaf 1 januari 2027. De percentages zijn gebaseerd op het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder.
Minimumjeugdloon gaat extra omhoog
Voor werkgevers met jonge werknemers is vooral de verhoging van het minimumjeugdloon belangrijk. Naast de reguliere indexatie worden namelijk ook de percentages verhoogd waarop het minimumloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar is gebaseerd. Zo stijgt het minimumloon voor een 20-jarige naar 87,5 procent van het volwassen minimumloon. Voor een 19-jarige wordt dat 75 procent en voor een 18-jarige 62,5 procent.
Deze verhoging maakt deel uit van het kabinetsbeleid om de inkomenspositie van jonge werknemers te verbeteren. Het verschil tussen het minimumloon voor jongeren en volwassenen wordt hierdoor kleiner. Voor werkgevers betekent dit dat de loonkosten voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar sterker stijgen dan de reguliere indexatie van 2 procent. Vooral organisaties met relatief veel jonge medewerkers, zoals in de horeca, detailhandel en recreatiesector, kunnen hiervan de gevolgen merken.
Ook nieuwe bedragen voor bbl-leerlingen
Vanaf 1 januari 2027 verdwijnen bovendien de afzonderlijke minimumjeugdloonpercentages voor werknemers die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor deze leerlingen gelden voortaan dezelfde minimumuurlonen als voor andere werknemers van dezelfde leeftijd.
Werkgevers die bbl-leerlingen in dienst hebben, moeten daarom controleren of hun salarisadministratie is aangepast aan de nieuwe bedragen. Voor sommige leerlingen kan dit een aanzienlijke loonsverhoging betekenen.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Sinds 1 januari 2024 geldt in Nederland een wettelijk minimumuurloon. Het minimumloon wordt dus niet meer vastgesteld als een vast bedrag per maand. Het maandloon hangt af van het aantal uren dat een werknemer werkt.
Bij een werkweek van 36 uur komt het nieuwe minimumuurloon van € 15,29 neer op ongeveer € 2.385 bruto per maand. Bij 38 uur is dat ongeveer € 2.518 en bij 40 uur ongeveer € 2.650 bruto per maand. Dit zijn rekenvoorbeelden op basis van de gemiddelde maandelijkse arbeidsduur.
Voor HR en salarisadministratie zijn de belangrijkste aandachtspunten:
Ook sociale uitkeringen stijgen
De indexatie van het minimumloon werkt door in verschillende sociale uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld. Voor de berekening van deze uitkeringen wordt een zogenoemd referentiemaandloon gebruikt. Dat stijgt per 1 januari 2027 naar € 2.385 bruto per maand.
Dit referentiemaandloon is echter niet hetzelfde als een wettelijk minimummaandloon voor werknemers. Sinds de invoering van het minimumuurloon wordt het salaris waarop een werknemer minimaal recht heeft, berekend op basis van het aantal gewerkte uren.