Gevolgen coalitieakkoord voor HR en werkgevers 2026–2030

Door de maatregelen van het Kabinet Jetten, daalt de koopkracht een beetje, de inkomenszekerheid neemt af en de arbeidsmarkt verandert merkbaar. Het kabinet bezuinigt miljarden, vooral om de groeiende uitgaven de voor Defensie mogelijk te maken. Dat gaan werkende Nederlanders in hun portemonnee merken, vooral werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt en middengroepen.

Beeld: Minister-president Rob Jetten | RVD, Martijn Beekman

Dat blijkt uit de analyse door het Centraal Planbureau (CPB) dat de maatregelen uit het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD heeft doorgerekend.

Waar moeten werkgevers en HR rekening mee houden?

Voor HR-adviseurs en werkgevers is het volgende relevant om mee te nemen uit het coalitieakkoord:

  • lagere sociale zekerheid
  • hogere lasten op arbeid
  • veranderingen in zorg, WW, Ontslagkosten, AOW en arbeidsongeschiktheid

Wat verandert er voor de koopkracht en inkomenszekerheid?

Koopkracht

  • De mediane koopkracht daalt met 0,4% per jaar door de maatregelen uit het coalitieakkoord.
  • Uiteindelijk resteert gemiddeld nog 0,2% koopkrachtgroei per jaar.
  • Lagere inkomens gaan er iets meer op achteruit dan hogere inkomens.
  • Het aandeel mensen in armoede stijgt van 2,5% naar 2,7% in 2030

Belangrijke oorzaken:

  • Beperkte indexatie van belastingschijven en heffingskortingen, waardoor werknemers eerder in een hogere belastingschijf terechtkomen.
  • Verhoging van het eigen risico naar €520 in 2030.
  • Verlaging van het maximumdagloon met 20% per 2029. Dit heeft negatieve gevolgen voor werknemers met hogere inkomens die in een (WW- of WIA-) uitkering terechtkomen.
  • Voor HR betekent dit taaklastverzwaring, omdat werknemers zich mogelijk extra gaan verzetten tegen maatregelen rond ontslag en ziekteverzuim.

Wat verandert er in WW en WIA?

De inkomenszekerheid neemt volgens het CPB af door:

  • Kortere WW-duur van 2 naar 1 jaar.
  • Vertraagde opbouw van WW-rechten.
  • Strengere referte-eis.
  • Lagere loongerelateerde uitkeringen.
  • Afschaffing van de IVA voor nieuwe gevallen.
  • Verlaging maximumdagloon met 20% per 2029

Mensen met een relatief hoge WW- of WIA-uitkering worden hierdoor dus extra geraakt. In 2025 ontvingen volgens UWV-gegevens 77.500 mensen een uitkering boven het maximumdagloon (daling bruto €926 per maand) en 83.000 mensen een uitkering tussen oud en nieuw maximumdagloon. Voor werkgevers betekent dit dat extra aandacht nodig zal zijn voor werk-naar-werk-begeleiding en duurzame inzetbaarheid.

LEES OOK: Dit verandert voor HR vanaf 2026 door de kabinetsmaatregelen

Wat gebeurt er op de arbeidsmarkt?

Kabinetsperiode (2027–2030)

  • Werkgelegenheid stijgt gemiddeld met 0,1%-punt per jaar.
  • Werkloosheid in 2030 komt uit op 4,2% (0,2%-punt lager dan basispad).
  • Reële cao-loongroei daalt met 0,1%-punt per jaar.

Lange termijn

  • Structurele werkgelegenheid in uren stijgt met 1,3%.
  • Structurele werkgelegenheid in personen stijgt met 1,2%

Belangrijkste oorzaak: één-op-één koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting.

Voor HR betekent dit:

  • Langer doorwerken wordt structureel.
  • Meer nadruk op inzetbaarheid oudere werknemers.
  • Minder inkomenszekerheid bij uitval.

Wat gebeurt er met zorg en eigen risico?

Het coalitieakkoord verlaagt de collectieve zorguitgaven met 7,9 miljard euro in 2030 ten opzichte van het basispad. Er wordt per saldo wel meer aan zorg uitgegeven, maar de groei van de zorguitgaven wordt door de kabinetsmaatregelen vertraagd.

Belangrijkste maatregelen:

  • Verhoging eigen risico naar €520 in 2030.
  • Budgetkortingen in curatieve zorg en langdurige zorg.
  • Eigen bijdrage wijkverpleging.
  • Afschaffing aftrek specifieke zorgkosten.
  • Invoering suikerbelasting.

Gevolg: hogere financiële drempels voor zorggebruikers, met compenserende maatregelen voor kwetsbare groepen.

Voor werkgevers kan dit leiden tot:

  • Mogelijk meer zorggerelateerde financiële stress bij werknemers.
  • Mogelijk meer informele zorgdruk binnen gezinnen.

Wat gebeurt er met onderwijs en menselijk kapitaal?

Het coalitieakkoord verhoogt de onderwijsuitgaven (onder meer mbo, hoger onderwijs en Leven Lang Ontwikkelen) en leidt volgens het CPB tot een stijging van het menselijk kapitaal op lange termijn.

Voor werkgevers is dit positief voor:

  • Beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel.
  • Innovatie en productiviteit.

Tegelijk wordt het Toekomstfonds gehalveerd, terwijl een nationale investeringsinstelling 3,3 miljard euro startkapitaal krijgt.

Wat betekent dit concreet voor werkgevers?

1. Hogere lasten op arbeid

De lasten stijgen per saldo met 5,8 miljard euro, vooral op inkomen en arbeid

Dit vraagt om:

  • Strakkere loonkostensturing.
  • Scenario’s rond premiedruk.

2. Minder inkomenszekerheid werknemers

Kortere WW, lagere WIA en verlaging maximumdagloon vergroten het risico op inkomensschokken en juridisering van contact tussen werkgever en werknemer bij rechtspositionele beslissingen.

HR moet:

  • Werk-naar-werk-beleid versterken.
  • Re-integratiebeleid intensiveren.
  • Financiële voorlichting verbeteren.

3. Langer doorwerken

De koppeling van AOW-leeftijd aan levensverwachting verhoogt structureel de arbeidsparticipatie.

Nodig:

  • Leeftijdsbewust personeelsbeleid.
  • Duurzame inzetbaarheidsprogramma’s.


LEES OOK: Dit verandert voor HR vanaf 2026 door de kabinetsmaatregelen

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 491 exclusieve vakartikelen en 326 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?