Personeelsnet

Werknemer met lage opleiding krijgt minder compensatie voor cursus

De meeste volwassenen met een betaalde baan leren tijdens hun werkzame leven bij, maar het verschil tussen werknemers met een hoge en lage opleiding is groot. Van de laagopgeleiden volgt maar 29 procent werkgerelateerde cursussen, onder hoogopgeleiden is dit bijna 68 procent. Dat kan komen omdat hoogopgeleiden veel vaker door hun werkgever worden beloond voor het volgen van een cursus.

Ruim de helft van de 25- tot 65-jarige werkenden volgt werkgerelateerde cursussen. Laagopgeleiden, ouderen en deeltijdwerkers nemen het minst vaak aan deze cursussen deel. Dat blijkt uit recente cijfers van de Adult Education Survey uitgevoerd door het CBS.

Laagopgeleiden minder vaak naar cursussen
In 2016 volgde 52 procent van de 25- tot 65-jarige werkenden scholing voor het werk. Het gaat dan om doorgaans kortdurende cursussen, bedrijfsopleidingen, trainingen, privélessen, workshops en seminars. Begeleide training op de werkplek, bijvoorbeeld een inwerktraject voor nieuwe medewerkers, valt hier niet onder.

Laagopgeleiden volgen minder vaak werkgerelateerde cursussen dan hoogopgeleiden: 29 procent van de laagopgeleide werkenden neemt deel aan dergelijke cursussen, van de hoogopgeleiden is dit bijna 68 procent. Hoogopgeleiden worden hiervoor beduidend vaker dan laagopgeleiden gecompenseerd door hun werkgever. 45- tot 65-jarigen volgen naar verhouding iets minder vaak cursussen dan 25- tot 45-jarigen, en mannen iets minder vaak dan vrouwen.

Langere werkweek, vaker bijscholing
Ruim vier op de tien werkenden met een voltijd baan óf een grote deeltijdbaan (20 uur per week of meer) volgen een of meer werkgerelateerde cursussen. De meesten van hen (70 procent) ontvangen voor ten minste één cursus een vergoeding van de werkgever. Werkzame personen met kleine banen (minder dan 12 uur per week) volgen minder vaak een cursus voor het werk, te weten 30 procent.

Als werkenden twee jaar of langer werkzaam zijn in hun huidige baan nemen ze vaker deel aan werkgerelateerde scholing dan werkenden die korter dan twee jaar in hun baan werken: ruim 53 procent tegenover 47 procent. Ook betaalt de werkgever vaker mee aan cursussen als werknemers langer in dienst zijn.

Helft gaat op cursus omdat het moet
Verreweg de meeste werkenden (acht op de tien) volgen een cursus om hun werk beter uit te oefenen. Daarnaast zijn bijscholingen relatief vaak beroepsmatig verplicht of eist de werkgever de scholing. De helft van de werkenden noemt zo’n verplichting als reden. Dit geldt bijvoorbeeld in de gezondheidszorg en welzijn, en in de financiële dienstverlening.

Het vergroten van carrièrekansen is voor 44 procent een reden voor bijscholing. Het opstarten van een eigen bedrijf wordt door een veel kleiner aandeel van de werkenden genoemd (6 procent). Naast een motivatie op het gebied van werk noemen cursisten ook persoonlijke redenen om een cursus te doen, zoals het opdoen van kennis en vaardigheden die hun interesse hebben, of die nuttig zijn in het dagelijks leven.

MIS NIKS: Abonneer je op de gratis Personeelsnet-nieuwsbrief

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?