De Tweede Kamer heeft ingestemd met een eerste grote arbeidsmarkthervorming, door een wetvoorstel aan te nemen dat flexwerkers meer zekerheid moet bieden over werk, inkomen en werktijden. Dat betekent: géén nulurencontracten meer voor de meeste werknemers, strengere regels voor tijdelijke contracten en meer bescherming voor uitzendkrachten. Werkgevers die flexibele werknemers aannemen, moeten voortaan een bandbreedtecontract aanbieden, met vaste minimum- en maximumuren. Ook wordt de ketenregeling drastisch aangepast.
Dat zijn de opvallendste onderdelen van de nieuwe Wet meer zekerheid flexwerkers, waarmee de Tweede Kamer heeft ingestemd. Als ook de Eerste Kamer instemt, kan de wet per 1 januari 2028 ingaan.
Volgens het kabinet telt Nederland met 2,7 miljoen flexwerkers relatief veel werknemers met een flexibel contract. Met de nieuwe wet wil minister Vijlbrief draaideurconstructies met tijdelijke contracten beperken, nulurencontracten vrijwel afschaffen en de positie van uitzendkrachten versterken.
Ketenregeling: tussenpoos van zes maanden naar 3 jaar
Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel is de aanscherping van de ketenregeling. Tijdelijke contracten moeten weer vooral bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Werkgevers mogen straks niet meer na 6 maanden opnieuw een tijdelijk contract aan de werknemer aanbieden om een vast dienstverband te vermijden.
Daarvoor wordt de huidige tussenperiode van 6 maanden vervangen door een administratieve vervaltermijn van 3 jaar. Dat betekent dat werknemers na drie tijdelijke contracten, of na overschrijding van de maximale duur, niet eenvoudig opnieuw tijdelijk kunnen worden aangenomen. Ook worden mogelijkheden beperkt om via cao’s van de ketenregeling af te wijken. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat structureel werk langdurig flexibel blijft georganiseerd.
Nulurencontract maakt plaats voor bandbreedtecontract
Het wetsvoorstel vervangt oproepcontracten grotendeels door een nieuw bandbreedtecontract. Daarbij spreken werkgever en werknemer een minimum- én maximumaantal uren af. Het maximum mag maximaal 130% van het minimum bedragen. Bij een minimum van 10 uur mag dus maximaal 13 uur worden ingepland.
Werknemers hoeven oproepen boven dat maximum niet te accepteren. Daarnaast moeten werkgevers werknemers minimaal vier dagen van tevoren oproepen, tenzij in cao’s een kortere termijn is afgesproken van minimaal 24 uur. Werkt een werknemer structureel meer uren, dan moet de werkgever een contract aanbieden met een hogere arbeidsomvang. Na twaalf maanden moet een aanbod volgen op basis van het gemiddeld gewerkte aantal uren.
Voor minderjarigen, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden blijven uitzonderingen mogelijk voor oproepwerk: zij mogen dan nog wel werken op basis van een oproepcontract.
Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook de regels voor uitzendwerk worden aangescherpt. Uitzendkrachten moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de opdrachtgever. Volgens het kabinet wordt hiermee Europese rechtspraak wettelijk vastgelegd.
Daarnaast worden de meest onzekere fasen van uitzendwerk verkort. De periode waarin uitzendkrachten dagelijks kunnen worden ontslagen of geen zekerheid hebben over hun uren gaat van anderhalf jaar naar één jaar. De minister krijgt bovendien extra mogelijkheden om in te grijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Onderdeel van groter arbeidsmarktpakket
De wet maakt deel uit van het bredere arbeidsmarktpakket van het kabinet. Dat pakket is gebaseerd op het rapport van de commissie-Borstlap (van zes jaar geleden) en eerdere afspraken tussen kabinet, werkgevers en vakbonden. Het doel is volgens de memorie van toelichting om de balans tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt te herstellen.
Volgens de toelichting moet het wetsvoorstel bijdragen aan:
|
Onderwerp |
Nu |
Nieuw in 2028 |
|
Tijdelijke contracten |
Na tussenpoos van 6 maanden kan nieuwe keten starten |
Nieuwe tijdelijke keten pas mogelijk na langere vervaltermijn van 3 jaar |
|
Oproepcontracten |
Nulurencontracten toegestaan |
Bandbreedtecontract wordt hoofdregel |
|
Uren oproepkracht |
Geen vaste minimale uren, in de praktijk 3 uur |
Minimaal en maximaal aantal uren verplicht |
|
Extra uren |
Vaak verplicht door werkgever |
Werknemer mag uren boven maximum weigeren |
|
Oproeptermijn |
Minimaal 4 dagen |
Blijft 4 dagen, mag verkort worden in cao naar minimaal 24 uur |
|
Structureel meer werken |
Niet altijd aangepast contract |
Werkgever moet hoger urencontract aanbieden |
|
Uitzendwerk |
Minder bescherming in eerste fases |
Onzekere fase verkort naar 1 jaar Minister kan ingrijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector |
|
Arbeidsvoorwaarden uitzendkracht |
Niet altijd gelijkwaardig |
Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden verplicht |
|
Vraag |
Antwoord |
|
Wanneer gaat de wet in? |
Beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, als ook de Eerste Kamer instemt. |
|
Verdwijnen nulurencontracten volledig? |
In de regel wel, behalve voor uitzonderingsgroepen zoals scholieren, studenten en AOW’ers. |
|
Wat is een bandbreedtecontract? |
Een contract met een minimum- en maximumaantal uren, waarbij het maximum maximaal 130% van het minimum mag zijn. |
|
Mag een werknemer extra uren weigeren? |
Ja, uren boven het afgesproken maximum mogen worden geweigerd. |
|
Wat verandert voor uitzendkrachten? |
Meer zekerheid over werk en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte van reguliere werknemers. Eerste onzekere fase verkort van anderhalf naar 1 jaar. |
|
Waarom komt deze wet er? |
Volgens het kabinet is de Nederlandse arbeidsmarkt te ver doorgeschoten in flexibilisering. |