Werkgevers zijn bezorgd over de impact van stijgende brandstofprijzen op hun organisatie en medewerkers. Het kabinet lijkt werknemers te willen compenseren door de belastingvrije kilometervergoeding te verhogen van 23 naar 25 cent. Voor werkgevers betekent dat een kostenverhoging, die ten koste zal gaan van de loonruimte voor 2026. Om kosten te besparen, laten werkgevers hun mensen vaker thuiswerken als dat mogelijk is.
Uit onderzoek van werkgeversvereniging AWVN blijkt dat een mogelijke verhoging van de reiskostenvergoeding niet los gezien kan worden van de totale arbeidsvoorwaarden. Want meer vergoeding betekent in veel gevallen minder ruimte voor loonstijgingen.
De discussie over compensatie hoort volgens werkgevers dan ook thuis aan de cao-tafel. Daarbij pleiten zij voor gerichte oplossingen, bijvoorbeeld voor specifieke groepen werknemers, en voor het verkennen van alternatieven zoals thuiswerken, openbaar vervoer en de (e-)fiets.
Weinig directe maatregelen
Een ruime meerderheid van de werkgevers (87%) ziet op dit moment overigens helemaal geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen vanwege de brandstofprijzen. Als er wel actie wordt ondernomen, gaat het meestal om een hogere kilometervergoeding.
Andere opties zijn het stimuleren van thuiswerken, carpoolen of het gebruik van alternatieve vervoermiddelen. Ook de werkkostenregeling wordt genoemd. Veel werkgevers wachten af hoe de situatie zich ontwikkelt en welke maatregelen de overheid neemt. Daarbij waarschuwen zij dat tijdelijke regelingen in de praktijk vaak lastig terug te draaien zijn.
Druk op arbeidsvoorwaarden neemt toe
De stijgende brandstofprijzen komen bovenop andere kostenstijgingen, zoals hogere lonen en energiekosten. Werkgevers geven aan dat zij deze lasten niet volledig kunnen opvangen. Ook een hogere belastingvrije reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent, leidt volgens AWVN tot extra kosten.
Werkgevers staan in principe wel open voor een hogere vergoeding als het kabinet deze verruimt, maar benadrukken dat dit gevolgen heeft voor de resterende loonruimte. Daarom adviseren zij om per sector en organisatie zorgvuldig te bekijken of en voor wie een hogere vergoeding nodig is.
Gevolgen voor werknemers zichtbaar
Bij driekwart van de werkgevers ondervinden werknemers al gevolgen van de gestegen brandstofprijzen. Het gaat vooral om hogere kosten voor woon-werkverkeer. Daarnaast ziet bijna de helft van de werkgevers dat ook zakelijke reizen duurder worden.
Grote ingrepen blijven vooralsnog uit. Wel kiezen organisaties vaker voor thuiswerken als manier om kosten te beperken. Aanpassingen in reisbeleid blijken in de praktijk niet altijd eenvoudig, bijvoorbeeld door de ligging van de werklocatie, ambulant werk of avond- en nachtdiensten.
Huidige vergoedingen blijven uitgangspunt
Vrijwel alle werkgevers bieden een kilometervergoeding voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen. In 80 procent van de gevallen bedraagt deze 23 cent per kilometer voor woon-werkverkeer. Voor zakelijke reizen ligt de vergoeding vaak ook op 23 cent, al ligt het gemiddelde daar met 29 cent iets hoger doordat sommige werkgevers meer vergoeden.
Veel werkgevers zullen hun reiskostenvergoeding dus mogelijk verhogen, maar dat zal niet overal het geval zijn. Er zijn ook nu nog sectoren waar niet de maximale belastingvrije vergoeding wordt toegekend. Daarnaast heeft driekwart van de werkgevers een leaseregeling en thuiswerkbeleid. Ruim de helft biedt een OV-vergoeding en een derde heeft een fietsregeling of fietsplan.
Breder vraagstuk dan alleen werkgevers
Volgens werkgevers kan de impact van de brandstofcrisis niet alleen bij bedrijven worden neergelegd. De hogere kosten raken ook de bedrijfsvoering direct, bovenop eerdere kostenstijgingen. Daarom vinden zij dat de gevolgen door de hele samenleving gedragen moeten worden.
Voor HR betekent dit dat keuzes rond reiskostenvergoedingen steeds vaker onderdeel worden van een bredere afweging binnen het totale arbeidsvoorwaardenpakket.