Het kabinet wil de maximale WW-duur verkorten in de hoop dat werklozen dan sneller weer aan het werk gaan. Maar het effect daarvan is maar heel beperkt: het zou ervoor zorgen dat 8 duizend mensen eerder werk vinden. Dat beperkte effect komt ook doordat lang niet iedere werkloze recht heeft op de maximale WW-duur van twee jaar. Want je moet dan al zo’n 36 jaar gewerkt hebben. Het zijn dus vooral oudere werknemers die geraakt worden door het inkorten van de WW-duur.
Het Centraal Planbureau (CPB) onderzocht verschillende aanpassingen van de WW. Daarbij is gekeken naar een verkorting van de maximale uitkeringsduur van 24 naar 18 of 12 maanden, en naar veranderingen in de hoogte van de uitkering.
Kortere WW werkt wel een beetje
Een kortere WW geeft werkzoekenden volgens het CPB een grotere financiële prikkel om sneller werk te aanvaarden. Zowel bij een verkorting naar 18 als naar 12 maanden komt het berekende effect afgerond uit op 0,1% meer structurele werkgelegenheid in uren.
Een verandering van 0,1% komt overeen met ongeveer 8 duizend voltijdbanen. Het onderliggende effect is bij een verkorting naar 12 maanden wel groter dan bij 18 maanden. Aanpassing van de hoogte van de WW-uitkering in de eerste twee maanden, heeft volgens het CPB veel minder effect op de werkgelegenheid.
Lang niet iedereen krijgt twee jaar WW
De maximale WW-duur is nu 24 maanden, maar de daadwerkelijke duur hangt af van het arbeidsverleden. Bij een kort arbeidsverleden bedraagt het maximale recht drie maanden. Voor een langere uitkering gelden aanvullende voorwaarden en wordt het WW-recht opgebouwd aan de hand van het aantal gewerkte jaren. Voor een maximale WW van 24 maanden, moet je nu ongeveer 36 jaar hebben gewerkt.
Dat is belangrijk voor het effect van een verkorting van de WW-duur. Eind 2025 waren er volgens UWV 191.459 lopende WW-uitkeringen. Daarvan liepen er 28.465 langer dan twaalf maanden, ongeveer 15%. De gemiddelde uitkeringsduur bedraagt maar 26 weken. Dat betekent dat de meeste mensen na zes maanden de WW verlaten.
Oudere werknemers krijgen langer WW
Langdurige WW komt vooral voor bij oudere werknemers. Van de 55- tot 59-jarige WW'ers ontving 27% langer dan een jaar WW. Bij 60- tot 64-jarigen was dat 30%. Een verkorting van de maximale duur treft daardoor relatief vaak oudere werknemers, waarschuwt het CPB.
Een verkorting naar twaalf maanden raakt een bredere groep dan een verkorting naar achttien maanden, omdat dan ook mensen met een korter arbeidsverleden hun maximale WW-recht zien afnemen.
Kortere WW leidt tot sociaal onwenselijke problemen
Een kortere WW levert de overheid structureel een besparing op. Het CPB berekent bij een maximale duur van 18 maanden een ombuiging van 0,4 miljard euro per jaar. Bij een verkorting naar twaalf maanden gaat het om 1,3 miljard euro.
Daar staat tegenover dat langdurig werklozen eerder hun loongerelateerde uitkering verliezen. Het CPB wijst erop dat daardoor het risico op een snelle inkomensterugval, betalingsproblemen, schulden en armoede kan toenemen. Een deel van het financiële risico kan bovendien verschuiven naar de bijstand en naar de werkloze zelf. Eventuele cao-afspraken kunnen de WW-duur repareren. Als zulke afspraken worden gemaakt, zal het positieve effect op de werkgelegenheid naar verwachting kleiner zijn.