Nederlandse pensioenfondsen zien hun rendementen bijna 5 procent dalen door alle onrust op de financiële markten. De waarde van beleggingen staat onder druk door de oorlog in het Midden-Oosten en de stijging van de energieprijzen die daarvan het gevolg is.
De financiële positie van Nederlandse pensioenfondsen is in maart verslechterd, maar is nog wel relatief hoog. De gemiddelde dekkingsgraad daalde naar 123%, terwijl de beleidsdekkingsgraad stabiel bleef op 125%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon.
Onrust op markten raakt pensioenfondsen
De oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran zorgt voor flinke schommelingen op de financiële markten. De olieprijs stijgt sterk, met pieken richting 120 dollar per vat, en ook andere grondstoffen werden duurder.
Tegelijkertijd daalden aandelenmarkten wereldwijd met meer dan 7% sinds het begin van het conflict. In opkomende markten liep het verlies zelfs op tot -10,9%, terwijl aandelen in ontwikkelde landen met -5% daalden.
Rente omhoog, vermogen omlaag
Door hogere inflatieverwachtingen steeg ook de rente. De Duitse 10-jaarsrente kwam uit rond 3,1%. Deze combinatie van factoren zorgde ervoor dat het totale rendement van pensioenbeleggingen in maart negatief uitkwam op -4,8%.
De stijgende rente had een dubbel effect. Enerzijds daalde de waarde van de pensioenverplichtingen met ongeveer 1,4%, wat normaal gesproken positief is voor de dekkingsgraad. Anderzijds daalde het vermogen van pensioenfondsen door negatieve beleggingsresultaten. Per saldo leidde dit tot een lagere dekkingsgraad van 123%.
Ook negatieve rendementen pensioenverzekeringen
Ook deelnemers aan beschikbare premieregelingen kregen te maken met negatieve rendementen. Afhankelijk van leeftijd en regeling varieerden deze tussen -2,8% en -4,7%.
Voor werknemers die vlak voor pensionering staan en kiezen voor een vaste uitkering, daalde de portefeuille gemiddeld met 2,8%, terwijl de prijs van pensioen met 2,6% daalde. Volgens Aon heeft de marktonrust naar verwachting een beperkt negatief effect voor deze groep pensioendeelnemers.
Aon signaleert opnieuw dat nog lang niet alle pensioenregelingen bij verzekeraars zijn overgezet naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp). Vooral voor mkb-werkgevers ligt hier nog een belangrijke opgave. Tijdig starten met de overgang is volgens Aon essentieel om het proces zorgvuldig te doorlopen.
Keuzes rond bescherming nemen toe
De huidige marktschommelingen zorgen ervoor dat pensioenfondsen opnieuw moeten nadenken over het beschermen van hun dekkingsgraad. Sommige fondsen kiezen ervoor om zich in te dekken tegen forse dalingen op de aandelenmarkt, terwijl andere dat niet doen.
Volgens Aon vraagt dit om zorgvuldige afwegingen, waarbij kosten, deelnemersopbouw en financiële positie van het fonds een rol spelen.
Bedrag ineens opnieuw uitgesteld
Opvallend is dat de invoering van het zogeheten ‘bedrag ineens’ opnieuw is uitgesteld, dit keer tot 1 januari 2029. Het gaat om de mogelijkheid om maximaal 10% van het pensioenkapitaal in één keer op te nemen bij pensionering.
Het is inmiddels de achtste keer dat deze maatregel wordt uitgesteld. De complexiteit van de regeling en de druk op uitvoerders, die ook werken aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, spelen hierbij een rol.
Communicatie wordt steeds belangrijker
Tot slot benadrukt Aon dat goede communicatie richting deelnemers cruciaal is. Het nieuwe pensioenstelsel blijkt in de praktijk niet eenvoudiger, en deelnemers moeten goed worden meegenomen in veranderingen en mogelijke risico’s.
Voor HR-professionals betekent dit dat duidelijke en herhaalde communicatie richting werknemers noodzakelijk is, zeker in een periode waarin financiële markten volatiel zijn en pensioenuitkomsten kunnen schommelen.