Personeelsnet

Jonge vrouwen passen het best op topfuncties van morgen

Vrouwen in de leeftijdsgroep van twintig tot begin dertig, hebben de beste kans om als eersten door het 'glazen plafond' te breken. Want vrouwen uit deze generatie Y hebben de beste competenties om leidinggevende posities te bekleden.

Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Hudson, gebaseerd op 28.000 psychometrische testen. Het onderzoek keek naar verschillende persoonlijkheidskenmerken van generaties werkenden, waaronder emotionele stabiliteit, extraversie, openheid, altruïsme, nauwkeurigheid en professionele factoren.

Eén van de conclusies uit het rapport is dat de jongere vrouwen uit generatie Y in de ideale positie verkeren om het voortouw te nemen in de toekomstige leiderschapsrace.

Vrouwen hebben meer sociaal zelfvertrouwen
De competenties voor 'traditionele' leiderschapskwaliteiten zijn vooral overtuigingskracht, zelfvertrouwen en extraversie. Maar vrouwen uit de generatie Y hebben andere competenties. Zo hebben ze meer 'sociaal zelfvertrouwen' en zijn ze 'behulpzamer', 'georganiseerder' en 'zorgvuldiger' dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.

Juist deze vaardigheden zullen vrouwen in de toekomst helpen. Want leiders moeten overleven in een ‘door data aangedreven toekomst’, waarin ze zich door stapels informatie moeten worstelen en deze moeten vertalen naar zinvolle inzichten.

Mannen versus vrouwen
In vergelijking met mannen uit dezelfde generatie, scoorden vrouwen uit generatie Y hoger op organisatorisch vermogen (18% hoger), sociale vaardigheden (10% hoger), sociaal zelfvertrouwen (12% hoger), altruïsme (15%), optimisme (4%) en ambitie (2% hoger). Door hun altruïsme en optimisme en progressieve sociale vaardigheden, zijn deze vrouwen in staat om mensen in hun visie mee te nemen.

In vergelijking met de babyboomer-mannen zijn de verschillen nog groter: vrouwen uit generatie Y scoorden 16% hoger op sociale vaardigheden, 22% hoger op sociaal zelfvertrouwen, 22% hoger op altruïsme, 16% hoger op optimisme en 21% hoger op ambitie.

Verschil tussen generaties
Het onderzoek is gebaseerd op psychometrische testen die wereldwijd zijn afgenomen door mensen uit diverse beroepsgroepen. Het onderzoek bevatte babyboomers, mensen uit generatie X  en generatie Y.

  • Babyboomers (1946 – 1964) zijn sterk op het gebied van traditionele leiderschapsvaardigheden zoals 'leidinggeven', 'beslissen', 'motiveren', 'overtuigen' en 'strategisch denken'. Zij hebben een open geest en zijn innovatief.
  • Generatie X (1965 – 1979) is zelfverzekerd maar cultureel gevoelig. Generatie X is het tegenwicht voor de meer dominante kenmerken van de andere generaties.
  • Generatie Y (1980 – 1994) blijkt goed in abstract en conceptueel denken. Generatie Y is zeer ambitieus, heeft sociaal zelfvertrouwen en is gericht op relaties, maar scoort beduidend lager dan de andere generaties op de traditionele leiderschapskenmerken.

Bedrijven moeten zich voorbereiden
John Schäffers, directeur Hudson Netherlands, die het rapport mede heeft samengesteld, concludeert uit het onderzoek dat de aard van leiderschap aan het veranderen is. “Bedrijven zullen zich hierop moeten voorbereiden zodat ze het gedrag van de mensen uit elke groep kunnen begrijpen, ondersteunen, benutten en sturen.”

“Babyboomers bijvoorbeeld, moeten leren om verandering te omarmen en snelle oordelen te vermijden. Terwijl de mensen uit generatie X juist hun best moeten doen om de broodnodige verbinding tussen de babyboomers en generatie Y tot stand te brengen. De jongsten van dit hele spectrum dienen op zoek te gaan naar een werkplek waar ze gemotiveerd worden en aangezet worden tot actie: twee elementen die aansluiten bij hun persoonlijkheidstype.”

MIS NIKS MEER: Schrijf je hier in voor de gratis HR-nieuwsbrief

Neem een abonnement en download meer dan 300 actuele HR-instrumenten

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?