Jongere loopt meer risico op burnout dan oudere collega
Werkgevers zijn kien op jonge werknemers, maar het werkvermogen van jongeren ligt in de praktijk lager dan dat van hun 10 jaar oudere collega’s. Ze lopen zelfs een hoger risico van uitval door burnout.
Volgens onderzoeksbureau SKB ligt het werkvermogen van jongeren lager doordat ze gevoelig zijn voor stress. De zogenaamde Y-generatie heeft opvallend vaak te maken met uitputting en overbelasting. Als je dat meerekent is hun werkvermogen slechter dan dat van hun 10 jaar oudere collega’s, omdat ze een groter risico lopen op burnout.
Zelfverzekerd met hoge herstelbehoefte
De Y-generatie (1978 – 1995) is geboren in een tijd van economische voorspoed en technologische vooruitgang. Deze jongeren hebben een zelfverzekerde, optimistische houding. Maar uit het onderzoek van SKB blijkt dat ze ook een hoge ‘herstelbehoefte’ hebben. Die laat echter zien dat deze groep het best zwaar heeft: er zijn onder deze groep veel meer medewerkers met een burnout-risico dan bij de 35 - 44 -jarigen.
SKB komt tot dit inzicht op grond van wetenschappelijk onderbouwd vitaliteitsonderzoek bij tientallen organisaties. Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat een hoge herstelbehoefte een prima waarschuwing geeft voor uitputting, en daarmee een signaal is voor mogelijke burnout. Andere bekende gevolgen van een hoge herstelbehoefte zijn een verhoogde kans op ziekte en ongevallen en verminderde creativiteit.
Positieve invalshoek zoeken
Het onderzoeksbureau vindt dat werkgevers moeten zoeken naar factoren die hun werknemers energie geven. Ook moeten ze ervoor waken dat medewerkers niet overbelast raken. Dat bevordert niet alleen het werkplezier, maar ook de resultaten van de organisatie. Bij jongere medewerkers blijken vooral afwisseling en inspirerend leiderschap bij te dragen aan meer energie.
Het onderzoek klopt want dat zien wij ook in onze praktijk. Jongeren nemen zichzelf ook zo enorm serieus en reageren nogal heftig op zaken waar ‘ouderen’ hun schouders over zullen ophalen. Wij leren hen vaak de ‘the art of falling forwards’ waarbij deze jongeren in een beschermde omgeving fouten mogen maken om vooruit te komen. De angst om geen fouten te mogen maken wordt hen al aangeleerd op school waarbij ze worden beloond voor wat goed is conform wat in het boekje staat en niet voor het geheel van wat ze hebben gepresteerd. Bijvoorbeeld voor een andere zienswijze of een nieuwe manier van aanpak. Netjes tussen de lijntjes lopen is wat we steeds meer promoten door overal een specialisme van te makten met deze gevolgen. Leon Brinkers www.deopening.nl