De Arbowet is aangepast om de rechten en inspraak van werknemers bij arbeidsomstandigheden duidelijker en preciezer vast te leggen. De werkgever moet werknemers actief informeren over de arborisico’s, ook als er geen OR of PVT is. Werknemers hebben bovendien het recht om voorstellen te doen over de veiligheid en gezondheid op het werk.
De wijzigingen maken onderdeel uit van de Verzamelwet SZW 2026, waarin diverse technische aanpassingen en verduidelijkingen in wetgeving op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn opgenomen.
De aanpassing is nodig omdat de Arbowet niet meer in lijn liep met de Europese Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk en is inmiddels door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen.
Europese richtlijn niet volledig geïmplementeerd
Aanleiding voor de wetswijziging is dat de Europese Kaderrichtlijn meer rechten aan werknemers toekent dan nu in de Arbowet zijn vastgelegd. De implementatie van de richtlijn bleek op dit punt onvolledig.
De Raad van State wees eerder op deze tekortkoming en adviseerde de wet aan te passen. De kern van de wijziging is, dat werkgevers hun werknemers en de medezeggenschap moeten raadplegen over het arbeidsomstandighedenbeleid en de uitvoering daarvan.
Van ‘overleggen’ naar ‘raadplegen over wezenlijke maatregelen’
De rechten van ondernemingsraden (OR) en personeelsvertegenwoordigingen (PVT) worden concreter geformuleerd in de artikelen 12, 27 en 33 van de Arbowet. Waar het eerst slechts verplicht was om ‘overleg te voeren over het arbobeleid’, moet de werkgever de OR of PVT voortaan ‘raadplegen over alle maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor de veiligheid en gezondheid’.
Daaronder vallen onder meer:
Over deze onderwerpen geldt het instemmingsrecht van de OR op grond van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Door deze wijziging van de Arbowet sluit de nationale wetgeving aan bij de verplichtingen uit de Europese richtlijn.
Recht om voorstellen te doen explicieter vastgelegd
De Raad van State merkte daarnaast op dat de Europese richtlijn bepaalt dat werknemers of hun vertegenwoordigers niet alleen geraadpleegd moeten worden, maar ook het recht hebben voorstellen te doen over veiligheid en gezondheid op het werk. Dat recht was in de bestaande Arbowet niet expliciet geregeld.
Ondernemingsraden konden op basis van de WOR natuurlijk wel al voorstellen doen over aangelegenheden die de onderneming betreffen, waaronder veiligheid en gezondheid. Maar dat gold daarmee niet voor werknemers in ondernemingen zonder OR, of in bedrijven die niet OR-plichtig zijn. Met de wetswijziging krijgen zowel werknemers als de OR of PVT expliciet het recht om zelf voorstellen in te dienen bij de bestuurder over arbeidsomstandigheden. Daarnaast moet de werkgever zijn werknemers actief informeren over de arborisico’s van het werk.
Wat betekent dit voor HR en werkgevers?
Voor HR-adviseurs en werkgevers betekent de wijziging vooral een aanscherping en verduidelijking van bestaande verplichtingen. Het gaat niet om een fundamenteel nieuw stelsel, maar om een explicietere invulling van consultatie, informatieverstrekking en instemmingsrechten bij arbobeleid.
De lat ligt hoger bij het betrekken van de medezeggenschap bij maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor veiligheid en gezondheid. Ook de aanwijzing van de bedrijfshulpverlening valt daar nu expliciet onder. Werkgevers doen er daarom goed aan hun interne procedures rond RI&E, arbodienstverlening, preventiemedewerker en BHV te toetsen aan de nieuwe wettelijke formulering.
Met de definitieve instemming van Tweede en Eerste Kamer zijn de wijzigingen vastgelegd. De Arbowet sluit daarmee beter aan op de Europese Kaderrichtlijn en wordt de rol van de medezeggenschap bij arbeidsomstandigheden explicieter en steviger verankerd.
Hoofdpunten wijziging Arbowet 2026
|
Onderwerp |
Oude situatie |
Nieuwe situatie |
|
Raadpleging arbobeleid |
Werkgever moest “overleggen over het arbobeleid”. Dit was algemeen en minder concreet geformuleerd. |
Werkgever moet OR of PVT raadplegen over alle maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor veiligheid en gezondheid. |
|
Recht om voorstellen te doen |
De Arbowet regelde niet expliciet dat werknemers of hun vertegenwoordigers voorstellen mochten doen over veiligheid en gezondheid. OR’en konden dit wel op basis van de WOR, maar dit gold niet voor alle werknemers. |
Werknemers, OR of PVT krijgen expliciet het recht om zelf voorstellen in te dienen bij de bestuurder over arbeidsomstandigheden. |
|
Informatieplicht over arborisico’s |
De informatieplicht was minder expliciet geformuleerd in relatie tot actieve informatieverstrekking over risico’s. |
Werkgever moet werknemers actief informeren over de arborisico’s van het werk. |
|
Bedrijfshulpverlening (BHV) |
De aanwijzing van de BHV was niet expliciet opgenomen onder de onderwerpen waarover moet worden geraadpleegd. |
De aanwijzing van BHVérs valt nu expliciet onder de raadpleegverplichting richting OR of PVT. |
|
Aansluiting EU-Kaderrichtlijn |
De implementatie van artikel 11 van de Europese Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid was op onderdelen onvolledig. |
De Arbowet wordt in lijn gebracht met de verplichtingen uit de Europese Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk. |