Werknemers krijgen steeds vaker een tijdelijk contract met uitzicht op een vaste aanstelling. Het zijn vooral jongere werknemers en werknemers in de snel groeiende zorgsector, meldt het CBS.
In 2010 waren er ruim 6,3 miljoen werknemers, waarvan veruit het merendeel (85 procent) een vast contract had, met vaste uren. Daarnaast had 6 procent een tijdelijk contract met uitzicht op vast werk. Dat aandeel is sinds 1996 verdubbeld.
Nog eens 9 procent van de werknemers zijn echte flexwerkers, zoals uitzendkrachten en oproepkrachten. Dit aandeel varieert met de conjuncturele ontwikkeling en lag tussen 1996 en 2010 steeds tussen de 7 en de 10 procent.
Tijdelijk contract als proeftijd
Tijdelijke contracten met uitzicht op vast werk worden dikwijls gezien als een soort proeftijd. Het zijn dan ook vaak jongere werknemers die een dergelijk contract hebben. Zes op de tien van hen waren in 2010 onder de 35 jaar, tegenover drie op de tien met een vast contact met vaste uren.
Wel is het aandeel 35- tot 55-jarigen onder degenen met een tijdelijk contract met uitzicht op vast sinds 1996 fors gestegen: van 18 procent naar 37 procent.
Veel tijdelijk werk in de zorg
Het aantal werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op vast is vooral toegenomen in de gezondheids- en welzijnszorg. Deze sector is de laatste jaren sterk gegroeid. Bijna een op de vijf werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op vast werkte in 2009 in de zorg. In 1996 was de grootste groep werknemers met een dergelijk contract nog te vinden in de handel.