Nieuwe zzp-wet uitgelegd: via 7 punten richting ‘veilige haven’

Opdrachtgevers en zzp'ers moeten vooraf meer zekerheid krijgen over wanneer zij buiten loondienst met elkaar kunnen werken. De nieuwe Zelfstandigenwet introduceert daarvoor twee toetsen met 7 punten. Wie aan de voorwaarden voldoet en in de praktijk ook zo werkt, krijgt een wettelijke ‘veilige haven’: er is dan geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Maar helemaal waterdicht is de wet nog niet: als er twijfel is, moeten opdrachtgever en zzp’er toch weer terugvallen op de huidige wetspraktijk.

Het kabinet heeft de Zelfstandigenwet in concept af en nu voor iedereen beschikbaar gemaakt om commentaar te geven. De wet moet een einde maken aan de jarenlange onzekerheid over de grens tussen zelfstandig werken en werken in loondienst. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, maar zeker is dat nog niet.

De nieuwe wet vervangt de huidige beoordeling van arbeidsrelaties overigens niet. Er komt een extra route bij waarmee opdrachtgever en zzp'er vooraf meer zekerheid kunnen krijgen. Wordt niet aan de nieuwe voorwaarden voldaan, dan betekent dat nog niet dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. In dat geval blijven de bestaande regels van artikel 7:610 BW en de rechtspraak gelden.

Zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer
De eerste toets in de nieuwe wet is de zelfstandigentoets. Die kijkt niet zozeer naar de opdracht, maar naar de zzp'er zelf. Om voor de veilige haven in aanmerking te komen, moet de zelfstandige aan drie voorwaarden voldoen:

  • Zo moet hij in het lopende en voorafgaande kalenderjaar in totaal minimaal drie opdrachtgevers hebben gehad. Het moet daarbij om reële opdrachten gaan; een paar symbolische klusjes naast één grote opdrachtgever zijn volgens de toelichting niet voldoende.

  • Verder moet de zelfstandige een nog vast te stellen minimumbedrag besteden aan voorzieningen voor ondernemersrisico's. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een arbeidsongeschiktheids- of aansprakelijkheidsverzekering, een voorziening voor ziekte of pensioen en zakelijke rechtsbijstand. Hoe hoog het minimumbedrag wordt, moet nog worden uitgewerkt.

  • Ten slotte moet de zakelijke basis op orde zijn. Het kabinet denkt daarbij onder meer aan een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer waar dat nodig is, een aparte rekening voor zakelijke transacties en het zelf factureren aan opdrachtgevers.

Werkrelatietoets kijkt naar de opdracht
Vervolgens geldt een werkrelatietoets met nog eens vier voorwaarden. Die toets moet voorkomen dat iemand wel ondernemer is, maar bij een bepaalde opdrachtgever feitelijk toch als werknemer werkt. Het gaat om de volgende vier voorwaarden:

  • Beide partijen moeten bewust als opdrachtgever en zelfstandige met elkaar willen werken. Dat moeten ze niet alleen schriftelijk vastleggen, maar in de dagelijkse praktijk moet ook blijken dat de opdrachtnemer daadwerkelijk zelfstandig werkt.

  • De zzp'er moet daarnaast zelf kunnen bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd. De opdrachtgever mag het gewenste resultaat bepalen, maar mag niet dezelfde werkinstructies geven als aan werknemers.

  • Ook moet de zelfstandige in beginsel zelf zijn werktijden en werkplek kunnen bepalen. Daarop zijn wel praktische uitzonderingen mogelijk. Een zelfstandige bouwvakker kan zijn werk nu eenmaal niet thuis uitvoeren en een artiest die voor een festival wordt ingehuurd, moet op een afgesproken tijd op het podium staan.

  • Het vierde criterium is werken voor eigen rekening en risico. De zelfstandige moet economisch voordeel kunnen behalen door bijvoorbeeld efficiënter te werken, maar ook daadwerkelijk financieel risico lopen. Bijvoorbeeld door voor eigen rekening fouten te herstellen.

    Dit kan gevolgen hebben voor zzp-constructies die vooral bestaan uit het gedurende langere tijd verkopen van een vast aantal uren. De toelichting bij de wet noemt bijvoorbeeld een zelfstandige zorgmedewerker die zes weken lang veertig uur per week tegen een uurtarief werkt. Zo'n constructie voldoet niet vanzelfsprekend aan het criterium dat de zelfstandige economisch voordeel kan behalen door het werk sneller of efficiënter uit te voeren.

Zeven voorwaarden voor de veilige haven
Voor opdrachtgevers ontstaat daarmee een vrij concrete checklist met 7 punten:

Zelfstandigentoets

Werkrelatietoets

1: Minimaal drie reële opdrachtgevers

4: Beide partijen willen buiten loondienst werken

2: Investeren in voorzieningen voor ondernemersrisico's

5: Zzp'er bepaalt zelf hoe het werk wordt uitgevoerd

3: Zakelijke basisvoorwaarden op orde

6: Zzp'er bepaalt in beginsel zelf tijd en werkplek

 

7: Werken voor eigen rekening en risico


Aan alle zeven punten moet worden voldaan om gebruik te kunnen maken van de wettelijke veilige haven. De wet regelt namelijk dat dan in ieder geval geen sprake is van het voor een arbeidsovereenkomst noodzakelijke gezag.

Buiten de veilige haven kan iemand nog steeds zzp'er zijn
Dit is een belangrijk verschil met een verbod. Een zelfstandige met maar één of twee opdrachtgevers voldoet bijvoorbeeld niet aan de nieuwe zelfstandigentoets. Maar dat maakt de zzp’er nog niet automatisch een werknemer.

De arbeidsrelatie wordt dan beoordeeld zoals dat nu ook gebeurt: aan de hand van artikel 7:610 BW en alle omstandigheden van het geval. De nieuwe toetsen zijn dus vooral bedoeld voor opdrachtgevers en zelfstandigen die vooraf meer zekerheid willen.

Ook tijdens een opdracht moet aan de voorwaarden worden voldaan. Een goed zzp-contract is niet voldoende wanneer een zelfstandige in de praktijk bijvoorbeeld toch vaste werktijden opgelegd krijgt of onder dezelfde dagelijkse aansturing komt te staan als werknemers.

Nog niet alle regels staan vast
Voor werkgevers is het bovendien nog te vroeg om hun zzp-beleid definitief op de nieuwe wet in te richten. Cruciale onderdelen worden later uitgewerkt. Zo is nog onbekend hoeveel een zelfstandige minimaal aan verzekeringen, pensioen en andere voorzieningen moet besteden. Ook verschillende zakelijke basisvoorwaarden komen pas in lagere regelgeving te staan.

De wet is nu nog een concept en kan na de internetconsultatie en parlementaire behandeling veranderen. Als de beoogde invoeringsdatum wordt gehaald, gaat de Zelfstandigenwet op 1 januari 2028 gelden. Er is geen overgangsrecht voorzien, waardoor de nieuwe regels dan ook direct relevant worden voor al lopende arbeidsrelaties.

ZZP ZONDER RISICO: STAPPENPLAN VOOR DE HR-AFDELING

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 509 exclusieve vakartikelen en 347 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?