Minister Aartsen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een toetsingskader gepubliceerd waarmee opdrachtgevers en zzp'ers kunnen beoordelen of iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Veel nieuws bevat het kader helaas niet: het is een ingekorte versie van het bestaande toetsingskader van de Belastingdienst en bouwt verder voort op de bekende rechtspraak van de Hoge Raad in de Deliveroo- en Uber-zaken. Wel zet het document de belangrijkste criteria nog eens compact bij elkaar.
Opvallend is ook dat de minister het officiële toetsingskader heeft gepresenteerd via zijn LinkedIn-pagina, waarbij hij zegt te hopen dat dit ondernemers en zzp’ers verder helpt totdat de Zelfstandigenwet in 2028 van kracht wordt. Daar werkt het ministerie van SZW nu aan.
Het ministerie presenteert dus geen echt nieuw beoordelingsmodel. SZW vermeldt zelf dat het document een ingekorte versie is van het bestaande toetsingskader dat de Belastingdienst toepast bij het handhaven van schijnzelfstandigheid. De uitleg van de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest is zelfs één-op-één uit dat bestaande kader overgenomen. Beide toetsingskaders kunnen volgens SZW wel worden gebruikt om meer inzicht te krijgen over arbeidsrelatie of ondernemerschap.
Is het een zzp’er of toch een werknemer?
Het ‘nieuwe’ toetsingskader zzp moet helpen bij de beoordeling van arbeidsrelaties en daarmee bij de vraag of iemand als zzp'er kan worden ingehuurd. Uitgangspunt blijft artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. Als sprake is van arbeid, loon en werken in dienst van een ander met een gezagsverhouding, is er een arbeidsovereenkomst.
Maar bij de beoordeling of een opdracht wordt uitgevoerd door een zelfstandig ondernemer, is niet één enkel criterium doorslaggevend. Alle feiten en omstandigheden moeten in samenhang worden beoordeeld. Deze zogenoemde ‘holistische toets’ vloeit voort uit het arrest van de Hoge Raad en is bepalend voor de uiteindelijke kwalificatie van de arbeidsrelatie.
Negen gezichtspunten uit Deliveroo blijven de basis
Centraal staan de negen gezichtspunten die de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft benoemd. Zo wordt gekeken naar de aard en duur van het werk, de vrijheid om werkzaamheden en werktijden zelf te bepalen en de mate waarin de zzp'er onderdeel is van de organisatie. Ook de manier waarop afspraken en tarieven tot stand komen, de hoogte van de beloning en het commerciële risico spelen een rol. Daarnaast telt vooral ook mee of iemand zich daadwerkelijk als ondernemer gedraagt.
Deze bestaande gezichtspunten moeten altijd in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Ze zijn bovendien niet uitputtend en het gewicht van een bepaald gezichtspunt kan van geval tot geval verschillen. Let op dat de Belastingdienst bij de beoordeling over het zelfstandig ondernemerschap vooral kijkt naar de feitelijke werksituatie bij de opdrachtgever, niet (alleen) naar wat er in de overeenkomst met de zzp’er is vastgelegd.
Ondernemerschap kan verschil maken
Het toetsingskader besteedt aan het einde ook aandacht aan het latere Uber-arrest van de Hoge Raad uit 2025. Dat arrest heeft vooral verduidelijkt hoe de eerdere Deliveroo-criteria moeten worden toegepast. De Hoge Raad bepaalde dat alle gezichtspunten meetellen en dat daartussen geen rangorde bestaat. Bij de beoordeling van ondernemerschap mag bovendien worden gekeken naar ondernemerskenmerken buiten de specifieke opdracht die wordt beoordeeld.
Dat kan een opvallend gevolg hebben. Twee zzp'ers kunnen hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever verrichten, terwijl de arbeidsrelatie van de één als zelfstandige opdracht wordt gezien en die van de ander toch als arbeidsovereenkomst. Dat verschil kan worden veroorzaakt doordat de ene zzp’er/opdrachtnemer zich ook buiten deze opdracht aantoonbaar als ondernemer gedraagt en de andere niet. Het is dus aan te bevelen om de overige activiteiten en het ondernemerschap van de zzp’er ook mee te nemen in de beslissing of het uit te voeren werk als zzp-opdracht kan worden uitgevoerd.
Toetsingskader zzp en schijnzelfstandigheid samengevat
|
Onderdeel |
Waar wordt naar gekeken? |
|
1. Aard en duur van het werk |
Een inspanningsverplichting en een langdurige arbeidsrelatie kunnen eerder wijzen op een arbeidsovereenkomst; een resultaatverplichting eerder op zelfstandigheid. |
|
2. Werkzaamheden en werktijden |
Hoe meer vrijheid de opdrachtnemer heeft om werkwijze, werktijden en locatie zelf te bepalen, hoe meer dit wijst op zelfstandig werken. |
|
3. Inbedding in de organisatie |
Er wordt gekeken in hoeverre de opdrachtnemer werkt zoals het eigen personeel en onderdeel is van de organisatie. Ook telt mee of het werk structureel is en een wezenlijk onderdeel vormt van de bedrijfsvoering. |
|
4. Persoonlijke uitvoering |
Een verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren kan wijzen op een arbeidsovereenkomst. Maar vrije vervanging betekent echter niet automatisch dat iemand daadwerkelijk zzp'er is. |
|
5. Totstandkoming afspraken |
Veel ruimte om zelf over de overeenkomst te onderhandelen wijst eerder op zelfstandigheid; weinig onderhandelingsruimte eerder op een arbeidsovereenkomst. |
|
6. Bepaling en betaling beloning |
Zelf tarieven bepalen, onderhandelen en zelf factureren wijst eerder op ondernemerschap. Automatische betaling door de opdrachtgever kan eerder op een arbeidsovereenkomst wijzen. |
|
7. Hoogte beloning |
Een beloning die vergelijkbaar is met die van werknemers wijst eerder op een arbeidsovereenkomst. Een duidelijk hogere beloning kan juist richting zelfstandigheid wijzen. |
|
8. Commercieel risico |
Zelf risico dragen bij bijvoorbeeld schade, ziekte, investeringen en onvoldoende kwaliteit van het resultaat wijst eerder op ondernemerschap. |
|
9. Gedrag als ondernemer |
Onder meer andere opdrachtgevers, acquisitie, naamsbekendheid, vrijheid om opdrachten te accepteren en eigen bedrijfskleding en gereedschap kunnen wijzen op zelfstandig ondernemerschap. |
|
Aanvulling Uber-arrest |
Er is geen rangorde tussen de negen gezichtspunten. Ook aantoonbaar ondernemerschap buiten de onderzochte opdracht telt mee. Daardoor kunnen twee mensen die hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever doen, toch verschillend worden beoordeeld. |
Het gaat nog steeds om de feitelijke situatie
Voor opdrachtgevers en HR-professionals biedt het toetsingskader daarmee vooral een compact overzicht om bestaande zzp-constructies nog eens tegen het licht te houden.
Het verandert de juridische beoordeling niet fundamenteel: de feitelijke manier waarop wordt gewerkt blijft doorslaggevend en alle omstandigheden moeten in samenhang worden gewogen. Een overeenkomst waarin simpelweg staat dat iemand als zelfstandige werkt, is dus zeker niet voldoende wanneer in de praktijk feitelijk alles in de richting van een arbeidsovereenkomst wijst.