Het aanstaande minderheidskabinet van D66, VVD en CDA wil het stelsel van werk en inkomen ingrijpend hervormen, met directe gevolgen voor werkgevers, werknemers en HR-beleid. De WW wordt korter en actiever, de transitievergoeding wordt gekoppeld aan scholing en de compensatie na twee jaar ziekte verdwijnt helemaal per 2028. Ook wil het kabinet de loondoorbetaling bij ziekte aanpassen, duidelijkheid geven over zzp en werk-naar-werk centraal stellen. Na twee jaar stilstand, betekent dit een grotere verantwoordelijkheid van werkgevers en HR voor de duurzame inzet en mobiliteit van personeel.
Door: Redactie Personeelsnet
Dat staat in het coalitieakkoord met de voor HR-professionals aansprekende titel ‘Aan de slag’.
Personeelsnet maakte een eerste analyse van de belangrijkste punten in het coalitieakkoord voor werkgevers en HR-professionals. De komende jaren zullen ingrijpende veranderingen op de agenda staan. Niet alleen regels worden aangepast, ook de rol van werkgevers bij scholing, mobiliteit, re-integratie en sociale zekerheid wordt groter.
Huidige stelsel niet langer houdbaar
De nieuwe coalitie zet in het hoofdstuk Nederland werkt een duidelijke koers uit voor de arbeidsmarkt. Werk moet meer lonen, meer zekerheid bieden en mensen in staat stellen mee te bewegen met een economie die snel verandert. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de arbeidsmarkt onder druk staat door technologische ontwikkelingen, vergrijzing en een groeiend aantal arbeidsongeschikten.
De boodschap is: het huidige stelsel van werk en zekerheid is niet langer vanzelfsprekend houdbaar. Daarom kondigt het kabinet een combinatie aan van snelle maatregelen en daarnaast een aantal fundamentele hervormingen, waarbij samenwerking met werkgevers en vakbonden centraal staat. Het blijft niet bij deze handreiking naar het middenveld, want het te formeren kabinet heeft (met 66 zetels) een minderheid in de Tweede Kamer. En ook in de Senaat is er geen meerderheid voor de coalitiepartijen. De nieuwe minister van SZW moet dus steun zien te vinden bij de oppositie voor deze plannen.
Werk als fundament van inkomen en zekerheid
Het kabinet benadrukt dat werk voor de meeste Nederlanders de basis vormt voor inkomen, ontwikkeling, sociale contacten en zingeving. Werk moet perspectief bieden: een fatsoenlijk inkomen, zekerheid bij tegenslag en kansen om mee te groeien met de economie. Daarin wijken deze kabinetsplannen niet veel af van wat eerdere kabinetten al voor ogen hadden.
Volgens de coalitie is meer beweging op de arbeidsmarkt nodig om de economie concurrerend te houden en werk- en inkomenszekerheid te waarborgen. De partijen vragen aandacht voor kunstmatige intelligentie (AI) dat aan de ene kant een bedreiging vormt voor sommige beroepsgroepen, maar tegelijk ook kan helpen om de teruggelopen arbeidsproductiviteit op te vijzelen. De arbeidsmarkt is de afgelopen jaren onder grote druk komen te staan:
- mensen ervaren onzekerheid over werk en inkomen,
- werkgevers kampen met grote personeelstekorten,
- talent wordt niet optimaal benut,
- vergrijzing en arbeidsongeschiktheid maken het sociale stelsel onbetaalbaar als we op de oude voet doorgaan.
Tijd voor keuzes: samenwerking als uitgangspunt
De coalitie spreekt expliciet over de noodzaak van keuzes op korte én middellange termijn. Daarbij wordt sterk ingezet op samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers.
Het kabinet wil sociale partners betrekken bij een gezamenlijke werkagenda, met bijzondere aandacht voor hervorming van de WW en de transitievergoeding met als uitgangspunt 'van werk naar werk'. Verder wordt ingezet op verlichting van loondoorbetaling bij ziekte en het simpeler maken van de WIA.
De coalitie blijft doorwerken aan de afronding van het arbeidsmarktpakket (zoals afgesproken in de SER), de verdere invoering van het nieuwe pensioenstelsel, een verbetering van de positie van internationale arbeidskrachten en verhoging van de arbeidsproductiviteit.
Vrijheidsbijdrage voor werkgevers en werknemers
Door de internationale spanningen moet het kabinet veel meer geld uitgeven aan Defensie. Een deel daarvan wordt opgebracht door een belasting met de naam Vrijheidsbijdrage. Bedrijven gaan daar ook aan meebetalen door een verhoging van de arbeidsongeschiktheidsfonds-premie (Aof-premie, in de zelfde verhouding van het hoge en lage tarief).
Over de exacte invulling zal het kabinet nog overleggen met de ondernemersorganisaties. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven bedraagt 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel 1,7 miljard euro.
Ook werknemers gaan de Vrijheidsbijdrage betalen in de vorm van een iets hogere inkomstenbelasting.
Korte termijn: directe ingrepen in het arbeidsmarktbeleid
Loondoorbetaling bij ziekte
Het kabinet erkent dat de lange en hoge loondoorbetaling bij ziekte door werkgevers als zware last wordt ervaren, vooral in het mkb. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat loondoorbetaling in het tweede jaar ook een effectieve prikkel is voor re-integratie van langdurig zieke medewerkers.
Daarom wil het kabinet voorstellen doen om loondoorbetaling bij ziekte “werkbaarder” te maken voor werkgevers, met name in het mkb. Werkgevers hoeven minder te rapporteren over het verloop van de re-integratie. Ook zal meer maatwerk en contact mogelijk worden om de werknemer terug naar werk te geleiden. Ook komt er sneller duidelijkheid over een eventuele sanctie van UWV.
Modernisering van regelingen en cao’s
- De coalitie wil fiscale regelingen voor ondernemers, zoals de innovatiesubsidie WBSO en de Werkkostenregeling, minder complex maken en daarmee administratieve lasten verminderen.
- Onnodige nationale regels bovenop EU-wetten, worden geschrapt. Europese richtlijnen en regelgeving worden zoveel mogelijk 1-op-1 ingevoerd. Toezichthouders moeten de regels niet strenger interpreteren dan nodig is. Dat moet helpen om administratieve lasten te beperken.
- De Privacywet (AVG) wordt herzien en moet eenvoudiger worden. De coalitie gaat dit aankaarten in Europees verband, maar zal ook de toepassing van de huidige AVG in Nederland tegen het licht houden.
- De financiële positie van studenten wordt versterkt, zodat ze niet voortijdig uitvallen en hun talent voor de arbeidsmarkt niet verloren gaat.
- Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik te maken van de werkkostenregeling.
- Er komt een wettelijke stagevergoeding. Voor sommige sectoren komt de mogelijkheid van een stagefonds. Ook worden afspraken gemaakt over baangaranties.
- De cao blijft volgens het kabinet een belangrijke pijler van arbeidsvoorwaarden, maar moet worden gemoderniseerd. Het kabinet wil het draagvlak voor cao’s vergroten en de regeldruk verminderen. Verder wil de coalitie uitzonderingen op de cao makkelijker maken (dispensatie) en ook niet-vakbondsleden breder betrekken. Het advies van de Stichting van de Arbeid geldt hierbij als uitgangspunt.
- De coalitie wil de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uitbreiden om elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk houden. Verder wordt gebruik van deelauto’s, fiets en openbaar vervoer verder gestimuleerd.
- De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt wel verlengd tot en met 2027. In 2027 worden specifiek de tarieven voor benzine gelijk gehouden aan de tarieven van 2026.
- Het kabinet komt voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda voor belastingen en toeslagen. Dat gaat over herziening van de inkomstenbelasting, het stelsel van toeslagen, overige inkomensregelingen en sociale zekerheid. Uitgangspunten zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen. Werken moet lonen; belastingen worden niet verder genivelleerd.
Hervorming van de transitievergoeding
- De transitievergoeding wordt volgens het kabinet hervormd zodat deze daadwerkelijk de overstap van werk naar werk ondersteunt. De vergoeding wordt gekoppeld aan de infrastructuur voor Leven Lang Ontwikkelen. Werkgevers die tijdig investeren in scholing of re-integratie krijgen lagere of zelfs helemaal geen verplichtingen meer voor het betalen van de transitievergoeding.
- Daarnaast wordt geld in de sectorale O&O-fondsen breder inzetbaar. Heel opvallend is ook dat de compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft voor alle werkgevers. Vanaf 1 juli 2026 kunnen nu alleen kleine werkgevers nog deze compensatie aanvragen, maar die mogelijkheid gaat dus per 2028 verdwijnen, als het aan de coalitie ligt.
WW actiever en korter
- De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit is dus korter dan het huidige plan om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon.
- Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
- Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van de maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk, maar eventuele afspraken moet wil binnen de begroting blijven.
- Per 2029 wordt het maximum dagloon met 20% verlaagd voor alle relevante uitkeringsregelingen. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen.
WIA op de schop
Het arbeidsongeschiktheidsstelsel wordt door de meeste deskundigen als onuitvoerbaar beschouwd. Uitvoeringsorganisatie UWV is daarbij in grote problemen gekomen. De coalitie wil daarom:
- het stelsel actiever maken,
- investeren in preventie,
- strengere voorwaarden voor herbeoordelingen,
- de IVA voor nieuwe gevallen afschaffen. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering, houden dus recht op hun IVA-uitkering.
Op langere termijn kiest het kabinet voor een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid, met een sterke focus op preventie en re-integratie. Het ook moet eenvoudiger worden om (tijdelijk) bij te verdienen of om als zelfstandige aan het werk te gaan.
Aanpak arbeidsmarktdiscriminatie en emancipatie
- Arbeidsmarktdiscriminatie blijft volgens het kabinet een hardnekkig probleem. Het kabinet verwacht van werkgevers dat zij verantwoordelijkheid nemen bij werving en selectie en op de werkvloer.
- De wet loontransparantie wordt ingevoerd, waarbij werknemers inzicht kunnen krijgen in hun beloning ten opzichte van andere werknemers en de opbouw van het algemene loongebouw. Zo kunnen (vooral vrouwelijke) werknemers inzicht krijgen of zij evenredig worden beloond. Wel worden onnodige administratieve lasten voor ondernemers voorkomen.
- De coalitiepartijen ondersteunen de gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving, onder andere door steun aan initiatieven als ‘Vrouwen naar de top’ en de inzet van vrouwelijke rolmodellen.
- Het kabinet blijft werken aan acceptatie, veiligheid en emancipatie van de LHBTQI+ gemeenschap, ook op de werkvloer zoals afgesproken in het Regenboogakkoord. Er is ook aandacht voor de participatie van mensen met een arbeidsbeperking, door te zorgen voor een toegankelijke samenleving.
Gerichte arbeidsmigratie en asiel
- Werkgevers die arbeidsmigranten willen inzetten, moeten zelf voor hun huisvesting zorgen als dit niet voldoende beschikbaar is in hun regio. Er komt een einde aan de afhankelijkheidsrelatie waarbij een arbeidsmigrant op straat komt te staan als het werk ophoudt. Werkgevers krijgen ook een taak bij de registratie van arbeidsmigranten.
- Als stok achter de deur zetten de coalitiepartijen uitzendverboden in als in sectoren misstanden met tijdelijke, laagbetaalde arbeidsmigranten hardnekkig blijven bestaan.
- De Nederlandse arbeidsmarkt heeft talent nodig, stelt de coalitie. Opleidingen voor mbo-, hbo- en wo-talent moeten gericht worden op de arbeidsmarkt. Waar nodig wordt ook gericht internationaal talent aangetrokken. De expatregeling wordt niet (verder) versoberd.
- Het kabinet start een driejarige pilot om onder strenge voorwaarden goed geschoolde arbeidskrachten naar Nederland te halen die Nederland hard nodig heeft om kwalitatief hoogwaardig werk te blijven doen. Daarvoor komen salariseisen, huisvestingseisen en een maximale termijn van drie jaar. De pilot richt zich in ieder geval op kandidaat-EU-lidstaten.
- Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden het recht om te gaan werken. Dat wordt eenvoudiger door een alternatief voor de tewerkstellingsvergunning in te voeren. Ook komt er vanaf het begin hulp en bemiddeling naar werk om sneller te kunnen integreren én bij te kunnen dragen aan de opvang. Kansarme asielzoekers krijgen geen recht om te werken.
- Er komen meer pilots met startbanen voor vluchtelingen in verschillende gemeenten. Statushouders krijgen direct een startbaan als springplank naar regulier werk, gecombineerd met taallessen. Ook vrouwen worden gestimuleerd om aan het werk te gaan. Er komt mogelijk een financiële prikkel via de uitkering, om de startbaan snel te accepteren.
- Statushouders met een (beroeps)opleiding kunnen een ervaringscertificaat krijgen om te zorgen dat zij op hun eigen niveau aan het werk kunnen.
Productiviteit en digitalisering
- Het kabinet wil de productiviteit verhogen, zowel bij koplopers als in het mkb. Via publiek-private samenwerking worden bedrijven ondersteund bij digitalisering, automatisering en slimmer werken.
Duidelijkheid en regulering over zzp
- Het kabinet erkent dat zelfstandig werkenden een blijvend onderdeel zijn van de moderne arbeidsmarkt. Tegelijkertijd wil het kabinet meer duidelijkheid en structuur. De conceptwet Vbar wordt gesplist en een rechtsvermoeden van werknemerschap wordt ingevoerd.
- Het overgebleven deel van de Vbar wordt vervangen door de Zelfstandigenwet, die gefaseerd wordt ingevoerd. Dit is een initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP (uit 2025) om de onduidelijkheid over schijnzelfstandigheid (Wet DBA) te verminderen. De wet gaat uit van ondernemerschap, met als doel rechtszekerheid voor zzp'ers en opdrachtgevers via drie toetsen: zelfstandigentoets, werkrelatietoets en sectorale toets.
- Daarnaast zet het kabinet nog steeds in op een verplichte Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ), met een opt-out mogelijkheid voor private verzekering.
- Overigens wil de coalitie ook mensen stimuleren om in (semi-)publieke sectoren te blijven werken, en niet over te stappen naar het zzp-schap, onder meer door goed werkgeverschap en sociale innovatie.
Van werk naar werk als nieuwe hoofdroute
De coalitiepartijen willen de overstap van werk naar werk eenvoudiger maken. Daarbij worden meerdere maatregelen aangekondigd:
- meer ruimte voor de menselijke maat in het afspiegelingsbeginsel bij collectief ontslag,
- modernisering van het concurrentiebeding,
- versterking van regionale arbeidsmarktregio’s en Werkcentra,
- investeringen in Leven Lang Ontwikkelen.
Op korte termijn komt er een nieuwe regeling voor scholing, gericht op tekortsectoren en kansrijke beroepen. Op langere termijn wordt toegewerkt naar individuele leerrechten.
Middellange termijn
Nieuwe balans tussen vast en flex
Het kabinet wil:
- meer werkzekerheid voor werknemers,
- meer wendbaarheid voor werkgevers.
Daarbij wordt gekeken waar flex “te flex” is en waar vast “te vast” is.
Werk en privé: meer uren moeten lonen
Het kabinet wil:
- doorgaan met bijna gratis kinderopvang,
- maatregelen onderzoeken om meer uren werken te laten lonen,
- het verlofstelsel vereenvoudigen.
Ook worden gezinsregelingen vereenvoudigd door kinderbijslag en kindgebonden budget samen te voegen.
Inkomen, armoede en participatie
Het kabinet wil:
- armoede voorkomen en verminderen,
- werkende armen ondersteunen,
- meer mensen vanuit de Participatiewet naar werk begeleiden,
- maar ook rekening houden met mensen die echt niet kunnen werken.
Daarnaast wordt ingezet op financiële weerbaarheid en vereenvoudiging van regelingen.
AOW-leeftijd sneller omhoog, meer belasting betalen
- Vanaf 1 januari 2033 stijgt de AOW-leeftijd direct mee met het stijgen van de levensverwachting (dus niet meer 2/3) om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden. Er komt een regeling voor mensen met een zwaar beroep.
- Door deze maatregel stijgt de AOW-leeftijd dus weer 100 procent mee met de verdere levensverwachting. Maar de hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.
- Wel zal er de komende zes jaar zal er geen fiscale subsidiering meer zijn het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens.