Als alle medewerkers zich écht verbonden en betrokken voelen bij de organisatie, gaan de prestaties omhoog. Werkgevers maken daar werk van door te investeren in diversiteits- en inclusiebeleid. Maar ondanks alle goede bedoelingen, voelen sommige groepen medewerkers zich nog altijd minder onderdeel van hun organisatie. Zij zien wel dat er door de organisatie inclusief HR-beleid wordt gevoerd, maar hun ervaringen op de werkvloer zijn minder positief.
Dat is op te maken uit de nieuwe DG&I Benchmark 2026 (PDF) van adviesbureau Highberg. De onderzoekers constateren daarbij, dat beleid op papier is niet hetzelfde als de dagelijkse ervaring in de praktijk. Voor HR is dat misschien wel de belangrijkste les uit het onderzoek: de kwaliteit van het beleid zegt niet automatisch iets over hoe medewerkers de organisatie ervaren.
Volgens het onderzoek voelt 66% van de werknemers zich in 2026 volledig onderdeel van de organisatie waar zij werken. Daarmee is het niveau weer terug op dat van 2024, na een kleine terugval naar 63% in 2025. Nog eens 30% voelt zich enigszins betrokken en 4% zegt zich helemaal geen onderdeel van de organisatie te voelen.
Gevoel van inclusie verschilt
Tussen sectoren bestaan flinke verschillen. Zo voelt 71% van de medewerkers in de handelssector zich volledig onderdeel van de organisatie, terwijl dat in de transportsector maar 53% is. Ook tussen groepen werknemers lopen de ervaringen sterk uiteen.
De opvallendste uitkomst: beleid is niet genoeg
De meest opvallende conclusie uit het onderzoek is dat positief beleid niet automatisch leidt tot een sterker gevoel van verbondenheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de resultaten van medewerkers van kleur: Zij merken dat hun leidinggevenden vaker inclusief handelen dan de andere medewerkers (30% tegenover 23%). Ook vinden zij het organisatiebeleid op zichzelf vaker inclusief (46% tegenover 39%). Desondanks voelt maar 58% zich volledig onderdeel van de organisatie, tegenover 69% van de overige medewerkers.
Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar bij medewerkers met een fysieke beperking. Ook zij beoordelen zowel het leiderschap als het beleid minstens even positief als collega's zonder beperking. Toch blijft hun gevoel er echt bij te horen achter (65% tegenover 71%). Volgens Highberg laat dit zien dat formeel beleid pas effect heeft als medewerkers het ook daadwerkelijk merken in hun dagelijkse werk.
Leidinggevende maakt het verschil
Waar het verschil volgens Highberg duidelijk zichtbaar wordt, is bij de direct leidinggevende. Van de medewerkers die hun leidinggevende als inclusief ervaren, voelt 93% zich volledig onderdeel van de organisatie. Bij medewerkers die hun leidinggevende niet als inclusief ervaren is dat nog maar 16%.
Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat juist hier een verslechtering zichtbaar is. Nog maar 37% van de werknemers vindt het leiderschap inclusief, tegen 41% een jaar eerder. Ook het aandeel werknemers dat het organisatiebeleid als inclusief ervaart is gedaald, van 30% naar 22%.
Verbonden medewerkers blijven langer
Het onderzoek laat ook zien dat medewerkers die zich onderdeel voelen van hun organisatie loyaler zijn. Van de werknemers die zich volledig betrokken voelen, zegt 70% bij dezelfde werkgever te willen blijven werken. Bij medewerkers die zich niet betrokken voelen is dat nog maar 9%. Bovendien zou 73% van de eerste groep de werkgever aanbevelen aan anderen, tegenover slechts 3% van de medewerkers die zich niet betrokken voelen.
Voor HR-professionals ligt de belangrijkste boodschap daarom niet zozeer in het opstellen van nieuw beleid, maar in de vraag of medewerkers dat beleid ook daadwerkelijk ervaren in hun dagelijkse werk. Volgens Highberg ontstaat het gevoel dat je er écht bij hoort, vooral in de samenwerking met collega's en leidinggevenden. Juist daar blijkt de grootste winst nog te behalen.