De verhoging van de belastingvrije reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer, lijkt op het eerste gezicht een effectieve maatregel om werknemers tegemoet te komen voor de gestegen brandstofprijzen. Maar uit een analyse van het CPB blijkt echter, dat de verhoging nauwelijks effect heeft op hun koopkracht. Werkgevers kunnen beter naar andere oplossingen kijken om hun werknemers te steunen.
Het kabinet wil met de maatregel een deel van de hogere kosten voor woon-werkverkeer compenseren. De verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Voor werkenden die met de auto naar hun werk reizen, levert dit een belastingvrij voordeel op. Toch blijkt uit de CPB-berekeningen dat de maatregel de negatieve inkomenseffecten van de hogere energie- en brandstofprijzen slechts beperkt verzacht.
Effect op koopkracht relatief klein
Volgens het CPB blijven de directe inkomenseffecten van de huidige energie- en brandstofcrisis voor de meeste huishoudens voorlopig beperkt. In het basisscenario bedraagt het negatieve inkomenseffect minder dan 1 procent van het besteedbaar inkomen. Als de energieprijzen langer hoog blijven, kan dat oplopen tot ongeveer 2 procent in 2027.
Voor bepaalde groepen kunnen de gevolgen echter veel groter zijn. Vooral huishoudens met een inkomen tot modaal die veel gas verbruiken, veel kilometers rijden of beide doen, kunnen een inkomensverlies ervaren dat oploopt tot circa 6 procent van het besteedbaar inkomen.
Weinig effect voor huishoudens die het hardst worden geraakt
De verhoging van de reiskostenvergoeding verlaagt het negatieve inkomenseffect volgens het CPB gemiddeld met slechts 0,01 tot 0,05 procentpunt. Lage inkomens profiteren het minst, omdat zij minder vaak een auto hebben en minder vaak een belastingvrije reiskostenvergoeding ontvangen.
Ook voor huishoudens die door hoge brandstofkosten het zwaarst worden getroffen, biedt de maatregel weinig extra bescherming. De compensatie komt namelijk niet specifiek terecht bij veelrijders, maar wordt breed verdeeld onder werknemers die een reiskostenvergoeding ontvangen.
Werkende autobezitters profiteren ongeveer evenveel
Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar werkenden die een auto bezitten, blijken de verschillen tussen inkomensgroepen veel kleiner. Binnen deze groep ontvangen huishoudens met een laag, midden- of hoog inkomen ongeveer evenveel voordeel van de hogere kilometervergoeding.
Voor werkende autobezitters verlaagt de maatregel het negatieve inkomenseffect gemiddeld met ongeveer 0,06 procentpunt. Dat komt neer op een vermindering van ongeveer 20 procent van het koopkrachtverlies dat specifiek samenhangt met de hogere brandstofkosten.
Gasprijs belangrijker dan benzineprijs
Het CPB wijst erop dat de stijgende gasprijzen uiteindelijk een grotere invloed kunnen hebben op de koopkracht dan de hogere brandstofprijzen. Vooral huishoudens met een laag inkomen in oudere woningen met een hoog gasverbruik lopen risico op forse extra kosten.
Volgens het planbureau ligt gerichte steun daarom eerder voor de hand in het energiedomein dan via aanvullende compensatie van brandstofkosten. Tegelijkertijd kunnen investeringen in woningverduurzaming, warmtepompen en elektrische mobiliteit huishoudens op langere termijn minder kwetsbaar maken voor toekomstige prijsschokken.
Wat betekent dit voor HR?
Het CPB laat eigenlijk drie duidelijke richtingen zien:
Dat sluit opvallend goed aan bij de lijn die veel werkgevers momenteel volgen: niet automatisch hogere vergoedingen geven, maar een combinatie zoeken van hybride werken, mobiliteitsregelingen, fietsplannen, OV-vergoedingen en gerichte ondersteuning van werknemers die daadwerkelijk in de knel komen.
Voor HR en werkgevers is vooral interessant dat het CPB niet alleen de effecten beschrijft, maar ook aangeeft welke beleidsrichtingen meer of minder effectief zijn.
|
Probleem door hoge energieprijs |
Onderzoek CPB |
Wat te doen? |
Dilemma HR en werkgever |
|
Stijgende brandstofprijzen |
Negatieve inkomenseffecten voor de meeste huishoudens beperkt, maar fors voor sommige veelrijders |
Verhoging belastingvrije reiskostenvergoeding naar 25 cent |
Extra reiskosten gaan mogelijk ten koste van de loonruimte |
|
Hogere energierekening |
Vooral lage inkomens en huishoudens met hoog gasverbruik worden geraakt |
Gerichte compensatie via regelingen zoals het Noodfonds Energie |
Werknemers kunnen financiële stress ervaren, met gevolgen voor inzetbaarheid en verzuim |
|
Generieke compensatie |
Duur en relatief weinig gericht op de zwaarst getroffen groepen |
Gericht beleid op specifieke doelgroepen |
Werkgevers krijgen mogelijk meer verzoeken om maatwerkafspraken |
|
Lage inkomens met hoge vervoerskosten |
Moeilijk af te bakenen doelgroep |
Gerichte steun lastig uitvoerbaar |
Werkgever krijgt druk om individuele problemen op te lossen |
|
Afhankelijkheid van fossiele energie |
Huishoudens blijven kwetsbaar voor prijsschokken |
Versnellen van verduurzaming van woningen |
Kan leiden tot grotere belangstelling voor duurzame arbeidsvoorwaarden |
|
Hoog gasverbruik in oudere woningen |
Grootste koopkrachtrisico's bij lagere inkomens |
Warmtepompen, isolatie en verduurzaming stimuleren |
Werkgevers kunnen duurzame leningen of regelingen onderzoeken |
|
Hoge brandstofkosten woon-werkverkeer |
Reiskostenvergoeding compenseert slechts beperkt |
Meer thuiswerken waar mogelijk |
Balans vinden tussen kostenbesparing, samenwerking en productiviteit |
|
Structurele kwetsbaarheid voor energieprijzen |
Elektrische auto's en warmtepompen dempen prijsschokken |
Versnellen energietransitie |
Niet iedere werknemer kan deze investeringen betalen |
|
Arbeidsmarkt en mobiliteit |
Woon-werkkosten blijven een factor bij baan- en locatiekeuzes |
Flexibel werken, OV-regelingen en fietsregelingen stimuleren |
Mobiliteitsbeleid wordt belangrijker onderdeel van arbeidsvoorwaarden |
|
Toekomstige energiecrises |
Huishoudens blijven gevoelig voor prijsschokken |
Verdere verduurzaming woningvoorraad en wagenpark |
Werkgevers moeten nadenken over toekomstbestendig arbeidsvoorwaardenbeleid |