AI raakt banen kenniswerkers: bedrijven aan zet om te profiteren

Kunstmatige intelligentie kan het werk van miljoenen Nederlanders ingrijpend veranderen. Opvallend is dat vooral theoretisch opgeleide werknemers ermee te maken krijgen, terwijl veel praktisch opgeleiden relatief buiten schot blijven. Een kwart van de werkenden heeft een beroep waarin AI minstens de helft van de taken kan wijzigen, maar dat betekent niet dat al die banen verdwijnen. AI biedt volop kansen, ook voor kleinere bedrijven. Het kan werknemers productiever maken, maar dat hangt voor een belangrijk deel af van de keuzes die werkgevers daarin maken.

Dat blijkt uit het onderzoek De economische impact van AI in Nederland, dat De Nederlandsche Bank (DNB) op 2 november 2026 heeft gepubliceerd. De centrale bank onderzocht wat kunstmatige intelligentie kan betekenen voor de productiviteit, de arbeidsmarkt en de economische groei. Al met al waarschuwt DNB dat AI een andere uitwerking op werk kan hebben dan veel eerdere technologische ontwikkelingen.

Vooral hbo- en wo-opgeleiden krijgen met AI te maken
Waar theoretisch opgeleiden bij vorige technologische vernieuwingen meestal buiten schot bleven, kan generatieve AI juist taken uitvoeren waarvoor kennis, taalvaardigheid en analytisch vermogen nodig zijn. Daarmee komt een groot deel van het werk van theoretisch opgeleiden binnen het bereik van AI. De helft van de Nederlandse werkenden heeft nu een beroep waarin AI minstens 40 procent van de taken kan versnellen.

Van de werknemers in beroepen met een hoge blootstelling aan AI, is 62 procent hbo- of wo-opgeleid. In de totale werkgelegenheid bedraagt hun aandeel 45 procent. Vooral softwareontwikkelaars, accountants, beleidsadviseurs en andere kenniswerkers kunnen volgens DNB met grote veranderingen te maken krijgen.

Werk voor praktisch opgeleiden minder geraakt door AI
Er zijn beroepen waar AI nauwelijks invloed op heeft. Dan gaat het om fysiek werk, praktisch vakmanschap en beroepen met direct menselijk contact. Denk aan monteurs, installateurs, bouwvakkers en medewerkers in de persoonlijke verzorging.

Hun werkzaamheden zijn vaak lastiger over te nemen met de huidige generatieve AI. Dat betekent overigens niet dat deze beroepen helemaal niet veranderen. AI kan ook praktisch werk ondersteunen, bijvoorbeeld bij planning, diagnose, administratie en het gebruik van slimme machines. Bovendien kan een beroep sterk aan AI zijn blootgesteld zonder dat het risico op baanverlies groot is. AI kan werknemers immers ook helpen om hun werk beter of sneller uit te voeren.

AI neemt taken over, maar niet automatisch banen
Volgens DNB is het belangrijk om onderscheid te maken tussen het automatiseren van taken en het vervangen van werknemers. Een functie bestaat doorgaans uit verschillende werkzaamheden. Sommige daarvan kunnen met AI worden uitgevoerd, terwijl andere menselijke kennis, beoordeling, verantwoordelijkheid of persoonlijk contact blijven vereisen.

Een accountant kan AI bijvoorbeeld gebruiken om grote hoeveelheden financiële gegevens te analyseren, maar blijft verantwoordelijk voor de beoordeling en advisering. Een beleidsadviseur kan AI inzetten om informatie te verzamelen en conceptteksten op te stellen, terwijl de afweging van belangen en de uiteindelijke besluitvorming mensenwerk blijven.

AI kan daardoor verschillende gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. Bedrijven kunnen dezelfde hoeveelheid werk met minder medewerkers uitvoeren. Maar werknemers kunnen ook productiever worden, waardoor organisaties meer werk aankunnen, hun dienstverlening verbeteren of nieuwe activiteiten ontwikkelen.

Werkgevers kunnen kiezen hoe zij AI inzetten
Een bedrijf kan AI vooral gebruiken om kosten te besparen en werkzaamheden te automatiseren. Maar het kan dezelfde technologie ook inzetten om werknemers beter te ondersteunen, de kwaliteit van producten en diensten te verbeteren of nieuwe markten te bedienen. In dat geval hoeft een hogere productiviteit niet tot minder werkgelegenheid te leiden. Er kan zelfs behoefte ontstaan aan nieuwe medewerkers met andere vaardigheden.

DNB wijst erop dat productiviteitswinst pas ontstaat wanneer bedrijven hun werkprocessen daadwerkelijk aanpassen. Alleen werknemers toegang geven tot een AI-programma is daarvoor onvoldoende. Organisaties moeten onderzoeken welke werkzaamheden anders kunnen worden ingericht, welke taken kunnen worden geautomatiseerd en waar menselijke inzet juist meer waarde krijgt. Voor HR betekent dit dat AI niet uitsluitend een onderwerp is voor de ICT-afdeling. Het raakt direct aan functie-inhoud, personeelsplanning, opleiding en de organisatie van het werk.

Veranderingen op de arbeidsmarkt kunnen groot zijn
DNB verwacht dat veel werknemers zich aan de nieuwe technologie kunnen aanpassen binnen hun bestaande functie. Maar dat zal niet voor iedereen mogelijk zijn. Werknemers zullen dan nieuwe mogelijkheden zoeken buiten hun bestaande werkomgeving. Toch betekent dit niet dat iedereen gemakkelijk van werk kan veranderen. Vooral oudere werknemers zijn gemiddeld minder mobiel. Ook kunnen werknemers moeite hebben om een nieuwe functie te vinden wanneer hun kennis en vaardigheden niet meer aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt.

Een ander aandachtspunt uit het DNB-onderzoek gaat over de positie van jongeren en starters. Door te organiseren en AI toe te passen kunnen bedrijven meer doen met hetzelfde personeelsbestand. Eventuele efficiencywinst kunnen ze dan oplossen door natuurlijk verloop en ene vacaturestop in te stellen. Daardoor kunnen de gevolgen van AI relatief snel zichtbaar worden bij mensen die de arbeidsmarkt willen betreden.

Theoretisch opgeleide jongeren lopen echte eerste baan mis
Vooral in kennisintensieve beroepen kunnen bepaalde werkzaamheden die traditioneel door junior medewerkers worden uitgevoerd, gedeeltelijk worden geautomatiseerd. Denk aan het verzamelen van informatie, uitvoeren van standaardanalyses of schrijven van eenvoudige programmeercode. Volgens DNB kan het gevolg zijn dat jongeren daardoor minder baankansen krijgen.

Voor werkgevers roept dit een belangrijke vraag op: hoe leiden organisaties toekomstige specialisten op wanneer AI steeds meer eenvoudige instapwerkzaamheden overneemt? Juist deze werkzaamheden vormen vaak een belangrijk onderdeel van het leerproces van beginnende werknemers. HR zal daarom mogelijk nieuwe manieren moeten ontwikkelen om jonge medewerkers ervaring te laten opdoen.

Scholing en begeleiding worden belangrijker
Om AI effectief te gebruiken, moeten werknemers op tijd worden betrokken bij de veranderingen. Daarbij gaat het niet alleen om het leren gebruiken van AI-programma's. Werknemers moeten ook begrijpen wanneer AI betrouwbaar is, hoe zij uitkomsten kunnen controleren en welke werkzaamheden menselijke beoordeling blijven vereisen.

Daarnaast wordt het belangrijk om werknemers te begeleiden naar ander werk wanneer duidelijk wordt dat hun functie op termijn verandert of verdwijnt. Volgens DNB moet die begeleiding beginnen zodra de noodzaak van een overstap zichtbaar wordt, en niet pas wanneer ontslag dreigt. Werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen hierover ook afspraken maken in cao's. DNB sluit daarmee aan bij aanbevelingen van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de gevolgen van technologische veranderingen voor werk.

Nederlandse economie en kleine bedrijven kunnen profiteren
Nederland heeft een gunstige uitgangspositie om van AI te profiteren. Ons land beschikt over een goede digitale infrastructuur, een hoogopgeleide beroepsbevolking en veel kennisintensieve bedrijven. Nederlandse ondernemingen zijn Europese koplopers in het gebruik van AI. Ruim een derde van de Nederlandse werknemers gebruikt generatieve AI voor het werk. Maar het gaat niet vanzelf: de organisatie wordt pas structureel productiever wanneer vrijgekomen tijd nuttig wordt besteed, bijvoorbeeld aan betere dienstverlening, meer productie of de ontwikkeling van nieuwe producten.

AI kan kleinere bedrijven nieuwe mogelijkheden bieden. Zij kunnen met relatief betaalbare software en clouddiensten toegang krijgen tot specialistische kennis en geavanceerde toepassingen waarvoor vroeger grote investeringen nodig waren. Maar het ontbreekt kleinere ondernemingen vaak aan tijd, kennis en managementcapaciteit om AI goed in te voeren. Brancheorganisaties en kennisnetwerken kunnen helpen door praktijkervaringen te delen en ondersteuning te bieden.

Wat betekent dit voor HR en werkgevers?
De belangrijkste conclusie voor HR is dat AI niet alleen om technologie draait, maar vooral om de organisatie van werk. Werkgevers moeten bepalen welke werkzaamheden zij willen automatiseren, hoe zij werknemers daarbij ondersteunen en welke nieuwe vaardigheden nodig zijn.

Daarbij is het verstandig om verder te kijken dan de huidige personeelsbezetting. Ook de toekomstige instroom van werknemers, de ontwikkeling van bestaande medewerkers en de mogelijkheden om van functie te veranderen verdienen aandacht. De bevindingen van DNB kunnen worden vertaald naar de volgende aandachtspunten.

Ontwikkeling

Wat kan HR doen?

AI verandert vooral taken binnen functies

Breng per functie in kaart welke werkzaamheden kunnen veranderen en welke menselijke vaardigheden belangrijk blijven.

Theoretisch opgeleiden zijn sterk blootgesteld aan AI

Besteed extra aandacht aan de ontwikkeling van kenniswerkers en de herinrichting van hun werkzaamheden.

AI kan werknemers vervangen of ondersteunen

Betrek medewerkers en leidinggevenden bij keuzes over automatisering en nieuwe werkprocessen.

De vraag naar vaardigheden verandert

Neem AI en digitale vaardigheden op in opleidingsplannen en strategische personeelsplanning.

Starters kunnen minder instapwerk krijgen

Onderzoek hoe jonge werknemers ervaring kunnen opdoen wanneer eenvoudige taken worden geautomatiseerd.

Niet iedereen kan gemakkelijk overstappen

Investeer tijdig in loopbaanontwikkeling, interne mobiliteit en begeleiding naar ander werk.

AI levert niet vanzelf productiviteitswinst op

Koppel investeringen in AI aan concrete verbeteringen van werkprocessen en dienstverlening.

Werknemers moeten veranderingen kunnen bijhouden

Maak afspraken over scholing, begeleiding en de gevolgen van AI voor functies en arbeidsvoorwaarden.

 

Kunstmatige intelligentie: Model richtlijn voor AI-gebruik

Met deze richtlijn reguleert u het gebruik van AI op de werkplek. Uitgangspunt is niet om AI-toepassingen te verbieden, maar om verstandig gebruik van AI op het werk mogelijk te maken, waarbij de mens altijd in laatste instantie beslist.

 

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 502 exclusieve vakartikelen en 348 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?