Door de maatregelen van het Kabinet Jetten, daalt de koopkracht een beetje, de inkomenszekerheid neemt af en de arbeidsmarkt verandert merkbaar. Het kabinet bezuinigt miljarden, vooral om de groeiende uitgaven de voor Defensie mogelijk te maken. Dat gaan werkende Nederlanders in hun portemonnee merken, vooral werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt en middengroepen.
Beeld: Minister-president Rob Jetten | RVD, Martijn Beekman
Dat blijkt uit de analyse door het Centraal Planbureau (CPB) dat de maatregelen uit het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD heeft doorgerekend.
|
Waar moeten werkgevers en HR rekening mee houden? |
|
Voor HR-adviseurs en werkgevers is het volgende relevant om mee te nemen uit het coalitieakkoord:
|
Wat verandert er voor de koopkracht en inkomenszekerheid?
Koopkracht
Belangrijke oorzaken:
Wat verandert er in WW en WIA?
De inkomenszekerheid neemt volgens het CPB af door:
Mensen met een relatief hoge WW- of WIA-uitkering worden hierdoor dus extra geraakt. In 2025 ontvingen volgens UWV-gegevens 77.500 mensen een uitkering boven het maximumdagloon (daling bruto €926 per maand) en 83.000 mensen een uitkering tussen oud en nieuw maximumdagloon. Voor werkgevers betekent dit dat extra aandacht nodig zal zijn voor werk-naar-werk-begeleiding en duurzame inzetbaarheid.
Wat gebeurt er op de arbeidsmarkt?
Kabinetsperiode (2027–2030)
Lange termijn
Belangrijkste oorzaak: één-op-één koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting.
Voor HR betekent dit:
Wat gebeurt er met zorg en eigen risico?
Het coalitieakkoord verlaagt de collectieve zorguitgaven met 7,9 miljard euro in 2030 ten opzichte van het basispad. Er wordt per saldo wel meer aan zorg uitgegeven, maar de groei van de zorguitgaven wordt door de kabinetsmaatregelen vertraagd.
Belangrijkste maatregelen:
Gevolg: hogere financiële drempels voor zorggebruikers, met compenserende maatregelen voor kwetsbare groepen.
Voor werkgevers kan dit leiden tot:
Wat gebeurt er met onderwijs en menselijk kapitaal?
Het coalitieakkoord verhoogt de onderwijsuitgaven (onder meer mbo, hoger onderwijs en Leven Lang Ontwikkelen) en leidt volgens het CPB tot een stijging van het menselijk kapitaal op lange termijn.
Voor werkgevers is dit positief voor:
Tegelijk wordt het Toekomstfonds gehalveerd, terwijl een nationale investeringsinstelling 3,3 miljard euro startkapitaal krijgt.
|
Wat betekent dit concreet voor werkgevers? |
|
1. Hogere lasten op arbeid De lasten stijgen per saldo met 5,8 miljard euro, vooral op inkomen en arbeid Dit vraagt om:
|
|
2. Minder inkomenszekerheid werknemers Kortere WW, lagere WIA en verlaging maximumdagloon vergroten het risico op inkomensschokken en juridisering van contact tussen werkgever en werknemer bij rechtspositionele beslissingen. HR moet:
|
|
3. Langer doorwerken De koppeling van AOW-leeftijd aan levensverwachting verhoogt structureel de arbeidsparticipatie. Nodig:
|