Werkgevers kunnen hun personeel vanaf 2027 niet langer met een aparte fiscale vrijstelling korting geven op producten en diensten uit het eigen bedrijf. Ondanks protesten uit het bedrijfsleven houdt het kabinet-Jetten vast aan het schrappen van deze regeling. Vooral in de detailhandel en bij productiebedrijven kan hierdoor een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde duurder worden.
Het minderheidskabinet-Jetten heeft vandaag het langverwachte Belastingplan 2027 gepresenteerd. De afgelopen weken probeerde het kabinet overeenstemming te bereiken met oppositiepartijen om voldoende steun te krijgen voor de begroting en het beleid voor volgend jaar. Een breed akkoord bleef uit, maar het kabinet heeft wel op verschillende punten rekening gehouden met wensen van oppositiepartijen. Daarmee hoopt het alsnog voldoende steun te krijgen in de Tweede en Eerste Kamer.
Voor werkgevers en HR-professionals bevat het aangepaste Belastingplan geen belangrijke wijzigingen ten opzichte van de plannen die op Prinsjesdag werden bekendgemaakt. Personeelsnet zette de belangrijkste maatregelen voor 2027 toen al op een rij in het overzicht met wijzigingen voor HR in 2027. Wel heeft het kabinet met wat extra budget aan knoppen gedraaid zodat de koopkracht over het algemeen iets gunstiger wordt, waar éénverdieners iets meer van profiteren.
Lobby voor behoud personeelskorting
Eén van de maatregelen waartegen de afgelopen tijd vanuit het bedrijfsleven is geprotesteerd, is het afschaffen van de fiscale vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten. Vooral in sectoren waar werknemers regelmatig producten of diensten van hun eigen werkgever afnemen, is deze korting een gewaardeerde arbeidsvoorwaarde.
Werkgevers kunnen hun werknemers nu onder voorwaarden maximaal 20 procent korting geven op producten of diensten uit het eigen bedrijf, tot een bedrag van € 500 per werknemer per kalenderjaar. Denk aan korting op boodschappen, kleding, elektronica, vliegtickets, verzekeringen of andere diensten. Maar ondanks deze bezwaren houdt het kabinet in het nieuwe Belastingplan vast aan de afschaffing van deze gerichte vrijstelling per 1 januari 2027.
Personeelskorting voortaan via de WKR
Dat betekent niet dat werkgevers helemaal geen personeelskorting meer mogen geven. Zij kunnen de korting voortaan onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Wanneer die ruimte wordt overschreden, moet de werkgever over het meerdere 80 procent eindheffing betalen.
Vooral de detailhandel en industriële en productiegerichte bedrijven kunnen hiervan nadeel ondervinden. Het kabinet erkent dat deze sectoren vaak veel deeltijders met relatief lage lonen in dienst hebben. Daardoor is de beschikbare vrije ruimte in de WKR relatief beperkt en kan het voortzetten van bestaande kortingsregelingen extra kosten met zich meebrengen.
Kabinet vindt regeling niet doelmatig
Uit een evaluatie van de werkkostenregeling blijkt volgens het kabinet dat de vrijstelling voor branche-eigen producten onvoldoende doelmatig is. De korting dient volgens de onderzoekers geen duidelijk maatschappelijk doel en kan ook via de reguliere vrije ruimte van de WKR worden verstrekt.
Het kabinet wil met de afschaffing de werkkostenregeling vereenvoudigen en tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de financiering van het energie- en brandstofpakket. De bestaande fiscale regels voor de waardering van branche-eigen producten en de behandeling van personeelskortingen aan oud-werknemers blijven wel behouden.
Personeelskorting inpassen in vrije ruimte
Voor werkgevers die personeelskorting aanbieden, is het verstandig om nu al te onderzoeken of deze arbeidsvoorwaarde vanaf 2027 binnen de beschikbare vrije ruimte van de WKR past. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met andere vergoedingen en verstrekkingen die uit deze ruimte worden betaald.
De afschaffing is nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan 2027 nog goedkeuren. Mogelijk worden in de Tweede Kamer nog moties ingediend die nog wat kunnen wijzigen aan de plannen voor HR in 2027.