Kantelpunt pensioenen 2026: goed nieuws zorgvuldig brengen

Na een financieel sterk 2025 stappen veel pensioenfondsen in 2026 daadwerkelijk over op het nieuwe pensioenstelsel. De hogere dekkingsgraden bieden ruimte voor verhogingen, maar de overgang vraagt van fondsen, werkgevers en HR-professionals vooral heldere communicatie, zorgvuldige uitvoering en realistische verwachtingen bij deelnemers.

Na jaren van voorbereiding is de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel in een beslissende fase beland. Nederlandse pensioenfondsen sloten het jaar financieel sterk af, terwijl de Wet toekomst pensioenen (Wtp) steeds concreter werd voor miljoenen deelnemers. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, die de ontwikkelingen in aanloop naar 2026 in kaart brengt.

Dekkingsgraden fors omhoog
Dankzij goede beleggingsrendementen en hogere rentes steeg de gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen van 116% begin 2025 naar 129% eind 2025. Daarmee staan de fondsen er duidelijk beter voor dan een jaar eerder. Die sterke financiële positie biedt nu extra ruimte voor indexatie, invaarbonussen en buffers richting het nieuwe pensioenstelsel.

Tegelijkertijd bleef 2025 in het teken staan van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Termijnen werden aangepast, invaardata verschoven en richting het einde van het jaar volgde een golf aan invaarbeschikkingen. Daarmee werd voor veel deelnemers duidelijk wat de overstap naar het nieuwe stelsel concreet betekent.

2026: hoger pensioenen, communicatie belangrijker
In 2026 krijgen miljoenen deelnemers te maken met zichtbare pensioenverhogingen bij het invaren. Bij de grootste twaalf fondsen gaat het om ruim 7 miljoen deelnemers en ongeveer 1,4 miljoen gepensioneerden. De geschatte verhoging voor gepensioneerden ligt gemiddeld rond de 13%, met uitschieters van 5% tot 20% of meer, afhankelijk van het fonds.

Tegelijkertijd vraagt het nieuwe stelsel om realistische verwachtingen. Pensioenen worden gevoeliger voor rendement, al worden schommelingen gedempt via reserves en risicodeling. Voor werkgevers en HR-adviseurs betekent dit dat heldere uitleg en tijdige besluitvorming – zeker bij verzekerde regelingen – essentieel zijn. Pensioendeelnemers moeten goed begrijpen dat pensioenen eerder omhoog gaan, maar ook kunnen dalen als de markten tegenzitten.

Onrustige markten, maar positief eindresultaat
Het financiële jaar kende stevige schommelingen. Geopolitieke spanningen en Amerikaanse importheffingen zorgden in het voorjaar voor onrust en scherpe koersdalingen, vooral in april. Toch herstelden de markten snel, mede dankzij handelsakkoorden en sterke bedrijfsresultaten van AI-gerelateerde bedrijven.

Over heel 2025 stegen aandelen uit ontwikkelde landen met 6,8% in euro’s. Bij afdekking van valutarisico liep dit rendement zelfs op tot 16,7%. Obligaties kenden daarentegen een moeilijker jaar door de gestegen rente. De ECB verlaagde de beleidsrente meerdere malen naar 2%, terwijl de lange rente juist opliep. Die stijging drukte de waarde van pensioenverplichtingen. Per saldo steeg de dekkingsgraad met 1%. Rekening houdend met toegekende indexaties, verwachten de onderzoekers dat de gemiddelde dekkingsgraad rond 128% stabiel en hoog blijft.

Indexatie en overstap naar nieuw stelsel
Verschillende grote fondsen kondigden indexatie per 1 januari 2026 aan. ABP verwacht de pensioenen te verhogen met 2,84%, PME met 2,82%. Fondsen als BPF Bouw, PMT en PFZW stappen over naar het nieuwe pensioenstelsel en indexeren niet. Daar gaan de verwachte pensioenuitkeringen wel fors omhoog. De effecten van deze keuzes zijn al verwerkt in de dekkingsgraden eind 2025.

Voor veel fondsen markeert 2026 het moment waarop de Wtp dagelijkse realiteit wordt. De focus verschuift daardoor van dekkingsgraden naar rendement, met meer schommelingen en extra aandacht voor communicatie. Deelnemers krijgen periodiek inzicht in hun pensioenvermogen en moeten inzicht krijgen dat pensioenen voortaan meebewegen met de markten.

Ontwikkelingen bij verzekerde pensioenen
Door de pensioentransitie stappen steeds meer deelnemers over naar een beschikbare premieregeling (DC-regeling). Daarmee wordt de portefeuille en de leeftijd bepalend voor het pensioenresultaat. Jongere deelnemers behaalden in 2025 positieve rendementen, terwijl oudere deelnemers lagere rendementen zagen door de keuze voor meer zekerheid met obligaties.

Volgens Aon was er in 2025 goed nieuws voor mensen die hun gespaarde pensioenkapitaal moesten omzetten in een pensioenuitkering. Want deelnemers met een beschikbare premieregeling konden een hoger pensioen aankopen dan een jaar eerder.

Wtp: complexiteit, capaciteit en timing
In 2025 werd duidelijk dat de oorspronkelijke Wtp-termijnen voor veel fondsen te krap waren. Implementatieplannen moeten voortaan één jaar vóór de invaardatum worden ingediend. Meerdere fondsen stelden hun invaardatum van 1 januari 2026 uit, onder meer door beperkte IT-capaciteit en de complexiteit van de transitie. De grootste piek verschuift daardoor waarschijnlijk naar 2027.

Ook inhoudelijk werden de eisen aangescherpt, onder meer via het stappenplan ‘evenwichtige transitie’. Dat vraagt extra analyses, scenario’s en onderbouwing richting toezichthouder.

KLAAR VOOR 2026: overzicht van geactualiseeerde tools vindt u hier

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 484 exclusieve vakartikelen en 318 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?