Internationale student belangrijker als bron van schaars talent

Internationale studenten kunnen voor werkgevers een belangrijkere bron van nieuw talent zijn. Een groeiend deel blijft na de studie in Nederland plakken en vindt hier werk. Hoopgevend is dat zij werk vinden in sectoren waar grote kennistekorten zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt, zoals de techniek, ICT, energie en biomedische technologie. Voor HR liggen er daardoor kansen bij campusrecruitment, traineeships en de werving van recent afgestudeerden.

Dat blijkt uit de bevindingen in een nieuwe studie van het Centraal Planbureau (CPB) naar de economische effecten van inkomende internationale studenten. Voor werkgevers is vooral relevant dat een steeds groter deel van deze studenten na afloop van de studie in Nederland blijft en hier gaat werken.

Internationale studenten verdienen studiekosten terug
Internationale studenten leveren Nederland per saldo geld op, vooral doordat een deel na hun afstuderen blijft werken en hier belasting betaalt. Dat gebeurt ook al tijdens hun studie, omdat veel studenten een bijbaan hebben en daarvoor dus ook al belasting en premies afdragen.

Sinds 2017 is het aantal internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs sterk gegroeid: van ongeveer 76 duizend naar ongeveer 131 duizend in 2024. De sterkste groei vond plaats in de wo-bachelor, waar het aantal internationale studenten meer dan verdubbelde. Sinds 2021 neemt de instroom van nieuwe internationale studenten overigens wel af.

Meer afgestudeerden blijven in Nederland
Vijf jaar na de uitstroom uit het hoger onderwijs, woont volgens het CPB ongeveer één op de vijf studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER) nog in Nederland. Van de studenten uit landen buiten de EER is dat het dubbele: ongeveer twee op de vijf.

Tien jaar geleden lagen deze percentages nog een kwart lager. Bovendien vinden recent afgestudeerde internationale studenten sneller betaald werk dan eerdere generaties afgestudeerden. Volgens het CPB kan het steeds gunstiger arbeidsmarktperspectief een deel van die hogere blijfkans verklaren. Voor internationale studenten speelt mee of zij in Nederland relatief gemakkelijk een goedbetaalde baan kunnen vinden.

Onderwijs als route naar hoogopgeleid talent
Het CPB wijst erop dat verschillende Nederlandse sectoren behoefte hebben aan internationaal talent. Vooral in techniek, ICT, energie en biomedische technologie bestaan tekorten aan kenniswerkers. Het Nederlandse hoger onderwijs kan daarmee een route zijn om internationaal talent aan te trekken. Een deel van de studenten vestigt zich immers blijvend in Nederland en stroomt vervolgens door naar de arbeidsmarkt.

Het CPB plaatst daar wel een belangrijke kanttekening bij: migratie is geen structurele oplossing voor algemene arbeidsmarktkrapte. Want door migratie stijgt de vraag naar arbeid ook, bijvoorbeeld doordat de settelende internationale studenten woningen, producten, diensten en uiteindelijk ook zorg nodig hebben.

Voor specifieke arbeidstekorten kunnen internationale afgestudeerden volgens het CPB wel verlichting bieden. Zo dragen hoogopgeleide migranten bij aan innovatie, productiviteitsgroei en het Nederlandse vestigingsklimaat.

Ook tijdens studie al actief op arbeidsmarkt
Gemiddeld heeft ruim één op de vijf internationale studenten betaald werk naast de studie. Hbo-studenten hebben vaker een bijbaan dan wo-studenten uit dezelfde herkomstgroep. Studenten van buiten de EER werken minder vaak dan EER-studenten. Dat komt vooral doordat voor hen beperkingen gelden om tijdens de studie te werken.

Studenten uit EER-landen en Zwitserland hebben wel vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Studenten van buiten de EER hebben tijdens hun studie een aantekening ‘Arbeid vrij toegestaan’ of een tewerkstellingsvergunning nodig. Met zo’n vergunning mogen zij maximaal 16 uur per week werken, of voltijds in juni, juli en augustus. Werkende internationale hbo-studenten verdienen gemiddeld bijna €1.200 per maand. Voor werkende wo-studenten is dat ongeveer €1.000 per maand.

Kans voor HR: zoekjaar voor afgestudeerd talent
Voor werkgevers die internationale afgestudeerden willen werven, is vooral de regeling voor niet-EER-studenten relevant. Na afronding van een Nederlandse hbo- of universitaire opleiding kunnen zij een zoekjaarvergunning voor hoogopgeleiden aanvragen. Daarmee mogen zij gedurende één jaar vrij werken en zoeken naar een baan als kennismigrant.

Daarna is een verblijfsvergunning nodig om in Nederland te blijven. Wie doorgaat als kennismigrant, moet voldoen aan een inkomensnorm. Voor afgestudeerden van Nederlandse onderwijsinstellingen geldt daarbij een lagere norm dan voor andere kennismigranten. Voor HR en recruitment biedt dat een concreet wervingskanaal: internationale afgestudeerden zijn al in Nederland, hebben hier gestudeerd en kunnen tijdens hun zoekjaar zonder aanvullende tewerkstellingsvergunning aan het werk.

Grootste financiële bijdrage van niet-EER wo-studenten
Dat internationale studenten na hun studie gaan werken, is ook de belangrijkste verklaring voor hun positieve bijdrage aan de overheidsfinanciën. Tijdens de studie kosten EER-studenten de overheid geld door onder meer de bekostiging van het hoger onderwijs en studiefinanciering. Over de hele studieduur bedragen de gemiddelde overheidskosten ongeveer €32.500 voor een EER-hbo-student en €20.600 voor een EER-wo-student.

Maar niet-EER-studenten betalen hun studie grotendeels zelf en betalen het volledige collegegeld zelf: dat varieert van €11.500 tot wel €37.000 per jaar. Daardoor leveren zij tijdens hun studie gemiddeld al een kleine positieve bijdrage aan de overheidsfinanciën.

Over de gehele levensloop is het beeld volgens het CPB positief voor vrijwel alle groepen. Wo-studenten van buiten de EER leveren gemiddeld de grootste nettobijdrage van bijna 250 duizend euro. Voor wo-studenten uit de EER en hbo-studenten van buiten de EER gaat het om ongeveer 100 duizend euro. De bijdrage van hbo-studenten uit EER-landen is vrijwel neutraal.

Kansen voor HR, maar geen wondermiddel tegen krapte
Voor werkgevers is de belangrijkste conclusie dat internationale studenten steeds vaker daadwerkelijk onderdeel worden van de Nederlandse arbeidsmarkt. Dat biedt vooral kansen in sectoren waar hoogopgeleid talent schaars is. HR-afdelingen kunnen daar rekening mee houden bij campusrecruitment, traineeships en de werving van recent afgestudeerden.

Maar het CPB waarschuwt ook voor te hoge verwachtingen. Internationale studenten kunnen specifieke tekorten op korte termijn helpen verminderen, maar lossen structurele arbeidsmarktkrapte niet op. De waarde zit vooral in iets anders: een groter aanbod van goed opgeleide werknemers, extra kennis en vaardigheden en – wanneer zij langere tijd in Nederland blijven – een mogelijke bijdrage aan innovatie en productiviteitsgroei.

Checklist: zo ben je aantrekkelijk voor studenten met Campus recruitment

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 508 exclusieve vakartikelen en 344 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?