Een meerderheid van de werkgevers heeft nu een verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E), maar er blijft ruimte voor verbetering. Minister Aartsen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat daarom de RI&E-verplichting gebruiksvriendelijker maken en de kwaliteit verder verhogen. Verder wordt bekeken of de RI&E getoetst kan worden door één gecertificeerde arbodeskundige. Tegelijkertijd is per 1 juni 2026 een vernieuwde erkenningsprocedure voor branche-RI&E’s van start gegaan.
De RI&E vormt de basis van het arbobeleid van een organisatie. Werkgevers brengen hiermee de arbeidsrisico’s in kaart en leggen in een plan van aanpak vast welke maatregelen zij nemen om die risico’s te beperken.
Meer werkgevers hebben een RI&E
Volgens de minister stijgt de naleving van de RI&E-verplichting al enkele jaren. Waar lange tijd ongeveer de helft van de werkgevers beschikte over een RI&E, blijkt uit de monitor Arbo in Bedrijf 2024-2025 dat inmiddels 68 procent van alle bedrijven een RI&E heeft opgesteld.
Omdat grotere organisaties vaker een RI&E hebben, werkt inmiddels 91 procent van de werknemers bij een bedrijf dat hierover beschikt. Van de bestaande RI&E’s wordt bovendien 70 procent als kwalitatief voldoende of goed beoordeeld.
De minister wil deze ontwikkeling verder stimuleren, schrijft hij in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer over de koers van het Arbobeleid. Zo wordt bekeken hoe branche-RI&E’s en arbocatalogi via de Duurzame Inzetbaarheidsagenda financieel kunnen worden ondersteund. Ook zet de Nederlandse Arbeidsinspectie haar sectorgerichte aanpak voort.
RI&E gebruiksvriendelijker maken
Samen met werkgevers- en werknemersorganisaties werkt het ministerie aan een vereenvoudiging van de RI&E-verplichting. Daarbij wordt voortgebouwd op aanbevelingen van de Werkgroep RI&E en diverse moties uit de Tweede Kamer.
Een van de praktische verbeteringen is de webapplicatie 'Route naar RI&E'. Via deze digitale omgeving kunnen werkgevers stapsgewijs een RI&E opstellen en onderhouden. Volgens de minister moet de RI&E vooral werkbaar blijven voor werkgevers, zonder dat dit ten koste gaat van de bescherming van werknemers.
Verplichte toetsing wordt eenvoudiger
Een belangrijk onderdeel van de plannen betreft de verplichte toetsing van de RI&E door arbokerndeskundigen. Op dit moment zijn vaak meerdere deskundigen betrokken bij de beoordeling van een RI&E, afhankelijk van de aanwezige risico's binnen een organisatie.
Samen met de beroepsverenigingen onderzoekt het ministerie of arbokerndeskundigen in de toekomst een bredere basiskennis kunnen krijgen van arbeidsveiligheid, arbeidshygiëne en arbeids- en organisatiekunde. Daardoor zou bij bedrijven met minder complexe arbeidsrisico's mogelijk kunnen worden volstaan met toetsing door één enkele arbokerndeskundige.
Volgens de minister blijft daarbij het uitgangspunt dat werknemers voldoende beschermd moeten blijven. Bij organisaties met uiteenlopende of complexe risico's zullen meerdere deskundigen nodig blijven.
Nieuwe erkenningsprocedure branche-RI&E
Los van de plannen van de minister is per 1 juni 2026 ook de erkenningsprocedure voor branche-RI&E-instrumenten vernieuwd. Veel sectoren beschikken over een eigen branche-RI&E. Deze instrumenten zijn specifiek afgestemd op de arbeidsrisico's binnen een bepaalde branche en helpen werkgevers om eenvoudiger aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen.
Voordat bedrijven zo'n branche-instrument mogen gebruiken, moet het instrument worden getoetst door arbokerndeskundigen en erkend worden via het Steunpunt RI&E. Een erkende branche-RI&E biedt vooral voordelen voor kleinere werkgevers. Bedrijven met maximaal 25 medewerkers die gebruikmaken van een erkend branche-instrument hoeven hun bedrijfsspecifieke RI&E namelijk niet afzonderlijk te laten toetsen door een arbokerndeskundige. Dat scheelt tijd, kosten en administratieve lasten.
Meer duidelijkheid voor branches
De erkenningsprocedure heeft lang stilgelegen. Daardoor bestond volgens het Steunpunt RI&E onduidelijkheid over de manier waarop brancheorganisaties erkenning konden aanvragen en hoe lang een erkenning geldig bleef. Met de vernieuwde procedure moet die duidelijkheid terugkeren.
Wel verandert één belangrijk onderdeel: de alternatieve erkenningsprocedure voor branches zonder cao-partijen vervalt. Deze branches kunnen voortaan geen nieuwe erkenning of hererkenning meer aanvragen. Bestaande erkenningen blijven wel geldig tot de afgesproken einddatum. Daarna kunnen alleen branches die aan de nieuwe voorwaarden voldoen een erkenning aanvragen.
Wat betekent dit voor HR?
Voor HR-professionals bevestigen de ontwikkelingen dat de RI&E de komende jaren een belangrijk instrument blijft binnen het arbobeleid.
Belangrijkste aandachtspunten
|
Onderwerp |
Wat verandert er? |
|
Naleving RI&E |
Stijgt naar 68% van de bedrijven |
|
Kwaliteit RI&E |
70% wordt als voldoende of goed beoordeeld |
|
Route naar RI&E |
Webapplicatie is gebruiksvriendelijker gemaakt |
|
Toetsing RI&E |
Onderzoek naar toetsing door één arbokerndeskundige bij eenvoudige situaties |
|
Branche-RI&E |
Nieuwe erkenningsprocedure sinds 1 juni 2026 |
|
Kleine werkgevers |
Geen verplichte toetsing bij gebruik van erkende branche-RI&E en maximaal 25 medewerkers |
|
Subsidies |
Mogelijk ondersteuning voor branche-RI&E's en arbocatalogi |
Is een RI&E verplicht?
Ja. Iedere werkgever is verplicht een RI&E op te stellen en een plan van aanpak te maken.
Verdwijnt de verplichte toetsing?
Nee. Wel onderzoekt het kabinet of in eenvoudige situaties één arbokerndeskundige voldoende kan zijn.
Wat is een branche-RI&E?
Een sectorspecifiek RI&E-instrument dat is afgestemd op de risico's binnen een branche.
Wat is het voordeel van een erkende branche-RI&E?
Werkgevers met maximaal 25 medewerkers hoeven hun RI&E dan meestal niet afzonderlijk te laten toetsen.
Is de erkenningsprocedure weer open?
Ja. Sinds 1 juni 2026 geldt een vernieuwde erkenningsprocedure via het Steunpunt RI&E.