Werkgevers die medewerkers de ruimte geven om naast hun baan reservist te zijn, kunnen vanaf 2029 rekenen op duidelijker regels. Het kabinet wil de rechtspositie van reservisten moderniseren, omdat de huidige wetgeving niet meer aansluit bij de ambitie om het aantal reservisten de komende jaren meer dan te verdubbelen. Zo komt er mogelijk onbetaald reservistenverlof na een oproep, dat de werkgever niet mag weigeren. Ook wordt bekeken of de ontslagbescherming voor opgeroepen reservisten opnieuw moet worden ingevoerd. Verder worden werkgevers ontlast als een reservist uitvalt door ziekte. Nu komen de kosten daarvoor nog voor rekening van de werkgever.
Defensie wil het aantal reservisten laten groeien van ongeveer 9.000 naar 20.000 in 2030. Daarmee wordt de afhankelijkheid van werknemers die hun reguliere baan combineren met militaire inzet aanzienlijk groter. Volgens het kabinet zijn de huidige arbeidsrechtelijke en sociale zekerheidsregels daarvoor onvoldoende toegerust. De wetgeving is versnipperd, sluit niet goed op elkaar aan en leidt regelmatig tot onzekerheid voor zowel reservisten als hun werkgever.
Huidige regels zorgen voor knelpunten
Reservisten hebben in feite twee werkgevers: Defensie en hun reguliere werkgever. Dat levert vooral problemen op wanneer Defensie een reservist verplicht oproept voor militaire inzet of oefeningen.
De Kamerbrief noemt verschillende situaties waarin de huidige regelgeving tekortschiet. Zo is een reservist soms wettelijk verplicht gehoor te geven aan een oproep van Defensie, terwijl de reguliere werkgever niet verplicht is daarvoor verlof te verlenen. Daardoor kan een werknemer tegelijkertijd verplichtingen hebben tegenover beide werkgevers. Volgens het kabinet is die situatie onwenselijk, zeker nu Defensie in de toekomst vaker een beroep zal doen op reservisten.
Nieuwe verlofregeling in beeld
Eén van de belangrijkste voorstellen is een aparte wettelijke verlofregeling voor reservisten. Het kabinet onderzoekt een vorm van onbetaald reservistenverlof die geldt bij verplichte militaire inzet. Dat verlof zou de werkgever in die gevallen niet kunnen weigeren. Voor vrijwillige inzet blijft instemming van de werkgever noodzakelijk.
Het voorstel sluit aan bij de bredere herziening van het verlofstelsel, waarin ook maatschappelijke verlofvormen een plek krijgen.
Ontslagbescherming voor reservisten
Ook een nieuw ontslagverbod wordt onderzocht. Tot 1997 gold al een bijzondere ontslagbescherming voor reservisten, maar die verdween toen het aantal reservisten sterk afnam. Nu Defensie juist fors wil groeien, wil het kabinet deze bescherming opnieuw invoeren.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrijwillige inzet en verplichte oproepen in buitengewone omstandigheden. Hoe zwaarder de militaire verplichting, hoe sterker de bescherming waarschijnlijk zal zijn.
Minder financiële risico's voor werkgevers
Ook de financiële gevolgen voor werkgevers komen nadrukkelijk aan bod. Wanneer een reservist tijdens militaire inzet ziek wordt of gewond raakt, komen de kosten van loondoorbetaling en re-integratie nu grotendeels terecht bij de reguliere werkgever. Volgens het kabinet kan dat werkgevers terughoudend maken om medewerkers ruimte te geven reservist te zijn.
Daarom onderzoekt het kabinet mogelijkheden om werkgevers hiervoor geheel of gedeeltelijk te compenseren, met name bij uitval na risicovolle militaire inzet of inzet tijdens buitengewone omstandigheden. Ook wordt bekeken hoe kan worden voorkomen dat werkgevers jarenlang hogere WGA- en Ziektewetpremies betalen wanneer een reservist tijdens militaire inzet arbeidsongeschikt raakt.
Tegemoetkoming voor werkgevers wordt uitgebreid
Defensie kent al een Regeling werkgeverstegemoetkoming langdurige inzet reservisten (RWT). Die regeling wordt uitgebreid. Niet alleen langdurige inzet, maar ook kortere en incidentele inzet komt straks waarschijnlijk voor een tegemoetkoming in aanmerking. Ook wordt de vergoeding verhoogd. Het kabinet benadrukt daarbij dat het gaat om een tegemoetkoming en niet om volledige compensatie van alle kosten.
De aangepaste regeling moet in de eerste helft van 2027 ingaan.
Ook cao's spelen een grotere rol
Volgens het kabinet kunnen wettelijke regels niet alle situaties oplossen. Daarom roept het werkgevers- en werknemersorganisaties op om in cao's aanvullende afspraken te maken. Daarbij kan worden gedacht aan:
Uit onderzoek van het ministerie blijkt dat momenteel slechts 9 van de 40 recente cao-akkoorden specifieke afspraken bevatten over reservisten.
Belangrijke aandachtspunten voor HR
Voor HR-professionals betekent de aangekondigde koerswijziging dat het onderwerp reservisten waarschijnlijk vaker op de agenda komt te staan. Denk daarbij aan:
Het kabinet wil bovendien onderzoeken of een wettelijke meldplicht wenselijk is, zodat werkgevers weten welke medewerkers reservist zijn. Ook wordt bekeken hoe de totale arbeids- en rustbelasting van werknemers met twee werkgevers beter kan worden bewaakt.
Invoering complete pakket pas vanaf 2029
De meeste voorstellen moeten nog verder worden uitgewerkt. Omdat daarvoor meerdere wetswijzigingen nodig zijn en overleg met sociale partners plaatsvindt, mikt het kabinet op inwerkingtreding per 1 januari 2029. De Tweede Kamer ontvangt vóór de zomer van 2027 een voortgangsrapportage.
|
Onderwerp |
Voorgenomen wijziging |
|
Reservistenverlof |
Onderzoek naar wettelijke verlofregeling bij verplichte inzet |
|
Ontslag |
Nieuw ontslagverbod bij militaire inzet |
|
Werkgeversvergoeding |
Hogere en ruimere tegemoetkoming via de RWT |
|
Ziekte en re-integratie |
Onderzoek naar compensatie van werkgevers bij uitval door militaire inzet |
|
WGA- en Ziektewetpremies |
Werkgevers moeten niet opdraaien voor hogere premies na uitval tijdens risicovolle militaire inzet |
|
Cao's |
Meer afspraken over reservisten, verlof en loonaanvulling |
|
Planning |
Beoogde invoering van de meeste maatregelen per 1 januari 2029 |