De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel ziet er voor pensioenfondsen financieel gunstig uit. De gemiddelde dekkingsgraad steeg in augustus naar 135 procent, waardoor veel fondsen ruim voldoende geld in kas hebben om soepel over te stappen. Bij werkgevers met een verzekerde beschikbare premieregeling is het beeld minder geruststellend. Daar moet nog veel gebeuren. Ook kunnen werknemers bij een baanwissel pensioenvoordeel mislopen. HR-adviseurs kunnen in de toekomt daarom verwachten, dat pensioen een belangrijker onderdeel wordt van arbeidsvoorwaardengesprekken bij sollicitaties.
Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon over augustus. De gemiddelde indicatieve dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen steeg van 132 procent naar 135 procent. De beleidsdekkingsgraad, het gemiddelde over de afgelopen twaalf maanden, bleef stabiel op 129 procent.
De verbetering komt vooral door de stijgende lange rente, want die gaat met gemiddeld 11 basispunten omhoog. Daardoor daalt de waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen met bijna 2 procent. In combinatie met een kleine stijging van het vermogen, brengt dat de gemiddelde dekkingsgraad op 135 procent.
Stevige uitgangspositie voor overstap
Dat is goed nieuws voor de pensioenfondsen die nog moeten overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. De grootste overgangspiek ligt volgens Aon op 1 januari 2027. De meeste fondsen die dan overgaan, hebben inmiddels hun beschikking ontvangen en zijn bezig met de inrichting van de nieuwe regeling en de communicatie met deelnemers.
Eerder dit jaar waren er nog zorgen over de financiële positie waarin deze fondsen zouden verkeren op het moment van de overgang. Die zorgen zijn volgens Aon vooralsnog niet uitgekomen. Veel fondsen hebben bovendien beschermingsconstructies toegepast om hun financiële positie in aanloop naar het invaren ten minste gedeeltelijk te beschermen. Een goede dekkingsgraad is juist rond de overgang belangrijk. Als er voldoende vermogen beschikbaar is, hebben pensioenfondsen meer mogelijkheden om het beschikbare geld eerlijk toe te delen aan de persoonlijke pensioenpotten van werknemers en gepensioneerden. Zo kunnen ze een robuuste start maken in het nieuwe stelsel.
Bij verzekerde pensioenregelingen moet nog wel veel gebeuren
Voor werkgevers die hun pensioenregeling niet bij een pensioenfonds maar bij een verzekeraar hebben ondergebracht, speelt een ander probleem. Zij moeten hun pensioenregeling ook aanpassen aan de Wet toekomst pensioenen, maar daar loopt de overgang nog achter.
Bij deze regelingen speelt bovendien nadrukkelijk de vraag wat er met bestaande werknemers gebeurt. Een werkgever kan ervoor kiezen om de bestaande pensioenregeling voor de huidige groep werknemers voort te zetten en alleen nieuwe werknemers onder een regeling met een vlakke premie te brengen. Dit wordt de eerbiedigende werking genoemd. Dat voorkomt dat de pensioenregeling van bestaande werknemers direct moet worden omgezet, maar creëert volgens Aon een nieuw probleem wanneer werknemers van baan veranderen.
Baanwissel kan pensioenvoordeel kosten
Een werknemer die onder zo'n bestaande verzekerde regeling valt, kan voordeel hebben van de premieopbouw die voor hem of haar blijft gelden. Maar bij een overstap naar een andere werkgever komt de werknemer doorgaans in een nieuwe regeling met een vlakke premie terecht. Daarmee kan een deel van het verwachte pensioenvoordeel verdwijnen. Dit kan een stimulans zijn voor de werknemer om bij dezelfde werkgever te blijven, omdat een baanwissel mogelijk ongunstig uitpakt voor het pensioen.
Wie toch overstapt, zou volgens Aon met de nieuwe werkgever moeten onderhandelen over compensatie. Voor HR is dit een belangrijk aandachtspunt. Pensioen kan hierdoor vaker aan de orde komen in arbeidsvoorwaardengesprekken met sollicitanten die bij hun huidige werkgever nog onder een bestaande premieregeling vallen.
Ook bij pensioenfondsen opletten bij baanwissel
Het risico van een baanwissel speelt overigens niet uitsluitend bij verzekerde regelingen. Ook deelnemers aan een pensioenfonds kunnen rond de overgang naar het nieuwe stelsel met compensatie te maken krijgen. Met de overgang verdwijnt de huidige doorsneesystematiek. Vooral werknemers die al een deel van hun loopbaan achter de rug hebben, kunnen daarvan nadeel ondervinden. Daarom zijn compensatieregelingen afgesproken.
Bij veel pensioenfondsen wordt die compensatie volgens Aon in één keer toegekend. Dat kan gevolgen hebben voor iemand die vertrekt bij een fonds dat nog niet is overgegaan en vervolgens in dienst treedt bij een werkgever met een pensioenfonds dat de overstap al heeft gemaakt. De werknemer kan dan compensatie mislopen.
Twee verschillende beelden voor HR
De stand van zaken rond de pensioentransitie laat daarmee twee verschillende beelden zien. Bij pensioenfondsen zijn zowel de voorbereidingen als de financiële uitgangspositie volgens Aon momenteel gunstig. Met een gemiddelde dekkingsgraad van 135 procent staan de fondsen die nog moeten invaren er financieel stevig voor.
Bij werkgevers met een verzekerde beschikbare premieregeling ligt het aandachtspunt veel meer bij de daadwerkelijke omzetting van de regeling en de positie van bestaande werknemers. Voor deze werkgevers wordt de tijd daarmee belangrijker. HR zal niet alleen moeten weten wanneer en hoe de eigen pensioenregeling wordt aangepast, maar ook wat de gevolgen zijn voor verschillende leeftijdsgroepen en voor werknemers die van baan veranderen. Anders kan pensioen juist tijdens de overstap naar het nieuwe stelsel een onverwacht obstakel worden bij het aantrekken én behouden van personeel.