In het nieuwe pensioenstelsel bewegen pensioen mee met de ontwikkeling van de economie. Als het pensioenfonds het goed doet, kunnen pensioenen stijgen, maar ze kunnen ook dalen als rendementen tegenvallen. Maar tegenvallende rendementen, betekenen niet automatisch dat dat werknemers dan (later) minder pensioen krijgen. Want ook de rente speelt een belangrijke rol. Door de hogere rente van dit moment, is het voor fondsen mogelijk om de uiteindelijke pensioenuitkeringen toch op peil te houden. Pensioenadviseur Aon pleit voor betere communicatie daarover richting werknemers.
De aanleiding is de nieuwste Pensioenthermometer van Aon. Daaruit blijkt dat de gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen in juni licht is gedaald van 132% naar 131%, vooral doordat de rente daalde en de pensioenverplichtingen daardoor iets duurder werden. De beleidsdekkingsgraad steeg juist licht naar 128%. Daarmee blijven veel pensioenfondsen financieel gezond.
Rendement vertelt niet het hele pensioenverhaal
Volgens Aon ontstaat regelmatig verwarring doordat werknemers vooral kijken naar het behaalde beleggingsrendement. Maar in het nieuwe pensioenstelsel bepaalt niet alleen het rendement hoeveel pensioen uiteindelijk kan worden uitgekeerd. Ook de rente speelt daarbij een belangrijke rol.
Frank Driessen, Director Wealth bij Aon Nederland, wijst erop dat de rente het afgelopen jaar fors is gestegen. Daardoor zijn toekomstige pensioenuitkeringen juist goedkoper geworden om te financieren. "Het gaat niet alleen om het rendement, maar ook om de rente", aldus Driessen.
Hogere rente kan pensioen juist helpen
Dat lijkt misschien tegenstrijdig. Wanneer de rente stijgt, dalen meestal de koersen van obligaties. Daardoor kan het beleggingsrendement tijdelijk lager uitvallen. Tegelijkertijd hoeven pensioenfondsen bij een hogere rente minder vermogen apart te zetten om dezelfde toekomstige pensioenuitkering te kunnen betalen. Pensioen wordt daardoor als het ware goedkoper.
In het nieuwe solidaire pensioencontract wordt dit verwerkt via het zogenoemde beschermingsrendement. Dat kan negatief uitvallen wanneer de rente stijgt, maar daar staat tegenover dat de toekomstige pensioenuitkeringen minder duur worden. Het resterende overrendement kan vervolgens juist bijdragen aan hogere pensioenvermogens en uiteindelijk hogere pensioenuitkeringen. Volgens Aon is het daarom belangrijk om rendementen altijd in samenhang met de renteontwikkeling te bekijken.
Goede eerste helft voor beschikbare premieregelingen
Voor werknemers met een beschikbare premieregeling (bij een pensioenverzekeraar) was de eerste helft van 2026 volgens Aon positief. Afhankelijk van de leeftijd varieerde het rendement over de eerste zes maanden van 12,5% voor jongere deelnemers tot 4,4% voor werknemers die bijna met pensioen gaan.
Voor deelnemers die vlak voor pensionering staan en kiezen voor een vaste pensioenuitkering steeg de beleggingsportefeuille gemiddeld met 4,4%, terwijl de prijs van het aankopen van pensioen met 1,1% toenam. Per saldo levert dat volgens Aon voor deze groep een licht positief resultaat op.
Pensioenfondsen liggen op schema
Volgens Aon verloopt de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel bij pensioenfondsen grotendeels volgens planning. De grootste groep fondsen stapt naar verwachting op 1 januari 2027 over. De implementatieplannen zijn inmiddels ingediend en worden beoordeeld.
Bij pensioenregelingen die via verzekeraars lopen verloopt de overgang minder snel. Volgens Aon is ongeveer 30% van deze regelingen inmiddels aangepast. Bijna de helft van de werkgevers kiest voor de zogenoemde eerbiedigende werking, terwijl ongeveer een kwart de beslissing nog een jaar uitstelt. Aon waarschuwt nog maar eens dat hierdoor een capaciteitsprobleem kan ontstaan als veel werkgevers hun pensioenregeling pas vlak voor de uiterste transitiedatum willen aanpassen.
Wat betekent dit voor HR?
Voor HR-professionals wordt communicatie over pensioen steeds belangrijker. Werknemers zullen in het nieuwe pensioenstelsel vaker hun persoonlijke rendement zien, maar dat cijfer zegt volgens Aon op zichzelf weinig over de uiteindelijke pensioenuitkering.
Een goed gesprek over pensioen vraagt daarom ook uitleg over de invloed van de rente en de manier waarop risico's in het nieuwe stelsel worden verdeeld.
Waarom daalt de dekkingsgraad terwijl de beleggingen rendement opleveren?
Omdat niet alleen het beleggingsrendement telt. In juni stegen de beleggingen licht, maar daalde ook de rente. Daardoor werden de toekomstige pensioenverplichtingen duurder. Dat effect was groter dan het positieve beleggingsresultaat, waardoor de gemiddelde dekkingsgraad iets terugliep.
Betekent een lager beleggingsrendement automatisch een lager pensioen?
Nee. In het nieuwe pensioenstelsel bepalen zowel het beleggingsrendement als de rente hoeveel pensioen uiteindelijk kan worden uitgekeerd. Een lager rendement hoeft dus niet automatisch te leiden tot een lagere pensioenuitkering.
Waarom is een hogere rente juist gunstig voor pensioenen?
Bij een hogere rente hoeven pensioenfondsen minder vermogen te reserveren om toekomstige pensioenen uit te betalen. Pensioenuitkeringen worden daardoor goedkoper om te financieren. Dat kan een lager beleggingsrendement deels of zelfs volledig compenseren.
Wat is het beschermingsrendement?
In het nieuwe pensioenstelsel wordt een deel van het pensioenvermogen beschermd tegen veranderingen in de rente. Dat gebeurt via het zogenoemde beschermingsrendement. Bij een stijgende rente kan dit rendement negatief zijn, maar daar staat tegenover dat de toekomstige pensioenuitkeringen goedkoper worden. Uiteindelijk gaat het om het totale effect op het pensioen.
Waarom zijn rendement en rente samen belangrijk?
Er ontstaat nu verwarring doordat werknemers vooral naar het beleggingsrendement kijken. Voor de uiteindelijke hoogte van het pensioen is echter ook de rente van groot belang. Alleen door beide samen te bekijken ontstaat een goed beeld van de pensioenontwikkeling.
Wat betekent dit voor werknemers?
Werknemers zullen in het nieuwe pensioenstelsel vaker hun persoonlijke pensioenvermogen en rendement zien. Dat betekent niet automatisch dat hun toekomstige pensioen evenveel stijgt of daalt. De renteontwikkeling speelt daarbij eveneens een belangrijke rol.
Moeten werkgevers werknemers hierover informeren?
Ja, goede communicatie is belangrijk. Werknemers zullen vragen hebben over schommelingen in rendementen en pensioenvermogens. Dat geldt zeker bij premiepensioenen. HR kan helpen door uit te leggen dat niet één cijfer bepalend is, maar dat rendement, rente en de gekozen pensioenregeling samen de uiteindelijke pensioenuitkering bepalen.
Lopen pensioenfondsen op schema met het nieuwe pensioenstelsel?
Volgens Aon wel. De meeste pensioenfondsen liggen op koers om op 1 januari 2027 over te stappen. Bij pensioenregelingen die via verzekeraars lopen verloopt de overgang trager. Daar waarschuwt Aon voor mogelijke capaciteitsproblemen als werkgevers te lang wachten met de overstap.