De Nederlandse industrie laat in 2026 duidelijke tekenen van herstel zien en ondernemers zijn positiever dan in de afgelopen vier jaar. De productie lag in juni 4,6% hoger dan een jaar eerder, waarbij vooral de machine-industrie eruit springt. Voor HR kan deze groei betekenen dat de vraag naar personeel en vakmensen weer aantrekt, juist in sectoren waar geschikt personeel al schaars is.
De kalendergecorrigeerde productie van de Nederlandse industrie was in juni 4,6% hoger dan in juni 2025, meldt het CBS. Daarmee zet het herstel dat eerder dit jaar zichtbaar werd door. In april nam de productie met 5,7% toe ten opzichte van een jaar eerder en in mei met 6,8%. Ondanks maandelijkse schommelingen, ziet het CBS in 2026 een stijgende trend. Ten opzichte van mei daalde de voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde productie in juni wel met 1,3%.
Producenten krijgen meer vertrouwen
De groei is niet gelijk over de industrie verdeeld. Bijna de helft van de bedrijfsklassen produceerde meer dan een jaar eerder. Vooral de machine-industrie valt op, met een productiegroei van 26,2%. Andere grote industriële branches laten nog een daling zien. Er is dus geen sprake van herstel over de volle breedte, maar het totaalbeeld is duidelijk gunstiger dan in 2024 en 2025.
Een tweede positief signaal komt van het producentenvertrouwen. Dat steeg van 1,3 in juni naar 2,4 in juli, het hoogste niveau in vier jaar. Producenten waren vooral minder negatief over hun orderportefeuille. Het vertrouwen ligt bovendien boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar van -1,4. Ook hier zijn de verschillen tussen branches echter groot. In iets meer dan de helft van de branches nam het vertrouwen iets af. De elektrotechnische- en machine-industrie was met een score van 15,6 het meest positief.
Groei kan personeelsvraag weer aanjagen
Voor HR-afdelingen in de industrie is de ontwikkeling relevant. Een hogere productie betekent niet automatisch dat bedrijven direct meer personeel gaan aannemen; het kan ook zijn dat bedrijven innoveren zonder daarvoor extra menskracht aan te nemen. Maar wanneer de groei doorzet, kunnen organisaties wel opnieuw voor de vraag komen te staan hoe zij voldoende capaciteit organiseren.
Dat is vooral van belang voor bedrijven waar moeilijk vervulbare technische functies een beperking vormen voor verdere groei. HR kan daarom vooruitkijken naar de personeelsbehoefte en nagaan of de organisatie voldoende vakkennis en capaciteit beschikbaar heeft wanneer orders en productie verder aantrekken. Daarbij hoeft de oplossing niet uitsluitend uit nieuwe medewerkers te bestaan. Opleiding en ontwikkeling van bestaand personeel, interne doorstroom, behoud van vakmensen en slimmer organiseren van het werk kunnen eveneens helpen om extra productie mogelijk te maken.
Voor HR is vooruitkijken nu verstandig
Het positieve economische signaal kan dus een goed moment zijn om de personeelsplanning opnieuw tegen het licht te houden. Na enkele jaren waarin veel industriële bedrijven voorzichtig moesten opereren, kan een aantrekkende productie andere HR-vraagstukken op de agenda zetten: waar ontstaan straks tekorten, welke kennis moet behouden blijven en welke medewerkers moeten worden opgeleid om toekomstige groei op te vangen?
De cijfers geven natuurlijk nog geen garantie dat de opleving doorzet. De productie daalde immers in juni ten opzichte van mei en niet iedere branche profiteert. Maar 4,6% meer productie dan een jaar geleden, een stijgende trend in 2026 en het hoogste producentenvertrouwen in vier jaar geven werkgevers in de industrie wel reden om met wat meer vertrouwen vooruit te kijken.