Nederland doet goed mee met leven lang ontwikkelen (LLO), maar groepen die scholing het hardst kunnen gebruiken doen nog minder mee. Meer geld toevoegen is niet genoeg: werkgevers en overheid moeten beter kijken naar de concrete drempels die mensen ervaren bij bij- en omscholing.
Leven Lang Ontwikkelen (LLO) wordt steeds belangrijker op een arbeidsmarkt die voortdurend verandert. Technologie, maatschappelijke ontwikkelingen en vergrijzing zorgen ervoor dat kennis en vaardigheden sneller verouderen, terwijl mensen langer doorwerken en er minder nieuwe instroom op de arbeidsmarkt is.
Volgens het CPB helpt bij- en omscholing werknemers en werkzoekenden om wendbaar en duurzaam inzetbaar te blijven. Nederland kent gemiddeld een hogere deelname aan scholing dan veel andere EU-landen, maar de scholingsdeelname is wel ongelijk verdeeld.
Vooral kwetsbare groepen blijven achter
Mensen zonder startkwalificatie, ouderen, werklozen en flexwerkers zonder uitzicht op een vast contract nemen relatief weinig deel aan scholing. Ook verschilt het aanbod sterk per sector en bedrijf.
Grotere werkgevers bieden vaker scholing aan. Dat geldt ook voor sectoren waarin kennis snel veroudert, zoals ICT en techniek, en voor beroepen waarin bij- en nascholing verplicht is, bijvoorbeeld in de zorg. Voor HR is dat een belangrijk signaal: juist medewerkers met een zwakkere positie op de arbeidsmarkt krijgen niet vanzelfsprekend de meeste ontwikkelkansen.
Niet alleen geld is een belemmering
Het CPB benadrukt dat scholing altijd een afweging is tussen baten en kosten. Scholing levert kennis en betere arbeidsmarktkansen op, maar kost ook tijd, geld en energie.
Daarbij spelen verschillende belemmeringen. Mensen kunnen scholing uitstellen, ze hebben misschien negatieve ervaringen gehad, of weten niet welke opleiding zinvol is. Ook is de scholingsmarkt niet altijd overzichtelijk en is onzeker welke vaardigheden in de toekomst nodig zijn. Voor werkzoekenden en flexwerkers speelt bovendien dat er vaak geen vaste werkgever is die scholing organiseert of betaalt.
Coaching en leerwerktrajecten kunnen helpen
Financiële ondersteuning alleen is daarom niet altijd voldoende. Volgens het CPB kunnen persoonlijke coaching en ontwikkeladviezen helpen bij mensen die moeite hebben om zelf een passende scholingskeuze te maken.
Ook de vorm waarin leren wordt aangeboden is belangrijk. Leerwerktrajecten kunnen bijvoorbeeld de drempel verlagen, omdat mensen leren combineren met praktijkervaring en inkomen.
Scholing belangrijk bij grote veranderingen
LLO kan vooral een belangrijke rol spelen bij grote maatschappelijke veranderingen, zoals de energietransitie en toekomstige veranderingen door AI. Daarbij kunnen banen verdwijnen of veranderen en kunnen nieuwe vaardigheden in andere sectoren nodig zijn. Scholing komt dan niet altijd vanzelf tot stand, omdat de kosten hoog zijn en onzeker is waar toekomstige banen precies ontstaan.
Het CPB ziet daarom voordelen in scholingsbudgetten die gemakkelijker over sectorgrenzen heen kunnen worden ingezet. Werknemers in sectoren met afnemende perspectieven zouden bovendien eerder actief begeleid kunnen worden naar ander werk.
Niet ieder personeelstekort vraagt om subsidie
Opvallend is dat het CPB waarschuwt tegen automatisch overheidsingrijpen bij ieder personeelstekort. Bij duidelijke, bestaande tekorten hebben werkgevers en werknemers volgens het CPB vaak zelf voldoende belang om oplossingen te zoeken. Dat kan bijvoorbeeld via betere arbeidsvoorwaarden, hogere lonen of leerwerkcombinaties.
Alleen het bestaan van een tekort is volgens het CPB daarom onvoldoende reden voor nieuw scholingsbeleid.
Wat betekent dit voor HR?
Voor werkgevers ligt de belangrijkste boodschap in het gericht organiseren van ontwikkeling. Niet alleen medewerkers die uit zichzelf om opleidingen vragen, verdienen aandacht. Wie deelname wil vergroten, moet vooral kijken naar de concrete belemmeringen die mensen ervan weerhouden om in ontwikkeling te investeren.
HR kan vooral kijken naar groepen die minder gemakkelijk toegang hebben tot scholing, bijvoorbeeld oudere werknemers, praktisch opgeleiden en flexwerkers. Daarbij is het nuttig om niet alleen een budget beschikbaar te stellen, maar ook begeleiding, duidelijke ontwikkelpaden en leerwerkvormen aan te bieden.